Bloedbanken ingeschakeld bij opsporen hepatitis-virus

ROTTERDAM, 20 JAN. Het College voor de Bloedtransfusie van het Rode Kruis wil dat de regionale bloedbanken helpen bij het achterhalen van patiënten die vóór april 1991 door een bloedtransfusie met het hepatitis-C-virus zijn besmet. Sinds die datum wordt al het afgenomen bloed op hepatitis-C-virus getest zodat besmetting vrijwel uitgesloten is.

Als een bloedbank een besmette donor treft moet, volgens de nieuwe richtlijn van het College voor de Bloedtransfusie, worden nagegaan of die donor eerder bloed heeft gegeven en in welk ziekenhuis dat is gebruikt.

Het ziekenhuis zou dan in de eigen registratie moeten kunnen achterhalen aan welke patiënt het besmette bloed is toegediend. De arts van de patiënt moet beslissen of hij de patiënt al of niet op de hoogte brengt en een test aanbiedt.

De secretaris van het College voor de Bloedtransfusie, dr. C. Dudok de Wit, schat dat op deze manier enige tientallen of honderden patiënten kunnen worden opgespoord: “Dat is afhankelijk van de registratie van de ziekenhuizen. De meeste ziekenhuizen kunnen pas de laatste jaren nagaan welke patiënten wiens bloed hebben gehad. In principe is hepatitis-C-besmetting al dertig jaar bekend. Klachten bij besmetting ontstaan vaak pas na 10, 20 of 30 jaar.”

De klachten, die bij een laag percentage van de besmette patiënten ontstaan, beginnen met moeheid en kunnen verergeren tot het niet meer functioneren van de lever. De bloedbanken vinden tegenwoordig op iedere 1.000 donoren 1 à 2 mensen met een hepatitis-C-besmetting.