W.G.F.

Kornet, vaandrig, de eerste rang van de aankomende officier. Je kon niks, je mocht niks en je werd aanvankelijk gekoeioneerd door de officieren. Je moest je, net als in het begin van je diensttijd, naar binnen vechten. Op de opleiding leerde je daarna naar buiten vechten. En je werd ergens geplaatst.

Het eerste wat je bij de Artillerie in Harderwijk leerde als je op wacht moest, was dat je tegen generaal Van Dürst Britt geen W.G.F. mocht zeggen. Het was bekend dat de generaal, een overtuigd aanhanger van de Artillerie en haar grondvesters, waaronder Willem George Frederik, somtijds de wacht vroeg (ik neem aan vóórdat deze in het geweer kwam): ""Hoe heet deze kazerne?''En mocht de wacht dan, overigens naar waarheid, antwoorden: ""De W.G.F.-kazerne generaal'' dan kon deze, de wacht dan, rekenen op een dagje of wat licht. Niet dat licht nou zo erg was, maar je had het liever niet.

Wie echter trots meldde dat het de Willem George Frederik kazerne betrof kreeg een pluimpje en de vraag: ""Zing het zesde couplet van het Artillerielied.'' En zo hoorde je dan in de mistige lucht tussen de bomen een ijle ongeoefende stem die probeerde de zin ""maar ook in tijd van Vrede, blinkt steeds de kanonnier'' te galmen.

Het heeft mij altijd een beetje verbaasd dat zulk een houwdegen als generaal Van Dürst Britt, naar ik meen zelfs commandant van de 7 december divisie, toch zo'n frivool couplet uitkoos, want de volgende regel luidde: ""en meisjes schoon van leden, zijn op zijn liefde fier.'' Ik bedoel, Harderwijk had al last genoeg van ons, daar hoefde je niet nog eens 's nachts over te gaan zingen aan de poort. Overigens, na het afschaffen van de groetplicht, was de lol er voor de generaal echt helemaal af.

Wij zelf, de kornetten, waren grotendeels ondergebracht op een bovenverdieping in een huis in het Schildersstraatje, aan het eind waarvan zich de MID bevond, zodat we er vaak voor werden aangezien dat we tot spion werden opgeleid, want die letters staan voor Militaire Inlichtingen Dienst. Ik ken er verscheidene cursisten van - ook Nico Scheepmaker heeft daar Russisch geleerd - en die verhaalden mij dan over de oude Trotskist die er les gaf. Een van hen bezocht jaren later Washington, ging er golfen met enkele zakenrelaties en hem werd een figuur in de verte aangewezen die, naar men zei, een van de Russische attachés was, een kolonel zus en zo. De ex-MID'er leek het aardig om even zijn Russische kennis te luchten. Hij stapte op de man af en vroeg of het hem in Washington beviel. ""Zeker,'' antwoordde de kolonel in het Russisch, ""en volgens mij komt u uit Holland.''

""Inderdaad,'' zei de reserveofficier verbaasd. ""Harderwaik?''vroeg de kolonel lachend. Hij had meteen het vooroorlogse accent van de Trotskist herkend.

Wij waren echter niet bij die Dienst. Wij waren allen ingedeeld bij een rijschool, onder leiding van een kapitein-astroloog. Toen we de eerste keer bij hem binnenkwamen vroeg hij wie Van Lennep was. Ik stelde me voor. ""Mooi,'' zei hij, ""dan ben jij plaatsvervangd hoofd rijschool, naast de luitenant B.''

Hij had, zo bleek, de horoscopen van B. en de mijne vergeleken en dat stemde het meeste overeen.

B. was een hond.

Hij zat tegenover me aan een bureau en dan kwam er bijvoorbeeld een kornet binnen die zich correct meldde.

""Hoor ik daar iets?'' vroeg B. dan aan mij. ""Jawel luitenant, daar is de kornet Seckel.''

""O ja? Vraag 's wat er is.''

""Wat of er is, kornet.''

