Allemaal op de nullijn!

Dick Wolfson ken en waardeer ik als een boeiend en beeldend commentator van de Nederlandse politiek. Studenten waardeerden zijn colleges: actueel, en een geslaagde mengeling van theorie met inzichten uit Wolfsons praktijkjaren bij het ministerie van financiën in Den Haag en het IMF in Washington. In de commissie-Wolfson die rapporteerde over de verzorgingsstaat schitterde ook zijn collega Rick van der Ploeg, een produktief econoom die veel doet om Nederland internationaal mee te laten spreken op theoretisch-economisch gebied.

In het rapport spreken een andere Wolfson en een tweede Van der Ploeg. Die komen niet met een scherpe analyse maar met een preek, gericht tegen de Nederlanders die een baan hebben. Volgens de twee economie-hoogleraren moeten alle werkenden met een volledige baan voortaan ophouden met het vragen om jaarlijkse salarisverhoging. Liever de nullijn voor iedereen. Natuurlijk, de economie groeit ieder jaar met gemiddeld zo'n twee procent, en in principe kan die economische groei neerslaan in hogere lonen. Maar Wolfson en Van der Ploeg zijn daar tegen en waarschuwen tegen de keuze voor meer consumptie. Werkende mensen willen graag profiteren van de economische groei - alleszins begrijpelijk schrijven W. en P. - maar het is beter dat u en ik ons beheersen en afzien van regelmatige loonstijging.

Lees goed wat hier staat: de geleerde economen zeggen niet dat het bedrijfsleven er slecht voorstaat, zodat er niets anders opzit dan eerst de winsten te laten stijgen en daarna weer de lonen. Dat zou onder extreme omstandigheden een bittere waarheid kunnen zijn, maar eerlijk gezegd staat er in het rapport bijna niets over het bedrijfsleven en hoe dat moet concurreren met al die landen waar de belastingen nu al veel lager zijn dan in Nederland en waar geen minister van milieu onrust zaait over de vraag welke extra-speciale lasten voor bedrijven nu weer in aantocht zijn.

Evenmin beweren Wolfson en Van der Ploeg in hun rapport dat de hoogste prioriteit voor het land is om snel de Betuwelijn en de Hoge Snelheids Lijn van Amsterdam naar Antwerpen aan te leggen en dat daarvoor helaas een paar jaar lang de belastingen omhoog moeten. Ook dat is een visie die recht heeft op respect: onze infrastructuur is jarenlang schromelijk verwaarloosd en het kan nodig zijn om daarvoor nu offers te brengen, hoewel dan financiering door de pensioenfondsen meer voor de hand zou liggen dan financiering uit hogere belastingen.

Nee, Wolfson en Van der Ploeg vragen de werkende Nederlanders om vrijwillig tot nader order plaats te nemen op de nullijn en het vrijkomende geld ter beschikking te stellen van de zogenoemde sociale partners, een eufemisme voor bestuurders van vakbonden en werkgevers. Neem bij voorbeeld de detailhandel, waar Ahold, De Boer Winkelbedrijven, maar ook kleinere ondernemingen op het moment snel stijgende lonen moeten betalen vanwege schaarste aan personeel. Mooi, zou je kunnen zeggen, dan lopen de mensen in die bedrijfstak - vaak werknemers zonder hoge opleidingen - een deel in van hun achterstand op andere sectoren. Maar nee, in de detailhandel bestaat de Detam, een bedrijfsvereniging met ongeveer tweeduizend functionarissen en die kunnen het extra geld nog veel beter gebruiken voor wat Wolfson "goede doelen' noemt. Het geeft niet dat geen vijf procent van de werknemers lid is van de vakbond; de bestuurders van de bond zitten in het bestuur van de bedrijfsvereniging Detam en die hebben een lange agenda met tal van "goede doelen'.

