Koreaanse oorlogsprostituées brengen Japan in het nauw; Troostmeisjes halen hun gelijk

Ahn Jung Bok, schoolmeester aan de Yonghee Basisschool in Seoul, sloeg vorige week de folianten op met leerlingenlijsten van tientallen jaren. Hij las er hoe tijdens de Japanse bezetting van Korea (1910-1945) verscheidene meisjes van tien, elf, twaalf jaar van zijn school werden weggehaald om te dienen als seksslavinnetjes voor de teishintai, de Japanse keurtroepen.

De bevindingen van Ahn Jung Bok staan niet op zichzelf. De afgelopen weken is in Zuid-Korea en in Japan, meer dan 45 jaar na dato, een stroom publicaties en openbare schuldbekentenissen losgekomen over het seksuele misbruik dat het Japanse leger tijdens de oorlog heeft gemaakt van Koreaanse meisjes - historici in Japan en Zuid-Korea schatten hun aantal tussen de 70.000 en 200.000, van wie velen het niet hebben overleefd.

De onthullingen over de slavernij vormen een uiterst pijnlijke zaak voor de Japanse premier Kiichi Miyazawa, juist nu hij voor een al eerder gepland driedaags bezoek in Seoul verblijft, temeer daar zijn regering tot begin deze week in alle toonaarden bleef ontkennen dat des Keizers leger destijds betrokken was bij het ronselen van de "troostmeisjes', zoals ze in de Japanse officiële terminologie eufemistisch worden genoemd.

Miyazawa boog gisteren in Zuid-Korea devoot het hoofd, erkende de door Japan begane wreedheden tijdens de 35-jarige bezetting van het Koreaanse schiereiland, inclusief het seksuele geweld, en sprak van de “onuitwisbare wroeging” hierover in zijn land. Maar de late schuldbekentenis en het - tot nu toe - achterwege blijven van financiële genoegdoening voor de vrouwen die het overleefden, leidden in Zuid-Korea tot het oplaaien van de anti-Japanse sentimenten.

Waarom heeft het zolang geduurd voordat deze omvangrijke Japanse oorlogsmisdaden in het volle daglicht zijn gekomen? Een van de redenen is de schaamte die veel Koreaanse vrouwen koesteren voor wat hen is overkomen. De onthulling heeft in Zuid-Korea een collectieve Aha-Erlebnis uitgelokt. De Koreanen weten uit ervaring of uit overlevering hoe wreed de lange Japanse bezetting was en kennen in feite alle aspecten. Sommige gebeurtenissen staat men voor zichzelf pas na lange tijd toe "onthuld' te worden.

Een andere reden is dat Japan wetenschappelijke rapporten over de kwestie, onder meer van de Zuidkoreaanse hoogleraar, de laatste jaren stelselmatig naast zich heeft neergelegd met het argument dat bewijzen die de aantijgingen zouden moeten staven in Tokio ontbraken. Eergisteren kwam de Japanse historicus Yoshiaki Yoshimi plotseling met documenten waaruit de betrokkenheid van het keizerlijke leger bij de seksuele uitbuiting van Koreaanse meisjes onomstotelijk bleek. “Men heeft de bewijsstukken nooit echt willen vinden”, zei Yoshimi tegen het persbureau AP. Hij had zelf geen enkele moeite gehad met het opsporen van de dossiers.

In december van het vorig jaar, tijdens de vijftigjarge herdenking van de Japanse aanval op Pearl Harbor, trad Kim Hak Sun, een 68-jarige inwoonster van Seoul, naar buiten met haar persoonlijke geschiedenis als een van de vele animeermeisjes tegen wil en dank van de Japanners. Kim was als zeventien-jarige door de bezetters ontvoerd en werd samen met vier andere meisjes het gebruiksvoorwerp van een garnizoen van 300 soldaten. Kim brak de ban, na haar kwamen ook andere Koreaanse vrouwen met hun verhalen. Kim Hak Sun liep deze week voorop in betogingen tegen Miyazawa. “We waren destijds niets anders dan seks-dieren. We voelden ons als een openbaar toilet voor de Japanners”, zei ze tegen verslaggevers. Kim eist van Japan een bedrag van 160.000 dollar aan genoegdoening. Miyazawa heeft laten doorschemeren financiële compensatie voor overlevenden te overwegen.

Tegenover de stugge houding van de Japanse overheid staat de bereidheid van ex-militairen informatie te geven over de gebeurtenissen van toen. Een groep historici riep deze week Japanners die tijdens de oorlogsjaren in Korea dienden op via een speciaal telefoonnummer hun ervaringen over de seks-slavernij door te geven. Enige honderden mannen reageerden en bevestigden het bestaan van de "troostmeisjes'. Sommigen zeiden dat superieuren hen dwongen naar de "troostverblijven' te gaan. “We moesten in een rij gaan staan, onze broek laten zakken en werden dan een voor een op het meisje afgestuurd, waarbij we "Banzai' (ten aanval) moesten roepen”, vertelde een van hen. De Koreaanse meisjes werden niet alleen aan het front in Korea "ingezet', maar werden door de Japanners ook naar andere gebieden in Zuidoost-Azië gebracht.

Volgens de hoogleraar Yun Chung Ok kwamen veel meisjes aan het eind van de oorlog om het leven in de loopgraven of ze werden achtergelaten in de jungle.

Waarnemers in Japan verbazen zich intussen over de houding van de regering in Tokio. Ze wijzen op het verschil in benadering tussen Duitsland en Japan. De Duitsers hebben veel eerder na de oorlog hun schuld erkend en hebben aan diverse vervolgde groepen geld als Wiedergutmachung betaald.

Japan is pas de laatste jaren schoorvoetend met excuses gekomen voor het aanrichten van leed in de eerste helft van deze eeuw, maar heeft niet of nauwelijks financiële compensatie willen geven. Het ligt niet in de Japanse aard fouten te erkennen; officieel speelt het land liever de vermoorde onschuld als het gaat om het verleden.

Met die houding wakkert Japan de nog altijd bestaande, diepgewortelde haat van verscheidene volkeren in het Verre Oosten aan. Aan tegen hem gerichte betogingen merkte de Japanse keizer Akihito vorig jaar tijdens een rondreis door Thailand, Maleisië en Indonesië - landen waar de Japanse bezetting voor de lokale bevolking een "milder' karakter had dan in Korea - hoe sterk het verleden nog leeft.

Kim Hak Sun zei deze week dat de Japanners “wreder en slimmer dan de nazis” waren. Ze zal nu tot het bittere einde doorgaan met het krijgen van smartegeld, maar liever nog zou ze de geschiedenis terugdraaien, zo zei ze in een vraaggesprek. “Geef mij mijn zoete leeftijd van 17 jaar terug. De Japanners ruïneerden de mooie droom van mijn jeugd.”

Foto: Koreaanse klassefoto, genomen in de zomer van 1944. De acht meisjes in uniform op de eerste rij zouden binnenkort naar het front vertrekken om voor de Japanse soldaten te werken (Foto AP)