Hulp van het Westen; Plannen te over voor hulp

Zo'n zestig landen en internationale organisaties komen volgende week op hoog niveau in Washington bijeen om de hulpverlening aan de voormalige Sovjet-Unie te coördineren, maar de Franse minister van buitenlandse zaken, Roland Dumas, zal er niet bij zijn. De minister heeft het veel te druk, is de officiële verklaring. Naar verluidt vindt de Franse regering dat de grote conferentie in Frankrijk had moeten plaatshebben, of desnoods in Europa, maar niet in de Verenigde Staten.

Het voedselprobleem bij de nieuwe vrienden in het oosten wordt elke winterdag nijpender, maar het zou overdreven zijn te spreken van een eendrachtige inspanning om de bevolking daar te helpen. Eerder houdt het rumoer in de vergaderzalen van de Westerse regeringsgebouwen gelijke tred met het gemor in de rijen voor de Russische winkels.

Zo heeft los van Frankrijk de Europese Gemeenschap al geëist dat een eventueel vervolg op de conferentie in Washington in elk geval in Brussel moet komen, omdat de EG tachtig procent van de hulp voor haar rekening neemt. Als dat het criterium is, zou trouwens niet Brussel de ontmoetingsplaats moeten zijn maar Bonn. Het overgrote deel van de Europese hulp is Duits, zeker wanneer behalve voedselhulp ook kredietverlening in de beschouwingen wordt betrokken.

Over een bijeenkomst in Bonn heeft hij het nog niet gehad, maar de Duitse minister van buitenlandse zaken, Genscher, heeft wel laten weten dat als de Verenigde Staten, Japan en de oliestaten zich niet ruimhartiger opstellen de conferentie in Washington snel afgesloten kan worden. We gaan volgende week niet met z'n allen de Duitse hulp coördineren, is Genschers boodschap.

De Duitsers herintroduceren hier met genoegen het vertrouwde Atlantische begrip "burden-sharing'. De Amerikanen hamerden er altijd op dat Europa een gelijkwaardig deel van de kosten van de defensie tegen de Sovjet-Unie op zich moest nemen. Nu, bij de hulpverlening, worden de rollen omgedraaid.

Terwijl de regering in Bonn nog probeert de bondgenoten in Washington te stimuleren, is het Quai d'Orsay al druk bezig met pogingen het State Department te slim af te zijn. Franse logistieke experts werken in stilte aan een plan dat in hun ogen hèt model voor de humanitaire hulp moet worden: het Kouchner-project. Als het Britse dagblad The Independent het donderdag niet had onthuld, had het plan de coördinatoren in Washington volgende week nog een klassieke Franse verrassing kunnen bezorgen.

Bernard Kouchner was ooit oprichter van Artsen zonder Grenzen en is nu een zeer actieve minister van hulpverlening in Frankrijk. Afgelopen voorjaar deed hij in het door een cycloon getroffen Bangladesh van zich spreken door zich als een van de eerste hoogwaardigheidsbekleders uitgebreid boven het rampgebied te laten rondvliegen.

Zijn project voor Rusland komt neer op het overvliegen vanuit Europa van geladen vrachtwagens met Westerse chauffeurs, die hun spullen persoonlijk afleveren bij winkels in Moskou en St. Petersburg. De winkels komen dan onder supervisie van Westerse bedrijfsleiders. Frankrijk met bijvoorbeeld Prisunic, Groot-Brittannië met Sainsbury en Nederland met Albert Heijn kunnen elk een bepaald gebied onder hun hoede nemen. Bureaucratie, diefstal en speculatie moeten op deze manier worden voorkomen.

Kouchner heeft al experts van regering, supermarkten en vervoerders naar Moskou gestuurd. Een week geleden hebben zij hun plan gepresenteerd aan de Europese Commissie, die de EG-voedselhulp coördineert. De Commissie wil het eerst voorleggen aan de andere elf regeringen. Kouchner zelf zou al hebben gezegd dat Frankrijk desnoods maar alleen zijn plan moet uitvoeren. Parijs zoekt contact met Bonn, maar de Duitsers schijnen de anderen niet te willen loslaten.

En hulpplannen bedenken is geen zaak van politici alleen. De Nederlandse stichting Mensen voor Mensen wil zaden en granen sturen waarmee de hongerende bevolking zelf aan de slag kan. Het Amerikaanse "Vredeskorps' begint een campagne langs business-scholen om 500 organisatie-adviseurs te werven voor vrijwilligerswerk in Rusland.

Al de bovengenoemde regeringen en organisaties koesteren inmiddels eigen contacten in Rusland. Het is nog de vraag of volgende week in Washington iedereen kan worden gehoord en gecoördineerd. Maar de Russische winters zijn heel lang.