Zo kunnen Wolfson en Van der Ploeg pleiten voor zware, jaarlijkse belastingverhoging - want daar komt het voor de werknemers natuurlijk op neer - maar hoeven ze het niet zo te noemen. Het zijn nu "vrijwillige bijdragen' die de werknemers op suggestie van de vakbond ieder jaar moeten inleveren. Iedereen op de nullijn, en de hele opbrengst van de economische groei voor "goede doelen'. En hebben de bonden eenmaal besloten, dan is het met de vrijwilligheid ook gedaan, want W. en P. willen het Nederlandse systeem handhaven om cao's verplicht te stellen voor complete bedrijfstakken. Hoe directeur Zalm van het Centraal Planbureau ook betoogt dat juist die algemeen verbindend-verklaring slecht is voor de werkgelegenheid en niet past bij een dynamische economie, W. en P. willen algemeen verbindend-verklaring van hun verplichte vrijwillige bijdrage. Na vier jaar - één kabinetsperiode - op de nullijn hebben de vakbonden bij gemiddeld twee procent economische groei een pot met acht procent van de loonsom (voor het hele land ongeveer 25 miljard gulden) om te besteden aan hun "goede doelen'.

De charme van dit plan voor de beroepsbestuurders van de vakbonden is wel duidelijk: die hebben dan ook - ongeveer als enigen - het rapport van de commissie-Wolfson omhelsd. Er staat wel kritiek in op het optreden van de bedrijfsverenigingen in het verleden: “de grote betrokkenheid en invloed van werkgevers- en werknemersorganisaties heeft een aantal nadelige gevolgen voor het functioneren van het stelsel van sociale zekerheid”, maar met onverbindende kritiek valt te leven als Wolfson en Van der Ploeg tegelijkertijd 25 miljard in het vooruitzicht stellen voor de "goede doelen' van diezelfde organisaties. De bestuurders zien er wat in, maar waar is het voordeel voor de gemiddelde werknemer?

Op die cruciale vraag hebben Wolfson en Van der Ploeg geen antwoord, en daarom zal hun voorstel ook weinig kans maken. Ze beperken zich tot een aansporing aan de werknemers om op die nullijn plaats te nemen. Dat heet dan een waarschuwing tegen de keuze voor meer consumptiemogelijkheden. De term is ideologisch slim gekozen en appelleert aan gevoelens van afkeer over de wegwerpmaatschappij. Preciezer is het om te waarschuwen tegen hogere "vrij besteedbare inkomens', want iedereen heeft zelf de vrijheid om extra inkomen niet te consumeren maar het te sparen of te schenken aan een zelf gekozen goed doel. Een preek tegen hogere "vrij besteedbare inkomens' klinkt niet zo welluidend, en dus schrijven Wolfson en Van der Ploeg maar over de verwerpelijke keuze voor meer consumptie.

In hun wetenschappelijk werk gaan Wolfson en Van der Ploeg uit van rationele burgers en politici die zich inspannen om hun lot te verbeteren. Ik heb nog geen artikel gelezen waarin Van der Ploeg veronderstelt dat de burgers vrijwillig extra belasting betalen. Daarentegen gaat hun rapport er van uit dat werknemers vrijwillig plaatsnemen op de nullijn - hoewel de meeste bedrijven winst maken en het land niet in groot gevaar is - om der wille van de goede-doelen-pot van de werkgevers en de vakbond. Mij is niet duidelijk waarom de grote meerderheid van de werknemers die geen lid is van een vakbond nu opeens vrijwillig zou besluiten om ieder jaar een groter deel van het inkomen over te dragen aan diezelfde vakbond. Dat lijkt een irrationele gedachte. Omdat het rapport wel veel aansporingen bevat maar nauwelijks economische analyse, is de beste conclusie dat "Niemand aan de kant' de uitzondering is die de hoge wetenschappelijke reputatie van de andere Wolfson en Van der Ploeg nog eens bevestigt.