Ook Nigeria krimpt produktie van olie in

ROTTERDAM, 18 JAN. Nigeria heeft als derde lidstaat van Opec, de organisatie van olie-exporterende landen) besloten zijn produktie te verminderen om de olieprijs omhoog te drijven. Olieminister Jubril Aminu kondigde donderdag in de Nigeriaanse hoofdstad Lagos aan dat zijn land met onmiddellijke ingang 50.000 vaten per dag minder zal produceren.

Aminu, tevens fungerend voorzitter van het Opec-ministerscomité, deed een beroep op zijn collega's om het voorbeeld van Nigeria en enkele andere producenten te volgen. Vorige week besloten Venezuela en Libië al tot een verlaging, met resp. 50.000 en 30.000 vaten, nadat de olieprijs scherp was gedaald. Algerije kondigde gisteren aan een vergelijkbare stap te overwegen.

Tussen november en begin januari ging de olieprijs in totaal met 4 dollar per vat omlaag. Op 8 januari werd op de termijnmarkt in Londen 17,09 dollar voor een vat Noordzee-olie (159 liter) betaald, het laagste niveau sinds een jaar. Sindsdien is het niveau weer iets opgelopen. Gisteren sloot de notering op 18,17 dollar. Maar voor olie uit de Opec-landen wordt gemiddeld niet meer dan 16,50 dollar per vat betaald, hoewel de Opec-richtprijs 21 dollar is.

Marktanalisten zien de vrijwillige beperkingen als een voorbode van toenemende druk op de grootste olieproducent van Opec, Saoedi-Arabië, om ook een bijdrage te leveren aan prijsherstel. Volgens het gezaghebbende vakblad Middle East Economic Survey kunnen de Opec-landen het niet eens worden over een spoedvergadering over de aanbod- en prijsontwikkeling. Zo'n spoedvergadering was eind vorige maand bepleit door Algerije, later gesteund door Iran en enkele kleine producenten als Gabon, Nigeria en Indonesië.

De meeste Opec-leden zouden er nu voor voelen om op de ministeriële vergadering die op 12 februari in Genève begint, met onmiddellijke ingang tot een algemene produktievermindering te besluiten. De februarivergadering is weliswaar bedoeld om het olie-aanbod van het kartel voor het tweede kwartaal van dit jaar vast te stellen, maar de prijsdaling is de afgelopen weken zo fors geweest dat er eerder moet worden ingegrepen. Saoedi-Arabië zou bereid zijn aan een vermindering mee te doen, mits deze pro rata over de Opec-leden wordt verdeeld. Opec is nog steeds niet teruggekeerd naar het systeem van quota dat bij het begin van de Golfcrisis in 1990 werd losgelaten. Elke lidstaat werd toen vrijgelaten om zoveel mogelijk te exporteren en daardoor de weggevallen produktie van Irak en Koewet op te vangen.

De Nigeriaanse minister zei gisteren dat Opec spoedig moet besluiten één tot twee miljoen vaten per dag minder op de markt te brengen. Volgens het Internationaal Energie Agentschap produceerden de Opec-landen in december 24,2 miljoen vaten per dag, het hoogste niveau sinds maart vorig jaar en ruim boven het gemeenschappelijke Opec-productieplafond van 23,65 miljoen vaten per dag.

Ook met de vrijwillige beperkingen van Libië, Nigeria en Venezuela wordt het plafond nog overschreden. Als er geen beperking wordt afgesproken zou de produktie binnenkort nog hoger kunnen uitkomen als Irak weer gaat exporteren. De besprekingen tussen delegaties van de Verenigde Naties en Irak over de VN-voorwaarden voor een beperkte hervatting van de export, worden binnenkort voortgezet. Irak heeft gisteren vooruitlopend op een akkoord met de VN zijn enige olielaadstation aan de Golf, Mina al-Bakr, heropend.