Beuys' komische omgang met alledaagse dingen

Tentoonstellingen: Joseph Beuys, Natur, Materie, Form; t/m 9 feb. Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen Düsseldorf, di t/m zo 10-18u. Catalogus: DM 49. Joseph Beuys, Plastische Arbeiten und Zeichnungen 1947-1985, t/m 16 feb. Kaiser Wilhelm Museum Krefeld, di t/m zo 10-17u. Catalogus (3 dln): DM 48.

Aan sommige ontmoetingen tussen mensen wordt al historisch belang toegekend nog voordat ze plaats gevonden hebben. Dat was het geval toen Joseph Beuys en Andy Warhol elkaar op 18 mei 1979 voor het eerst de hand schudden. De 58-jarige Beuys zou uitgeroepen hebben toen hij zijn bijna tien jaar jongere collega in het vizier kreeg: “Wat ziet hij er nog jong uit! Qua uitstraling bedoel ik.”

Warhol zei niets maar pakte zijn fototoestel en vereeuwigde de Duitse "superstar'. Het heeft indertijd nogal verbazing gewekt dat de nihilist die ooit zei "het liefste een machine te zijn' het zo goed kon vinden met de idealist die zei dat "de maatschappij alleen veranderd kan worden door menselijke creativiteit'.

Op twee punten waren er belangrijke overeenkomsten tussen Warhol en Beuys: beiden waren wereldberoemd maar omstreden en allebei vochten ze de traditionele kunstvormen aan en zochten de kunst 'op straat'. Warhol, die in zijn blad InterView en zijn grafiek van de jaren zeventig niet anders deed dan pop- en filmsterren vastleggen, voegde zijn Duitse evenknie simpelweg toe aan zijn galerij van de Rich and Famous, zijn rijke en bekende kennissen.

Interessanter zijn de redenen waarom Beuys Warhol waardeerde. Vast staat, dat Beuys erg gecharmeerd was van Warhols Factory, de voormalige New Yorkse fabriek waarin de platina-blonde kunstenaar zijn 'hoofdkwartier' had en waarin jarenlang een soort commune huisde. Beuys immers had op de Düsseldorfse kunstacademie een vergelijkbare groep bewonderaars om zich heen. De in Krefeld geboren kunstenaar was een geboren docent en dat velen hem 'meester' of 'goeroe' noemden vond hij behalve strelend ook vermakelijk.

In Warhol herkende Beuys wellicht de criticaster; maar waar Warhol zijn publiek een spiegel voorhield en zich verder van elk engagement onthield, daar was Beuys een politiek activist. Hij richtte in 1971 de "Organisation für direkte Demokratie durch Volksabstimmung" op. Toen hij Warhol ontmoette, stond Beuys kandidaat voor een zetel van de Grüne Partei in het Europees Parlement.

Al die activiteiten maakten deel uit van het Gesamtkunstwerk dat Beuys van zijn kunst en zijn leven wilde smeden. Kort samengevat luidt de "boodschap' daarvan: als we willen, kan alles veranderen. En toch, de sluwe belofte van Warhol dat ieder mens vijftien minuten lang beroemd kan zijn, verschilt niet veel van Beuys' slogan "Ieder mens is een kunstenaar" die in Düsseldorf op één van zijn 'schoolborden' is te lezen.

Beide kunstenaars maakten van zichzelf hun belangrijkste kunstwerk. Warhol deed dat door simpelweg rond te lopen als living art-work, Beuys zette zijn persoonlijke oorlogservaringen in bij het verbeteren van de wereld. Er is naar mijn mening nòg een overeenkomst tussen de Europese en de Amerikaanse 'meesters' en dat is de humor. Dat aspect is in het oeuvre van Beuys maar zelden aangestipt en juist dit trof me toen ik de twee grote Beuys-tentoonstellingen in Krefeld en Düsseldorf bekeek. Ze zijn een eerbetoon aan "het beste dat Duitsland na 1945 is overkomen", aan de meester die in 1986 overleed en dit jaar 70 zou zijn geworden.

Natuurlijk, je kunt er de installaties met vet en vilt bekijken, de schoolborden vol politieke teksten, de religieuze symbolen en de lyrische aquarellen uit de jaren vijftig. Maar nu en dan tref je tussen al die serieus uitziende objecten beslist geestige dingen aan. Het begint al in 1950 met Badewanne für eine Heldin, een bronzen badje op poppeformaat met daarin een electrisch verwarmingselement dat water aan de kook kan brengen.

Het apparaat is veel te groot voor het badje, degene die erin ligt zal onmiddellijk geëlektrokuteerd worden. De badende 'heldin' staat er naast, op een welverdiend sokkeltje. Dit absurde object getuigt van een humor die grenst aan kinderlijke wreedheid. Zoiets verwacht je niet van een man die zijn leven lang een humanere wereld heeft bepleit.

