Alles wat mis kon gaan rondom reis ging mis

DEN HAAG, 20 JAN. Binnen het ministerie van buitenlandse zaken houdt men het op “een ongelukkige samenloop van omstandigheden” en op de “wet van Murphy” (alles wat mis kan gaan, gaat ook inderdaad mis). Maar op andere plaatsen in de Haagse politieke wereld, ook bij Algemene Zaken, ziet men het kleine drama met het voorgenomen Zuid-Afrikabezoek van premier Lubbers en minister Van den Broek eerder als een fout in het handwerk van BZ. Als zodanig is het, zo luidt het verwijt, vergelijkbaar met de consultatiefouten rondom het door de EG-partners verworpen Nederlandse voorstel voor een politieke unie in september vorig jaar.

Vast staat dat het minister Van den Broek zelf was die het drama - ongewild - heeft veroorzaakt. Op 2 januari, ten minste drie weken voordat men van plan was de plannen voor de reis bekend te maken, versprak hij zich tijdens een receptie tegenover een Telegraaf-journalist. Toen beiden overlegden over een datum voor een gemeenschappelijke lunch - een van de dagen tussen 18 en 20 februari werd overwogen - ontglipte het de minister dat hij dan “met de MP in Zuid-Afrika zou zijn”, of woorden van gelijke strekking.

Over wat daarna in het bijzonder de ontwikkeling veroorzaakte die leidde tot de climax dit weekeinde - het telefoongesprek tussen minister Van den Broek en Mandela, waarin de ANC-leider definitief meedeelde de beide Nederlandse bezoekers niet te zullen ontvangen - verschillen de betrokkenen van mening. Als de zaak niet op ongelukkige wijze was uitgelekt, zou men volgens BZ in alle rust het ANC hebben kunnen uitleggen dat premier Lubbers en minister Van den Broek zeker niet alleen voor president De Klerk kwamen maar evenzeer voor Nelson Mandela zelf.

Pag.3:

BZ zou ANC niet hebben gepolst

“Wij hadden dan Mandela kunnen vertellen dat dit een bezoek van de Nederlandse regering was aan het nieuwe Zuid-Afrika”, aldus een diplomatieke bron. “Het bezoek kon in onze ogen op geen enkele wijze worden uitgelegd als steun aan de regering-De Klerk in de discussie met het ANC over een overgangsregering met ANC-ministers.”

Buiten het ministerie van buitenlandse zaken - en trouwens ook door een aantal diplomaten zelf - geeft men weliswaar toe dat het voortijdig bekend worden van het bezoek een negatieve invloed heeft gehad op de verdere contacten met Zuid-Afrika, maar dat het probleem vooral zit in het voornemen zelf van Lubbers om op dit moment naar Zuid-Afrika te reizen, als eerste Westerse regeringsleider in vele jaren. “Uit de hele wijze waarop BZ de zaak heeft aangepakt, is op te maken dat zij helemaal niet van plan waren het ANC te consulteren. Ze wilde het ANC slechts informeren over een bezoek, waarvan de datum zelfs als bekend was”, aldus een nauw bij de zaak betrokken regeringsambtenaar.

Diplomaten binnen BZ achten het “tamelijk waarschijnlijk”, dat het plan zou zijn opgeschort als men in een vroeg stadium van het ANC te horen had gekregen dat er grote bezwaren tegen bestonden. “Dan zou nooit bekend zijn geworden dat men het voornemen had gehad naar Zuid-Afrika te gaan. En zelfs wanneer dat was uitgelekt, zou de regering hebben kunnen zeggen: we hebben de mogelijkheid overwogen, maar na consultaties in Zuid-Afrika zijn we tot de conclusie gekomen dat het juiste tijdstip nog niet was gekomen. Iedereen zou dan helemaal tevreden zijn geweest.”

In regeringskring zijn alle partijen het er overigens wel over eens, dat de hardheid van de reactie van het ANC, die door minister Van den Broek zelfs als “een motie van wantrouwen tegenover de Nederlandse regering” is beschreven, mede is gestimuleerd door de negatieve reacties in Nederland zelf. Toen vanuit de Nederlandse ambassade daags na het uitlekken van het nieuws in de Telegraaf van 3 januari contact werd opgenomen met het ANC in Johannesburg, was de reactie op het bezoek daar tamelijk neutraal. Mandela was niet bereikbaar, ook in de dagen daarna niet. Daarop besloot ambassadeur Van Buuren een van zijn medewerkers met een brief naar Bloemfontein te sturen, waar het ANC zijn tachtigjarig bestaan vierde. Hij overhandigde de brief van de ambassadeur persoonlijk aan Mandela, die na een kleine mondelinge toelichting zei er persoonlijk aandacht aan te zullen schenken.

Bij BZ werd uit die signalen de conclusie getrokken, dat het ANC niet fundamenteel tegen het bezoek was. Volgens deze redenering ging het ANC-hoofdkwartier in Johannesburg pas feller reageren toen zowel de eigen vertegenwoordiger in Nederland, Zolile Magugu, als de anti-apartheidsbewegingen zich tegen de reis verzetten. Ook vanuit de PvdA was aanvankelijk geen nagtieve reactie ontvangen; ook die kwam pas op gang nadat de anti-apartheidsbeweging in actie was gekomen.

Tot diep in de vorige week veronderstelde men bij BZ het ANC nog te kunnen overtuigen van de goede bedoelingen van Nederland en dacht men tot een soort compromis-formulering te kunnen komen, waardoor niemand zijn gezicht zou verliezen. Een handicap voor minister Van den Broek was, dat hij zich net op een rondreis langs Syrië, Jordanië en Israel bevond, als gevolg waarvan hij niet altijd goed bereikbaar was.

Toen de minister pas zaterdag met Mandela contact kreeg, was het allemaal al te laat. In het National Executive Commitee van het ANC had men toen al gestemd: tegen het bezoek. De hardliners, aldus een opvatting in regeringskring, hadden hun zin doorgezet. Anderen bestrijden dit. Een Zuid-Afrika expert in regeringskring: “Men wist dat het ANC tegen elk contact is. Ze hebben ook bezoeken van de premiers van Australië en Canada tegengehouden, ze willen geen opheffing van boycots, geen culturele contacten, niets, totdat er een overgangsregering is.” Dat hoefde geen bezwaar te zijn, aldus deze zegsman, want Mandela heeft tijdens zijn bezoek aan Nederland in 1990 zich ook gekeerd tegen een voorgenomen reis van een Tweede Kamer-commissie. Die is, ondanks die bezwaren, ook gegaan, met inbegrip van de PvdA-leden Van Traa en Verspaget en het toenmalige Groen Links-Kamerlid Van Es.

De "schuld' wordt in Den Haag bij het ministerie van buitenlandse zaken gelegd; het ministerie heeft premier Lubbers gevraagd mee te gaan naar Zuid-Afrika zonder zich voldoende op de hoogte te stellen van de opportuniteit ervan.