Roel van Duijns holistische visie op een overvol Nederland; "De deur staat wel open maar niemand gaat er uit'

Huisideoloog van Provo, opperkabouter, ambassadeur van Oranje-Vrijstaat, wethouder met de dunste portefeuille in de Amsterdamse geschiedenis, bio-boer, Europarlementariër, oprichter van de Groenen, gemeenteraadslid. Eén ding is Roel van Duijn (48) sinds zijn terugkeer in de politiek in 1984 niet meer: de schrik van de gevestigde orde. In het verleden wist hij een verbazingwekkende hoeveelheid agressie op te roepen door in de gemeenteraad de geschiedenis van Piggelmee voor te lezen. Tegenwoordig lijkt ook de kritiek op Van Duijn zijn onschuld te hebben verloren. Zijn collega's in de raad vinden dat zijn uitspraak dat de stad verzadigd dreigt te raken door grote aantallen nieuwkomers gevaarlijk dicht in de buurt komen van de Centrumpartij.

Zijn schaakopening - het Roel van Duijn gambiet: 1. E4, C5 2. A3 - is volgens grootmeester Hans Ree ""voor wit een redelijke manier om zo snel mogelijk buiten de gebaande paden te komen.'' Zijn Amsterdamse tegenstanders, van de vroegere burgemeester-regent Samkalden tot de huidige wethouder De Grave, werden al bij die eerste zetten in verwarring gebracht en vervolgens meegelokt in een moeras van complicaties, waarin hij het best de weg kende.

Roel van Duijn is niet meer de scherpe schaker van weleer. De ambitie om uit te groeien tot een internationaal meester verruilde hij reeds begin jaren zestig in navolging van zijn jeugdheld Kropotkin voor een loopbaan in de anarchistische revolutie. Hij voelt zich nog altijd een beetje zondig wanneer hij schaakt: ""Het roept slechte emoties op. Op middeleeuwse schilderijen zie je wel eens een schaakspel in een hoek staan. Dat betekent dat er berekening en slechtigheid in het spel is. Ik moet me met kracht van het schaakspel weerhouden, het is mijn enige verslaving.''

Milder geworden

Een doordeweekse dag op de eigenhandig vertimmerde bovenverdieping in een bescheiden grachtenpand. Op de achtergond raast het verkeer door de Weesperstraat, de snelweg door de hoofdstedelijke binnenstad. Van Duijn zit achter een sobere, ongelakte tafel. Een keurig groen-blauw colbert, gesoigneerd grijs baardje. Niet alleen de politieke cultuur is veranderd, ook Roel van Duijn is niet meer de oude. ""Ik ben milder geworden, dat komt toch met leeftijd en ervaring'' zegt hij in een onveranderde, licht geaffecteerde dictie. ""Bij vergaderingen ben ik niet meer wanhopig. Ik denk niet meer: dit redden we nooit. De dingen gaan voorbij, morgen zijn er weer nieuwe kansen. Voor mijn tegenstanders heb ik meer begrip, ik vind het nu ook wel eens prettig om me in hen te verplaatsen.''

Bij zijn terugkeer in de Amsterdamse gemeenteraad in 1986, na tien jaar afwezigheid, bleek veel veranderd. Zijn moties werden niet meer automatisch naar de prullenbak verwezen, zo bemerkte hij tot zijn verbazing. En verder moest Van Duijn vooral erg lachen om de nieuwe generatie politici. ""De autoriteiten liepen allemaal ineens rond met gouden brilletjes en truien. Je kon zien dat ze deel hadden uitgemaakt van de beweging waar ik ook deel van uitmaakte. Maar zij zijn een andere weg ingeslagen en hebben zich bekeerd tot het WTK-complex: Wetenschap, Techniek en Kapitaal. Produktiegroei als maatstaf voor geluk in plaats van harmonie en evenwicht met de natuur.''

De autoriteiten bleken intussen de repressieve tolerantie volledig onder de knie te hebben. Van Duijn, een tikje teleurgesteld: ""Het is niet meer eenvoudig om te provoceren. Als ik nu een groen hoedje opzet in de raad om aan te geven dat ik de financiële specialist van onze fractie ben, dan grijpt Van Thijn ook een groen papiertje en vouwt hij een hoedje om dat te neutraliseren. Het voordeel is wel dat je het niet meer bij goedkope provocatie-effecten kunt laten. Je moet inhoudelijk wat te zeggen hebben.''

