SPORTBILLEN

Zeven meiden om verliefd op te worden door Gijs Zandbergen en Jan Brouwer de Koning 140 blz., Thomas Rap 1991, f 15,- ISBN 90 6005 481 4

Het is een oud verhaal: rijk word je doorgaans niet als Nederlandse sporter, zeker niet als sportvrouw. Behalve natuurlijk als je jarenlang toptennis hebt gespeeld, zoals Marcella Mesker. Schaatsster Yvonne van Gennip kan zich financieel eveneens aardig redden, maar zij was in 1988 dan ook de koningin van de olympische winterspelen in het Canadese Calgary. Voor (ex-)topsportsters Mieke Havik, Det de Beus, Ria Stalman, Elly van Hulst en Conny van Bentum was (of is) het in hun loopbaan zeer behelpen als het om geld ging (of gaat). Dat doen ze uit de doeken in Zeven meiden om verliefd op te worden van Gijs Zandbergen en Jan Brouwer de Koning, een vlot geschreven en lekker weglezend boek waarin de vrouwelijke vedettes geen blad voor de mond nemen.

Geld maakt niet gelukkig zegt het spreekwoord, maar Mesker is het daar niet helemaal mee eens. Ze was bevoorrecht en dat had ze nodig ook. ""Als ik hoor van andere sportsters, die zich suf trainen voor helemaal niks, en ook blijven doorgaan, inclusief allerlei ellende met coaches, organisatoren en bestuurders, dan ben ik zeer gelukkig geweest dat ik ben gaan tennissen.'

In de openhartige interviews vertelt het zevental over de verworven faam, over hoogtepunten en frustraties, over het bekende zwarte gat en over elkaar. Daarbij wordt het duidelijk dat de vrouwen geen hoge pet op hebben van de hockeysport. Zo sneert Van Bentum bijvoorbeeld: ""Toen ik in 1980 in de top begon te zwemmen, kon je als hockeyster met vier keer een uurtje per week trainen de wereldtop halen. Wij moesten vier uur per dag!'

Ook blijkt dat de topsportsters blijkbaar scherp letten op de omvang van het menselijke achterwerk. Atlete Van Hulst zegt daarover: ""De baan was al tjokvol met flitsende atleten à la Lewis, en dan meldde zich ook nog een grote groep hockeysters met hun dikke konten.' Yvonne van Gennip: ""Met die dikke benen en kont ben ik vroeger vaak gepest. (...) Pas veel later ben ik mijn kont mooi gaan vinden. Er is zelfs ooit een boekje over geschreven: De billen van Yvonne'