Waaruit bestaat het komische dat ik in Beuys' werk zie? Ten dele moet het gezocht worden in zijn afwijzing van het klassieke schilderij en beeldhouwwerk. Hij sloot zich al begin jaren zestig aan bij de Fluxusbeweging die het alledaagse leven tot kunst verhief. Uit die tijd dateert een kastje met daarin een tekendriehoek met bruin uitgeslagen vetrand erop en een kleine houten kano die vol met een groen-geel snot zit. De gedachte dat hieraan ongetwijfeld diepere bedoelingen zijn toegeschreven -zoals al het werk van Beuys met grote ernst is geanalyseerd in zijn vaderland- is vermakelijk. Maar omdat Beuys heel goed begreep dat banale gebruiksvoorwerpen het aanzien niet waard zijn, gaf hij de twee bezems die tegen een wand van het Kaiser Wilhelm-museum staan een zilveren en een messing steel.

Zo manipuleert hij onze blik en smokkelt hij een beetje: dit zijn bepaald geen alledaagse materialen meer. Om die sluwheid van Beuys heb ik herhaaldelijk moeten grinniken. Ook zijn er persiflages op hedendaagse kunststromingen, de Fontana-Dosen bijvoorbeeld, conservenblikjes met rijen gaatjes erin (zodat de inhoud eruit is gelopen) waarmee hij de werkwijze van de Italiaan nabootst die gaten en sneden maakte in zijn doeken. Zichzelf spaart hij trouwens ook niet, wat blijkt uit Warmer Spazierstock mit braunem Hut (het klinkt als een gerecht): naast een met vilt omwikkelde koperen wandelstok ligt een hoge hoed van bruin geverfd papier. De attributen van Beuys zelf, die niet veel verschillen van die van een goochelaar, een oplichter dus.

Vilt en vet zijn de steeds terugkerende symbolen van (over)leven, die stammen uit de oorlogsjaren toen Beuys als Duits piloot middenin de winter op de Krim neerstortte. Hij werd gevonden door Tartaren die hem met boter invetten en in vilt wikkelden en hem zo van de bevriezingsdood redden. Toch speelt hij ook met die beladen stoffen; de vrolijk-gestreepte katoenen zitting van een tuinstoel bijvoorbeeld verving hij door vilt en daardoor wekt dit materiaal ineens een frivole indruk.

Hoewel zijn aanhangers Beuys tot sjamaan of heiland bombardeerden -zeker niet in de laatste plaats vanwege zijn miraculeuze 'wederopstanding' in 1943- zijn er altijd fervente tegenstanders geweest die hem een charlatan noemen. Hun ergernis is voor een deel gebaseerd op Beuys' zweverige politieke idealen, maar de rotzooi die hij over de museumvloeren uitstort, stoort hen misschien wel het meest. Op de planken van immense voorraadkasten bijvoorbeeld heeft hij inmaakpotten, pakken macaroni en lijnzaad, sardineblikjes en flesjes caramelsiroop gezet.

Wirtschaftswerte heet deze installatie, die is opgesteld vóor enkele meesterwerken van Picasso en Léger uit de collectie van museum Nordrhein-Westfalen. Dat een lelijke stellage met voedingsmiddelen de eigenlijke kunst aan het oog onttrekt, is een jongensachtige provocatie, meer een plagerijtje eigenlijk. Er zal zeker een theorie bij horen, die ongeveer moet luiden dat kunst en eten beide nodig zijn om te overleven. En toch schuilt er een grote vrolijkheid in die merkwaardige artikelen op de schappen die is toe te schrijven aan Beuys' vermogen ons plezier te laten krijgen in de gewoonste materialen. Niemand kan een bouillonschijfje -een geel cirkelvormig koekje met een gaatje in het midden- zó mooi op een grijze betontegel vlijen als hij. Dit brengt ons dichter bij het antwoord op de vraag wat er nu zo humoristisch is aan veel objecten van Joseph Beuys.

Dat wordt het beste duidelijk bij een oud emaille kinderbadje dat hier en daar beplakt is met pleisters. Nonsens, zullen de Beuys-haters zeggen, sentimenteel gedoe. Alsof een bad gewond kan zijn! En toch is het een tragisch gezicht, dat afgedankte ding dat misschien beschadigde plekken heeft die verbonden zijn en zo behoed wordt voor verval. Het gaat mij hier niet om de metaforische functie ervan, maar om het feit dat Beuys dingen behandelt alsof ze kunnen voelen. Het is niet anders dan wat kinderen doen: een pop of een beer tot leven wekken, pijn laten lijden of straf geven.

Beuys bekijkt de stoffelijke dingen met medelijden en daarom kan hij ze geloof ik ook met humor of leedvermaak -de keerzijde van mededogen- bezien. Dumme Kiste heet een kistje dat tussen zijn hoeken stukken vilt klemt; dom ding dat maar met zich laat sollen. De ontdekking van het tragi-komische aan voorwerpen uit onze alledaagse omgeving is een talent dat mij althans niet onberoerd laat. Het doet je beseffen dat alle dingen die Beuys gebruikt, eigenlijk relikwiëen van onze (nog bestaande) cultuur zijn en dat Beuys zichzelf de taak van hedendaagse archeoloog heeft opgelegd- een vrolijke pseudo-wetenschapper. Net als bij Warhol blijft zijn status omstreden, maar de vraag of hij een charlatan of een genie is, is niet ter zake. "Ieder mens is een kunstenaar" zei hij en hijzelf is van die stelling het bewijs.