Zelf mag hij dan vinden dat zijn mildheid is toegenomen, zijn directe omgeving denkt hier anders over. Een lastige ego-tripper met politieke aspiraties die vaak voorbij gaan aan het eenvoudige bestuurlijke werk van alledag, zo valt binnen zijn eigen fractie te beluisteren. Een fractie die zich overigens kenmerkt door een tamelijk groot verloop. ""Veel mensen zijn slechts tijdelijk betrokken geweest. Het is gewoon heel moeilijk tegen de bierkaai te vechten. In een maatschappij waar de groei centraal staat is een club die op krimp is ingesteld tijdelijk interessant, omdat het curieus is'', verklaart Van Duijn de doorstroom.

Binnen de raad staat de aanwezigheid van Roel van Duijn nog steeds garant voor heftige emoties en ergernissen. De fractievoorzitter stoort zich doorgaans weinig aan gemaakte afspraken, menen zijn collega's van andere partijen. Ondanks de huiselijkheid en harmonie waar de groene politicus naar eigen zeggen prijs op stelt wordt het uitwisselen van meningen met hem vaak als een wat moeizame aangelegenheid ervaren. Niet zelden ontstaat een ruzie-achtig sfeertje. ""Ik wil een Groene revolutie. Dat staat zover af van de over-geïndustrialiseerde wereld dat het noodzakelijk tot vechtpartijen leidt'', zegt Van Duijn, die vervolgens om zijn eigen verklaring moet lachen.

Binnen de commissievergaderingen - zo gaat de raadsbrede kritiek voort - parasiteert Van Duijn op de inbreng van de overige fracties om zelf een betoog op te bouwen. Dossier-kennis is nu eenmaal niet de sterkste kant van de fractievoorzitter. Van Duijn: ""Ik lees niet alle stukken. Ik vertegenwoordig een kleine partij en dat betekent dat we met z'n tweeën elke dag een paar kilo papier krijgen. Hun taktiek is altijd om jou de hele dag aan het lezen te houden. Ik wil ook tijd hebben om zelf stukken te schrijven.''

Het is echter vooral een zeker opportunisme dat hem door de overige raadsleden wordt kwalijk genomen. Onderwerpen waarover Van Duijn nooit eerder op een gedachte betrapt kon worden, staan plotseling op zijn politieke agenda als het publicitair zo uitkomt, zo is het verwijt. Onlangs nog kwam de voorman van Groen Amsterdam onverwacht uit de hoek met het voorstel de WAO en ziektewet onderwerp te maken van een enquête. Raadslid en erkend Van Duijn-opponent Annemarie Grewel (PvdA): ""Als volgende week blijkt dat het cholesterol-gehalte omhoog moet, houdt Roel van Duijn onmiddellijk een pleidooi voor vet voedsel.''

Gevraagd om een reactie is weinig meer te bespeuren van de mildheid en het inlevingsvermogen die de gerijpte Roel van Duijn zichzelf toedicht. ""Dat is ongelofelijk goedkope demagogie'', meent Van Duijn kwaaiig, een lichte trilling in de stem. ""Als politiek opportunist was ik wel, net als Annemarie Grewel, een van de aanvoerders van een grote partij geworden. Ik ben nu al dertig jaar in kleine partijen oppositie aan het voeren. En dan nog durven zij vanuit hun pluche te roepen dat ik een opportunist ben. Toen ik de gemeente ervan beschuldigde dat ze collaboreerde door in de havens toch kolen en olie toe te laten vanuit Zuid-Afrika zeiden ze dat ik op de publieke tribune speelde - hoewel daar meestal geen hond te bekennen valt. Steeds als ik de vinger op de zere plek leg is dat hun verweer. Niks anders dan een truc.''

Muisstille zaal

Leidde alle kritiek op Van Duijn de afgelopen jaren hooguit tot wat onbeduidend politiek handgemeen, eind vorige maand overschreden de schermutselingen het niveau van de brouille. De fractieleider van Groen Amsterdam kreeg het met vrijwel al zijn collega's in de raad aan de stok tijdens de algemene beschouwingen over het begrotingsjaar 1992. In zijn betoog ventileerde Van Duijn ideeën over het stoppen van de toevloed van nieuwkomers in de stad, die voorheen waren voorbehouden aan het gedachtegoed van de Centrumpartij, zo meenden veel raadsleden.

