Kleinere taak voor Hilversum

De landelijke omroepen leveren nog steeds een degelijk produkt. Desondanks verschuift de voorkeur van de luisteraar naar de regionale zenders.

Wie luistert er nog naar Hilversum? Het laatste luisteronderzoek van de NOS (november 1991) schetst het vernietigende oordeel dat luisteraars over het aanbod van de landelijke omroep vellen. Zij die muziek willen horen, kiezen steeds meer voor de kabelstations met continu middle of the road-muziek. En wie de mix kiest van gevarieerde en informatieve programma's, weet in toenemende mate de regionale omroep te vinden.

Afgezet tegen de zeer korte ontstaansgeschiedenis van de regionale omroep gaat het om aardverschuivingen: ze staan ruimschoots op nummer één van de nieuwsverspreiders met 44 procent. Radio 2 en 1 volgen met respectievelijk 32 en 21 procent. In één jaar tijd is het aandeel van de regionale omroep bijna verdubbeld. Op tal van plaatsen is die ontwikkeling blijkbaar reden tot bezinning op "het radiobestel'. Er wordt angstvallig gekeken of de regionale omroepen "niet buiten hun boekje gaan' door meer te brengen dan alleen regionaal nieuws. En er gaan zelfs stemmen op om de regionalen terug te dringen tot een paar uurtjes per dag - om de landelijke omroep meer ruimte te geven.

Luisteraars hebben het misschien veel beter begrepen. Een overgrote meerderheid van hen heeft nog altijd één of twee streepjes op de schaalindeling van de radio staan bij de zenders die zij beluisteren. Geen geavanceerde afstandsbediening als bij de televisie, geen programmagids op het toestel. Simpelweg op het gehoor: bevalt het je niet, dan geef je een slinger aan de knop om bij dat andere streepje terecht te komen. De meeste mensen hebben één favoriete muziekzender en een zender met informatie. En die ene zender-met-informatie moet een compleet pakket bieden: het nieuws in de stad of regio, in het land en in de wereld. Aangenaam verpakt in wat muziek en amusement. Een prettige combinatie van het huidige Radio 1 en 2, maar dan regionaal ingevuld. En natuurlijk dag in, dag uit, horizontaal geprogrammeerd, betrouwbaar en vertrouwd. Landelijke omroepen zijn nooit in staat dat complete pakket te bieden. Niet alleen omdat ze verdeeld zijn in verzuilde omroepen die ieder een "eigen geluid' produceren, maar vooral omdat ze niet over gebeurtenissen in de stad of regio van de luisteraar berichten. Het blijft globaal en in zekere zin anoniem.

Leveren landelijke omroepen dan geen degelijk produkt? Ja, het is heel vaak een goed journalistiek produkt en dat is het al veertig jaar. Er is alleen wat veranderd in de loop van de decennia. Mensen zijn geconfronteerd met een steeds diverser wordend media-aanbod. Dat loopt uiteen van 06-nummers via televisie en tijschriften tot gespecialiseerde vakbladen en het nieuws dat tegenwoordig ook al per telefax wordt aangeleverd. In dat mediabestel is radio meer en meer een aanvulling op het totaal geworden, duidend en in feite een middel voor de consument om prioriteiten te stellen in het gebruik van andere media. Ofwel: je hoort een bericht op de radio over een nieuw bouwplan of een coup in Algerije. Vervolgens slaan echt geïnteresseerden 's avonds de krant op of kijken naar een actualiteitenrubriek - misschien wel Newsnight op de BBC - om de achtergronden te vernemen. De taak van radio is teruggebracht tot het snel, globaal een breed beeld te geven wat zich in de wereld afspeelt; van Nieuw Zeeland tot de eigen stad of regio.

