IBM en Hewlett Packard verdringen zich om Bull

PARIJS, 18 JAN. Zelden zal een zwaar verliesgevend bedrijf met zoveel egards zijn benaderd als de Franse computerfabrikant Bull. Het Franse staatsbedrijf dat in 1990 een recordverlies van 6,8 miljard franc (2,2 miljard gulden) leed, is al wekenlang het object van liefdesverklaringen van twee Amerikaanse computerreuzen, IBM en Hewlett Packard. Beide willen graag een "strategisch bondgenootschap' met Bull aangaan en beide zijn bereid daarvoor veel geld - in de vorm van een deelneming in Bull - op tafel te leggen.

Bull heeft dringend geld nodig om de harde strijd om het voortbestaan te kunnen volhouden. Na het dramatische negatieve resultaat in 1990 - een record in de geschiedenis van de Franse industrie - is het operationele verlies (2,35 miljard franc in 1990) vorig jaar “met bijna de helft verminderd”, zo zei president-directeur Francis Lorentz onlangs in de Franse media. Bull heeft sinds november 1990 9000 arbeidsplaatsen opgeheven, hetgeen overeen komt met 20 procent van het toenmalige personeelsbestand. De produktie is in vijf plaatsen geconcentreerd, tegen dertien in 1990.

De Franse staat, die voor ruim 95 procent eigenaar is van Bull, kan het bedrijf dat gespecialiseerd is in de produktie van grote computersystemen ("mainframes'), niet langer te hulp schieten met grote kapitaalsinjecties. Dergelijke operaties zijn niet aanvaardbaar voor de Europese Commissie die streng toeziet op naleving van de concurrentieregels in de Europese Gemeenschap. Uitbreiding van het aandeel van de Japanse computerreus NEC (nu 4,7 procent) is evenmin aan de orde, gesteld dat NEC daartoe bereid zou zijn. De samenwerking tussen Bull en NEC geldt eveneens de "grote systemen', maar de vraag daarnaar neemt af.

De financiële en commerciële gezondmaking van Bull lijkt nu te moeten komen van een Amerikaanse concurrent, die waarschijnlijk een belang “ter grootte van dat van NEC” (Lorentz) in het staatsbedrijf zal mogen nemen. IBM en Hewlett Packard zijn daartoe bereid omdat Bull een strategische positie op de Europese markt heeft die van groot belang is bij de nieuwste slag die zich in de computerwereld aandient.

Het gaat om toepassingen van de zogeheten risc-technologie, vooral bij de grote markt voor personal computers. Risc maakt snelle overdracht van programma's mogelijk ongeacht welk merk computer in het geding is. IBM en Hewlett Packard zien in Bull een belangrijke partner in de strijd wie uiteindelijk met risc de (wereld)standaard zal zetten en daarmee de markt kan beheersen.

De risc-technologie is nu een zaak van vijf grote families, die elk door een Amerikaans bedrijf worden aangevoerd. Het Californische Sun leidt een groep met het Amerikaanse Ahmdal, het Japanse Fujitsi en het Britse ICL (dat door Fujitsu is overgenomen), Hewlett Packard heeft de Japanners Hitachi, Oki en Mitsubishi en het Koreaanse Samsung achter zich. IBM begon wat later met risc, maar werkt sinds kort samen met Apple en Motorola (en produceert al risc-computers in Frankrijk). Het Amerikaanse DEC, dat minder ver zou zijn, heeft het Italiaanse Olivetti als bondgenoot. En ten slotte is er de groep Mips die het grootste aantal "aanhangers' heeft: Compaq, NEC, Siemens, Microsoft en Bull.

Bull-president Lorentz meent echter dat de club die Mips achter zich heeft “niet groot genoeg is om zijn ontwerp (op wereldschaal) door te zetten”. Bull benaderde IBM en Hewlett Packard voor samenwerking en sindsdien zijn de twee Amerikaanse giganten in een felle slag gewikkeld. Vertegenwoordigers van IBM en Hewlett Packard voerden de laatste weken intensieve besprekingen met Bull en met naaste medewerkers van de Franse premier, Edith Cresson. De chef van de regering beschouwt de herstructurering van Bull als een zaak van nationaal belang. In Parijs wordt aangenomen dat uiteindelijk president Mitterrand het laatste oordeel zal vellen over de vraag aan wie Bull zal worden "uitgehuwelijkt'.

Hoewel Bull er dus commercieel niet best voorstaat, kan president-directeur Lorentz in het risc-spel hoog van de toren blazen. “De beste kandidaat is die welke ons in staat zal stellen onze commerciële positie te verbeteren zonder een breuk met het verleden en die ons toegang zal geven tot een zo groot mogelijke catalogus van toepassingen. Hij zal ook een evenwichtige samenwerking aan beide zijden van de Atlantische Oceaan moeten accepteren. Hij zal moeten bijdragen aan het gebruik van ons produktieapparaat (in Angers) en hij zal ten slotte aan ons exploitatie-evenwicht en aan onze winstgevendheid moeten bijdragen”, aldus Lorentz.

Aan dit profiel lijkt IBM beter te kunnen voldoen dan Hewlett Packard. IBM geldt als financieel sterker dan Hewlett Packard. Maar de Franse regering heeft, gegeven haar sterke onderhandelingspositie, nog een extra eis gesteld. De toekomstige partner van Bull moet ook bereid zijn tot technologie-overdracht aan Thomson-SGS. De chipsfabrikant, die eigendom is van de Franse en Italiaanse staatsbedrijven Thomson-CSF en IRI, heeft dringend technologische en financiële steun nodig om de concurrentie met de Japanse chipmakers te kunnen volhouden. Parijs zou ook overwegen afnemers van Thomson-SGS in de onderneming te laten deelnemen. IBM behoort tot de belangrijkste klanten van Thomson-SGS: het betrekt twaalf keer zoveel Frans-Italiaanse chips dan Bull. "Big blue' werkt met Siemens samen bij de produktie van 16-megabit-chips en onderzoek naar 64 megabit-chips.

In Parijs wordt aangenomen dat de gecompliceerde onderhandelingen volgende week kunnen worden afgesloten. Dat de toekomst van Bull weer wat rooskleuriger beoordeeld wordt, bleek begin deze week: de onderneming kreeg een lening van meer dan vijf miljard franc (voor drie jaar) van een groep van ruim dertig internationale banken. Andere niet-Franse banken verstrekten een krediet van 1,2 miljard franc.