In een muisstille zaal hoorden de aanwezigen Van Duijn zeggen dat voor Amsterdam het moment nadert waarop ""geen grote aantallen nieuwkomers'' meer opgenomen kunnen worden. De voorman van de Groenen sprak van een ""verzadigingspunt'' van de stad, die toch al dreigt te verworden tot een asfaltjungle. Bovendien werkt de toevloed van nieuwkomers vreemdelingenhaat en fascisme in de hand, zo was zijn redenering.

Als gevolg van het geklungel van de drie man sterke vertegenwoordiging van ultra-rechts in de raad viel het met de discriminatie vooralsnog mee, vervolgde Van Duijn zijn betoog. ""Maar we willen er wel op wijzen dat de verdere opbouw van een aanzienlijke allochtone bevolking plaats vindt onder ongunstige omstandigheden, zoals de inkrimping van de verzorgingsstaat.'' Om vervolgens op te merken dat ""het probleem van de nieuwe volksverhuizingen'' bij de wortels aangepakt diende te worden. Het kan bijvoorbeeld geen kwaad als de Nederlandse regering eens aanklopt bij het land van herkomst van vluchtelingen met de boodschap dat het maar eens uit moet zijn met het martelen, meende Van Duijn.

Het bleef nog lang onrustig in de stad. Victor Bruins Slot, de fractievoorzitter van het hoofdstedelijk CDA enkele weken later: ""Zolang een aantal obscure figuren dit soort dingen roept is het niet dodelijk verontrustend. Maar het ligt anders bij iemand die bijna een aureool van heiligheid heeft. Zo wordt dit soort uitspraken minder not done.'' Anne Lize van der Stoel, leider van de hoofdstedelijke VVD: ""Nu hij merkt dat het onderwerp door Bolkestein op de politieke agenda is gekomen verkoopt hij het op een heel verkeerde manier als een milieuprobleem.'' Bruins Slot: ""Hij gaat er electoraal mee aan de haal. Dat neem ik hem ontzettend kwalijk.''

Zelfs fractiegenoot Map Witte van Groen Amsterdam, milieu-actievoerster van het eerste uur, reageert nog steeds wat beduusd op het partijstandpunt waarmee de fractievoorzitter haar tijdens het raadsdebat verraste. ""Nee ik ben het hier helemaal niet mee eens. Maar ik ken Roel al wat langer. Hij stelt je wel vaker voor verrassingen. Ik vind dat hij met zijn optreden een grens overschreed, maar ja, wat moet je er aan doen?''

Emigratiepolitiek

Van Duijn zelf zit merkbaar met de reacties in zijn maag. Bedachtzaam formulerend: ""Ik vind niet dat wij de ogen kunnen sluiten voor het feit dat wij in het dichtst bevolkte land ter wereld leven. Er wonen hier 364 mensen per vierkante kilometer en het is dan ook niet vreemd dat Nederland heel erg vervuild is.'' Dat betekent volgens Van Duijn overigens zeker niet dat er geen vluchtelingen en immigranten meer toegelaten kunnen worden. ""Als je de voordeur open zet moet je tegelijkertijd zorgen dat de achterdeur open staat voor emigranten. Want anders stroomt Nederland over.''

Als het aan hem ligt moeten de inwoners van Nederland, autochtoon en allochtoon, dan ook worden aangemoedigd te vertrekken naar dunner bevolkte streken van de wereld. Australië bijvoorbeeld, waar met gemiddeld twee bewoners per vierkante kliometer nog voldoende ruimte is. Een beetje aanmoediging van overheidszijde kan daarbij geen kwaad, meent Van Duijn. ""Het wordt tijd dat wordt nagedacht over een nieuwe emigratiepolitiek. De deur staat wel open maar niemand gaat er uit. Het is hier warm en de mensen kunnen elkaar cadeautjes geven. Dus je moet een politieke brug maken naar die dunner bevolkte gebieden. Een tijdelijke uitkering voor emigranten bijvoorbeeld en in ieder geval een verhuizingsvergoeding.''