Regionale omroepen hebben daarop ingespeeld. Braken ze vijf jaar geleden nog in op de uitzendingen van de landelijke omroepen, nu brengen ze bijna allemaal een totaalprogramma tussen grofweg zeven en zeven uur. Nu zijn het de landelijke omroepen die nog een enkel half uur "te gast' zijn bij de regionale omroep met landelijke en internationale actualiteiten. En ook die bijdrage is inmiddels door een aantal regionalen geschrapt - Radio Rijnmond (in Rotterdam) en Radio West (in Rijswijk). Dat aantal zal de komende jaren waarschijnlijk toenemen. Want de regionale omroepen hebben inmiddels zoveel zelfvertrouwen dat ze denken nog meer zelf te kunnen doen.

Doen de landelijke omroepen het dan niet goed? Ze doen dat prima, maar het past steeds minder in het totaalpakket dat de regionale omroep wil bieden. Neem de Randstad. Drie kwart van het binnenlandse nieuws dat de landelijke zenders brengen, komt uit die regio. Wordt dus veel sneller en veelal toegankelijker gebracht door een van de drie Randstad-omroepen. Dus het doorgeven van landelijke rubrieken doubleert met het eigen nieuwsaanbod. Als regionale zenders - zeker in de Randstad - de landelijke omroepen niet meer als "gast' toelaten, ontstaat vooral een leemte wat betreft de internationale berichtgeving. Tot nog toe waren de landelijke omroepen niet bereid of in staat dat "op maat' aan te leveren. Dus zijn enkele regionale omroepen dat zelf gaan doen. Dat kan overigens nog veel beter. In ieder geval zijn we heel hard op weg een radioprodukt te leveren dat eigentijds is, aangepast aan de aard van de mediaconsumptie in de jaren negentig. Maar wie weet, vinden de gezamenlijke landelijke omroepen - geschrokken door de luistercijfers - nog een manier om het boven-regionale nieuws op maat aan te leveren, dus volstrekt te integreren in een totaalprogramma.

Op naar het jaar 2000. De regionale omroepen hebben geleerd van de Hilversumse segmentatie. Ze zijn samenwerkingsverbanden gestart. De Randstad is daar één van. Binnenlands nieuws wordt voor het leeuwedeel onderling uitgewisseld. En het verband heeft een eigen buitenlands correspondenten-netwerk - net als iedere landelijke omroep dat op dit moment ook heeft. Hooguit drie - waarschijnlijk elkaar overlappende - netwerken tegenover ongeveer acht die de landelijke omroepen nu hebben. De regionale zenders "spelen' daardoor in het geheel niet voor landelijke omroep. Integendeel. Hun hoofdtaak blijft liggen bij het regionale nieuws. Berichtgeving over de rest van de wereld is een aanvulling: beknopt, snel en to the point - hooguit tien à vijftien procent van het nieuwsaanbod. Luisteraars weten immers in hun behoefte naar méér informatie andere media te vinden. Resteert nog de angst dat er "dubbelop' wordt gewerkt, dat uit publieke middelen een dubbele infrastructuur wordt bekostigd voor het landelijke en vooral internationale nieuws. Het antwoord is simpel: er is nauwelijks een eigen infrastructuur op landelijk niveau, de landelijke omroepen eten mee uit de ruif die de gezamenlijke dagbladen hebben gecreëerd. De uitgevers betalen veruit de meeste kosten van het correspondentennetwerk, de omroepen maken daar tegen een zeer bescheiden vergoeding slechts gebruik van. Als al over samenwerking wordt gesproken, waarom zouden de regionale omroepen dan niet rechtstreeks praten met de dagbladen, zoals dat nu al gebeurt met de regionale reclame?

En de landelijke omroepen dan? Radio 3 blijft als landelijke popzender, Radio 2 brengt zeer lichte tijdloze informatie, service en amusement en Radio 4 is er voor de klassieke liefhebber, Radio 5 wordt bij gebrek aan belangstelling sowieso opgeheven en Radio 1 is overbodig. Deze taak is dan volledig overgenomen door de regionale informatiezender. Daarmee heeft de Nederlandse luisteraar niets verloren en het kost geen cent meer, integendeel. Er is gewoon iets anders voor in de plaats gekomen.