Perfecte race Veldkamp op de vijf kilometer

HEERENVEEN, 18 JAN. Bart Veldkamp reed gisteravond bij het Europese kampioenschap in Heerenveen de meest perfecte vijf kilometer uit zijn schaatscarrière. Alles liep gesmeerd en regelmatig. De Haagse stayer bracht bijna voortdurend rondetijden van beneden de 32 seconden op het scorebord. De super-enthousiaste 12.000 toeschouwers wisten het zeker, hun Bartje was op weg naar een wereldrecord. Ze kregen echter ongelijk. Veldkamp miste een kans voor open doel.

De Nederlandse vechtjas had 6.42,03 nodig, drietiende van een seconde méér dan de absolute toptijd die de Noor Johann Olav Koss twaalf maanden geleden in de Thialfhal realiseerde. Veldkamp wist na afloop nog precies waarom het in de slotfase toch nog verkeerd was gegaan. Tussen de dweilmachines in de catacomben van de ijstempel - de ex-astmapatiënt meed de in een rookhol veranderde perszaal - legde hij uit dat hij in de laatste drie ronden was afgeleid, “met name door verbazing”. Het verwonderde hem dat hij zo sterk bleef, dat hij dit keer geen last kreeg van “zere benen”.

Maar ook zijn directe tegenstander, Alexander Baranov, had Veldkamp gehinderd. Eerst figuurlijk. Veldkamp: “Op een gegeven moment dacht ik: Nu moet ik alles uit de kast rijden, want het wereldrecord is haalbaar. Juist toen zag ik die bijna ingelopen Rus op me afkomen.” Kort voor de streep vormde Baranov een letterlijk obstakel. Hij ging niet opzij voor de voluit sprintende Veldkamp, die nu met een boogje om hem heen moest.

Zijn uitstekende, uiteraard gewonnen vijf kilometer verbeterde het humeur van Veldkamp zichtbaar. Tevoren was hij, vertelde hij, “pisnijdig” over zijn optreden op de 500 meter. Op dat openingsnummer van het EK noteerde hij 39.06, niet eens zo slecht gezien zijn persoonlijke record van 38.88. Maar Veldkamp meende dat hij “veel te langzaam” was geweest. “Echt, ik had meteen met dit toernooi willen kappen. Net als vorig jaar. Toen was mijn klassement na één dag ook al kapot.”

Wat dat laatste betreft hoefde Veldkamp niet helemaal te wanhopen. Na twee afstanden bezette hij vanochtend vóór de start van de 1500 meter de derde plaats in de rangschikking. Kansloos is hij niet. Maar het duo vóór hem heeft betere papieren. Het wordt gevormd door Koss en de verrassende nummer één, Falko Zandstra. De Friese EK-debutant, die in Heerenveen een thuiswedstrijd speelt, reed een solide 500 meter: niet ver achter het winnende Italiaanse koppel De Tadei en Sighel werd hij vijfde in 38 rond.

Zandstra sprintte foutloos, ook in de lastige laatste bocht. Enkele concurrenten hadden daar problemen. Koss (38.73) maakte er een duur misslagje, net als Tomas Gustafson. Laszlo Antal gleed zelfs tegen de reclameborden. Adne Sondral nam de lus als een ijsdanser. En dat terwijl hij, vorig seizoen de grote duikelaar, afgelopen zomer als enige Noorse rijder balletles had genomen, met tal van pirouettes om zijn gevoel voor evenwicht te verbeteren. De Viking kon wel huilen, Zandstra bleef jubelen, ook na zijn vijf kilometer: hij werd vierde in 6.46,10.

Met die laatste tijd is hij vrijwel zeker van deelneming aan de Olympische 5.000 meter, waarvan Leo Visser en Veldkamp het startbewijs al op zak hebben. Thomas Bos, die gisteravond een knappe 6.49,17 op de klokken bracht, kan “Albertville” wat deze discipline betreft desondanks vergeten, net als Robert Vunderink. Het talent Zandstra is wellicht dé schaatskampioen van de toekomst. Maar hij betwijfelde zeer of hij morgen als de Europese titelhouder zal worden gekroond. Nee, zei hij gisteravond, over de 1500 meter van vandaag maakte hij zich niet veel zorgen. De tien kilometer van zondag, daar zag hij huizenhoog tegenop.

“Misschien verlies ik op die afstand wel twintig seconden op mannen als Veldkamp en Koss”, dacht de gespierde spijker hardop. Want voor dat zware onderdeel acht hij zijn dunne benen nog niet sterk genoeg. Bovendien heeft hij weinig ervaring. De 10.000 meter reed hij in zijn hele loopbaan pas zeven keer. Ook Rintje Ritsma verwacht dat hij het morgen moeilijk krijgt op de langste EK-afstand. Maar hij bleef lachen, want dit EK kan voor hem niet meer kapot. Als debutant stond hij na twee onderdelen derde. Vooraf had hij getekend voor een plaats bij de eerste acht. “Nu kan ik bij de beste vijf komen”, zei hij gisteravond. “En dat dank ik dan vooral aan mijn vooruitgang op de 500 meter. Dit seizoen heb ik daarop mijn persoonlijke record vier keer verbeterd.”

Bij het EK voor vrouwen maakte Sandra Voetelink gisteren een uitstekende indruk. Achter de Oostenrijkse Emese Hunyady werd ze tweede in 41,37 op het enige nummer van de avond, de 500 meter. Voetelinks prestatie was vrij verrassend, omdat ze na de nationale afstandskampioenschappen van begin januari door bronchitis was geveld. Ze moest een week rust houden, lag zelfs drie dagen in bed en begon zondag aan haar herstel met een voorzichtige wandeling. Onder toeziend oog van bondscoach Arie Koops voerde ze de (kracht)training de afgelopen dagen op. Pas donderdagochtend wist ze zeker dat ze aan de titelstrijd in Heerenveen zou meedoen.

In de Thialfhalf zei Koops na de 500 meter “redelijk tevreden” te zijn over de prestaties van zijn andere drie medien. Yvonne van Gennip eindigde “slechts” als zevende, maar ze werd geplaagd door “een koortslip”. Lia van Schie en Carla Zijlstra raakten verder achterop, maar dat was volgens de verwachting. De kracht van deze tandem ligt nu eenmaal op de langere afstanden.