Het verwijt dat hij met zijn betoog vooral de racistische zijde in het politiek spectrum in de kaart speelt wijst Van Duijn van de hand. Resoluut: ""Dat vind ik absoluut niet. Het bevolkingsaantal tot een taboe verklaren uit angst voor de Centrumpartij is eigenlijk een akelig succes voor die partij, een intellectuele capitulatie. Men is bang dit probleem onder ogen te zien, omdat dat uitgelegd zou kunnen worden als een concessie. Alleen maar omdat er een piepklein, rottig fascistisch partijtje bestaat.''

Het wantrouwen bij zijn critici richt zich echter juist tegen het deel van de milieubeweging dat dweept met filosofieën waarin de echo's van ras, reinheid en "Blut und Boden' nagalmen. Voormalig PvdA-raadslid Frans van der Ven, vanaf de oprichting fel tegenstander van Groen Amsterdam: ""Je moet Roel van Duijn op zijn ideeën bestrijden. Groen Amsterdam deugt van geen kanten. Het zijn de nieuwe middeleeuwen: antihumaan, antirationeel en antroposofisch. Rudolf Steiner met zijn rassentheorieën. Dat een zwangere vrouw beter geen neger-auteurs kan lezen, wil ze geen kind met mulatten-haar krijgen, dat soort zaken. Om van hun ideeën over de rol van de vrouw en homoseksualiteit nog maar te zwijgen.''

Spoken zoeken

De antroposofie is een filosofie die Roel van Duijn wel sympathiek is. ""Antroposofie vind ik wel een groene filosofie'', stelt hij voorzichtig. ""Steiner heeft zich bij voorbeeld altijd sterk beziggehouden met de mogelijkheid van landbouw zonder vergif of kunstmest. Maar ik ben geen antroposoof.'' Dat de ideeën van Steiner racistisch zouden zijn bestrijdt hij. ""Ik heb zo langzamerhand aardig wat van Steiner gelezen. Hij maakt onderscheid tussen volkszielen, maar gelooft ook in rasvermenging als bron van vooruitgang. Het westen moet zich met het oosten mengen, dat soort dingen. Dat is helemaal wezensvreemd aan apartheid. Bovendien heb ik in zijn beschouwingen nergens teruggevonden dat het ene volk een Herenvolk is, terwijl het andere tot ondergang gedoemd is.''

De suggestie dat er achter de milieuprincipes van de Groenen een verkapte vorm van ecofascisme schuilgaat veroorzaakt dan ook verontwaardiging aan de grenenhouten tafel. Van Duijn: ""Ik vind dat echt onzin. Een soort spoken zoeken. Ik ben voor parlementaire democratie. Daar was ik vroeger een minder sterk voorstander van, maar ik zie dat het in zo'n heksenketel als de wereld belangrijk is dat er politieke partijen zijn die samen een democratie schragen. Machtsvorming vind ik ook beter aanvaardbaar dan vroeger. Democratie is zonder dat ondenkbaar.''

Ook het in geval van ecologische nood opzij schuiven van de democratie vind bij Van Duijn weinig weerklank. ""Het milieu kan alleen gered worden als een meerderheid van de bevolking zelf vindt dat het moet gebeuren. Je kan je voorstellen dat een ecofiele dictator op een dag zegt: "Jongens, alle vergif is afgeschaft of alle auto's zijn verboden'. Maar dan zullen er toch mensen zijn die dat als onderdrukking ervaren en andere trucs bedenken waardoor het milieu evengoed in gevaar komt. De overheid heeft daarin een duidelijke taak. Ik ben bijvoorbeeld voorstander van de invoering van milieupolitie.''

Van Duijn erkent dat hiermee zijn anarchistische visie over de afschaffing van de staat wel zo'n beetje ten grave wordt gedragen. Hoewel hij blijft vasthouden aan het anarchisme als inspiratiebron voor het individuele bewustzijn. ""Bommen onder het gemeentelijk beleid plaatsen, maar in de kraters bomen planten'', vat hij zijn huidige politieke filosofie samen. ""Ik geloof nu in organisatie. Het rouleren van politici, het ideaal dat ook bij de Duitse Groenen tot zoveel ellende heeft geleid, werkt niet. Juist de lieden met weinig vooruitzichten hebben de neiging om aan hun zetel te blijven hangen, het werkt conflicten in de hand.''

