Metropolitisme

De eerste praktijkles modern Indonesisch kreeg ik toen ik bij het vallen van de avond in een taxi van het vliegveld naar Jakarta reed. Het selamat datang (welkom), dat op grote borden langs de tolweg naar de stad prijkt, kende ik al uit de boekjes. Maar de verzuchting die de chauffeur slaakte toen we na betaling van het tolgeld hopeloos klem raakten in een stroom toeterende auto's, kende ik nog niet. Macet, zei hij verontschuldigend en met iets van fatalisme in zijn stem: ""Het zit vast''.

Het woord macet gebruik je als de afvoer is verstopt, als de waterpomp vast loopt, maar hoofdzakelijk als je voor de derde maal op een dag geen kant meer uit kunt in de verkeerschaos van Jakarta. In januari, als de regen met bakken uit de hemel valt, is het nog erger. Laatst sprong ik tijdens zo'n stortbui in een taxi. Drie straten verder liepen we vast in het verkeer, op een moment dat de riolering het regenwater niet meer aan kon. Een kwartier lang zat er geen enkele beweging in de file, terwijl het water steeg. Toen het de portieren begon binnen te sijpelen, kwam de verkeersstroom weer op gang en wist de chauffeur met een enorme boeggolf aan de banjir te ontkomen.

In Jakarta weet je eigenlijk nooit hoeveel tijd je moet uittrekken voor de rit naar je afspraak. Soms lukt het in drie kwartier, soms doe je er twee maal zo lang over. Indonesiërs zijn zelf niet erg punctueel - jam karet, zeggen ze hier, time is rubber - maar moet je naar een persconferentie, heb je een afspraak met de dokter of moet je een vliegtuig halen, dan loopt de bloeddruk op.

De verkeersstremmingen worden gestaag erger. Geduldige cijferaars hebben uitgerekend dat het aantal auto's in Indonesië jaarlijks met 35 procent toeneemt, terwijl de capaciteit van het wegennet maar met 7 procent groeit. In de hoofdstad zie je alle groeistuipen, knelpunten en tegenstellingen van dit land als onder een vergrootglas. Hier wordt het meeste geld uitgegeven, gaat consumptief krediet als warme saté van de hand en rijden dan ook verreweg de meeste auto's. En niet van die kleintjes. De nieuwe middenklasse van Indonesië leeft op grote voet. In Jakarta zie je meer Volvo's en BMW's dan in enige Europese hoofdstad.

Openbaar en commercieel vervoer is er in Jakarta in alle soorten en maten, maar de stadsbussen en taxi's bieden geen uitweg uit de chaos. Zij lopen vast tussen de vele luxe wagens waarmee gegoede Jakartanen zich drie maals daags van en naar kantoor begeven. Dezelfde cijferaars weten te vertellen dat bijna de helft van de particuliere auto's in de hoofdstad per rit maar 1 persoon vervoert, een schril contrast met de uitpuilende, gammele bussen waarmee de eenvoudige Indonesiër naar zijn werk gaat.

Het stadsbestuur van Jakarta heeft twee pogingen ondernomen om de chaos te lijf te gaan. Enkele jaren geleden werd de Patas geïntroduceerd, een comfortabele snelbus met airconditioning, die de witte-boordenwerkers uit hun auto's moest lokken. Patas staat voor cepat (snel) en terbatas (select). Inmiddels liggen de snelbussen even ver achter op hun dienstschema als het andere vervoer, verkeren ze in even slechte staat als de gewone stadsbussen en onderscheiden ze zich alleen nog door hun tarieven.

Langs doorgaande routes zijn tolwegen aangelegd. Het pittige tarief (anderhalve gulden binnen de stadsgrenzen) was aanvankelijk een drempel, maar nu doemen in de piekuren ook op de tolwegen de files op. Een jaar of wat geleden bepleitte een politicus om het voorbeeld van Singapore te volgen: invoering van speciale zones, waar particuliere automobilisten tijdens spitsuren een heffing moeten betalen. Het is er niet van gekomen.

In plaats daarvan heeft het stadsbestuur de jacht geopend op de vervoermiddelen van de armen: becak (fietstaxi's) en bajaj (driewielscooters met koetswerk). Twee jaar geleden werd de becak, die zo lang het straatbeeld had bepaald, uit de hoofdstad verbannen. Honderden fietstaxi's werden van de straat gehaald en demonstratief in de baai van Jakarta gegooid. De bajaj, het enige alternatief voor de vele huisvrouwen en huisbedienden die dagelijks naar de markt gaan, is vorig jaar de toegang tot de doorgaande wegen ontzegd en mag alleen nog de stegen en straatjes van de kampung doorkruisen.

Het driewielervervoer is een gevaar op de weg, zegt het gouvernement van de agglomeratie Jakarta. Misschien, maar het is klein en wendbaar en bovenal betaalbaar. Het stadsbestuur lijkt bevangen door "metropolitisme', het verlangen om aan Jakarta een modern, grootsteeds aanzien te geven en daarin passen blijkbaar geen driewielers en ander grut. Brede boulevards en wolkenkrabbers, een tweede Singapore, zo moet het kennelijk worden. Maar zo lang die boulevards drie maal daags verstopt zitten, blijft de metropool Jakarta vooral een heksenketel.