""Ik moet naar Oldebroek met verf. Mag ik drie drie-tonners meenemen?''

De luitenant weer: ""Wat zegt-ie?''

""Hij wil naar Oldebroek met verf. Of-ie drie drie-tonners mag meenemen.''

De luitenant: ""Van mij wel hoor.''

Ik: ""Ja, dat mag.''

""Maar de rijopdrachten...'' Stilte.

De luitenant: ""Is er nog iets?''

Ik: ""Ja hij wil rijopdrachten.''

Enzovoort enzovoort. Een schamele vertoning, maar nog niet zo schamel als mij overkwam bij de luitenant baron X., hoofd wagenpark.

Bij deze luitenant meldde ik me op een ochtend maar er kwam geen antwoord. Ondertussen zat hij aan zijn bureau te schrijven terwijl er tientallen chauffeurs binnenkwamen die sleutels van het rek pakten, dingen uit de la, papieren uit de bak, ga maar door.

Ik ging maar eens op de plaats rust staan. ""Wie heeft jou toegestaan op de plaats rust te gaan staan, kornet?'' Niemand dus. In de houding.

Na tien minuten: ""Zo kornet, wat komen we doen?''

""Ik kom iets afhalen.''

""Aha. Glaasje bij je?''

Dat had ik niet. Wel, dat was jammer. De luitenant baron deed zijn kastje open, pakte een fles bessenjenever en schonk een glaasje vol. ""Zo, op je gezondheid.'' Hij dronk het in één teug op en vulde mijn papieren in.

Twee ochtenden later was ik weer bij hem. Hetzelfde tafereel. Grote drukte, ik maar in de houding staan.

""Wel, kornet, wat is er aan de hand?''

""Ik kom weer wat afhalen.''

""Mooi, glaasje bij je?''

""Zeker luitenant.'' Ik haalde een borrelglaasje uit mijn broekzak. Zijn gezicht verduisterde. Misnoegd schonk hij beide glaasjes vol. ""Proost.''

De baron had een ijzeren maag, dat was bekend. Eens gelastte hij, tijdens een voertuiginspectie, een van de chauffeurs een jerrycan te pakken en zijn glaasje te vullen met benzine. ""Eén met het voertuig!'' riep hij. ""Laat dit een voorbeeld zijn!'' En hij sloeg het naar binnen.

's Avonds in de mess wilde de baron ook wel eens uitpakken. Het was na sluitingstijd en hij wilde nog een whiskey. ""Jij bent aan de beurt,'' zei hij tegen een jonge vaandrig. ""De bar is dicht luitenant,'' zei deze. ""Dicht?'' zei de luitenant. ""Dicht? En laat je je daardoor weerhouden vaandrig? Waar is je dienstzakmes?'' De vaandrig was niet zo goed of hij moest de kast openbreken.

De volgende ochtend aan het ontbijt vertelde de luitenant dat hij iets ongelooflijks had gehoord: een jonge aanstaande officier van de Koninklijke Luchtmacht had het bestaan met een mes de bar open te breken. Pure diefstal! Omdat de baron altijd met een drie-tonner vol officieren de poort in- en uitvloog zonder stoppen, besloot ik ook een duit in het zakje te doen. ""U rijdt voortdurend dwars door de poort heen,'' zei ik op een ochtend. ""Dat komt omdat ze geen voorgeschreven stopteken geven. Het stopteken is: onderarm verticaal, bovenarm horizontaal, hand plat, vingers aaneengesloten.''

Ik wist genoeg. Omdat is 's avonds Officier van Piket was, instrueerde ik de eerste wacht uiterst zorgvuldig, voordat de auto naar de mess vertrok, in het juiste stopteken. ""En daarna schiet je,'' zei ik.

De auto reed als vanouds dwars door het stopteken. De baron - en vooral de aalmoezeniers en de legerpredikanten achterin - redden het leven omdat de betreffende kanonnier geen patroon in de kamer had. Maar het doorrijden was afgelopen. Zo kregen we langzamerhand alle hogere officieren in het gareel.