Voor de komende jaren ziet Van Duijn voor de Groenen vooral een taak weggelegd bij het blijven hameren op het gevaar van de economische groei. Het zal nog wel een poosje afgewezen worden maar voor Van Duijn lijdt het geen twijfel: uiteindelijk breekt de noodzaak van economische krimp aan. Bepaalde takken van industrie, zoals de autoproduktie, de luchtvaart en de intensieve varkenshouderij zullen de nieuwe krimp-sectoren worden. Verder geen groei meer, hetgeen tevens een belangrijk onderscheid is met concurrent Groen Links. Van Duijn: ""Groen Links hoopt het milieu te redden door economische groei. Ze willen geld verdienen om filters te kunnen plaatsen, regenwouden kappen om snuffelpalen te kopen. Volgens mij is dat een illusie. Je kunt het milieu niet redden door activiteiten die milieuverpestend zijn.''

Zelf geeft hij alvast het goede voorbeeld. De familie Van Duijn heeft vanzelfsprekend geen auto. De bescheiden grachtenwoning biedt weinig zichtbare luxe. Van Duijn onderhoudt zijn gezin met drie kinderen van de vergoeding van de gemeenteraad, ongeveer 2000 gulden netto per maand, soms aangevuld met de opbrengst van lezingen. ""Hij geeft niets om geld, dat waardeer ik in Roel'', zegt een kennis. Maar enige rekkelijkheid is hem niet vreemd. Zijn principiële vegetarisme was volgens dezelfde kennis niet bestand tegen ""een bord soep met ballen''. Schaakvriend Max Pam betrapte hem reeds jaren geleden op het leegeten van een blik sardientjes. Volgens Van Duijns redenering zijn het echter ""eigenlijk een soort plantjes''. Nu ontkent Van Duijn zelfs ooit vegetariër te zijn geweest: ""In mijn tijd als boer heb ik wat stieren laten slachten. Die beesten geven geen melk, dus jammer. Ik vind wel dat je weinig vlees moet eten.''

Madame Blavatsky

Van Duins persoonlijke levensfilosofie is altijd een belangrijke inspiratiebron geweest bij zijn politieke activiteiten. Voor het spirituele dient dan ook ruimte te zijn in de politiek, vindt Van Duijn. In 1985 keerde hij de toenmalige PPR de rug toe: afgezien van de ontluikende samenwerking van de naar van Duijns mening al te rode CPN en PSP heerste er bij PPR gebrek aan spiritualiteit en bestond er bovendien gêne over de christelijke wortels. ""Alles vervlakte'', herinnert van Duijn zich. ""Je moet je op politieke thema's organiseren. Maar ik vind een sfeer waarin levensbeschouwing alszodanig als iets van oude tijden wordt gezien niet goed.''

Hij groeide op met het theosofische gedachtengoed van madame Blavatsky waar zijn moeder mee dweepte (eens per week verzamelde zij de kinderen om zich heen om zuivere gedachten te denken), en nu voelt Van Duijn zichzelf aangetrokken tot de holistische visie van Fritjof Capra. ""Ik geloof in rencarnatie. Ik probeer holist te zijn, de eenheid van alle dingen te zien.'' Daar slaagt hij overigens niet altijd in, wil Van Duijn wel toegeven, want in de chaos van alledag is niet makkelijk voortdurend een duidelijke ordening aan te brengen. ""Maar op momenten dat ik me goed voel zegt iets in mij dat het waar is'', zo verklaart hij zijn geloof in de totale samenhang.

Daarnaast mag hij graag teruggrijpen op de christen-anarchistische tradities. Van Duijn: ""Van de Goelag Archipel van Solzjenitsyn heb ik geleerd dat de meeste gevangenen ten onder gingen omdat ze nog met allerlei draden vastzaten aan hun leven voor de arrestatie. Er was maar één categorie die er goed tegenkon: de mensen die alle illusies hadden opgegeven, die vrij waren van alle begeerte en niet aan het leven hingen. Die rolden er doorheen.''

Zelf hoopt hij ook ooit zonder illusies te kunnen leven. Een levensdoel dat zo op het eerste gezicht wat in tegenspraak lijkt met zijn voortdurende streven naar de verwezenlijking van een aantal idealen. Van tegenstrijdigheid is volgens Van Duijn echter geen sprake. ""In Provo nummer één schreef ik: we weten dat we verliezers zijn, maar we willen nog wat klappen uitdelen voordat het te laat is. Het geeft niet of je wint of verliest, zolang je vasthoudt aan ideeën en niet de illusie hebt dat je de dingen naar je hand kan zetten. Ik geloof in de kracht van de illusieloze mens.''