Hollands Dagboek: Marja de Leeuw

Marja de Leeuw (36) studeerde Nederlands recht aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam en werkt sinds 1979 als advocaat te 's-Gravenhage. Sinds eind 1989 is zij lid van de Algemene Raad van de Nederlandse Orde van Advocaten, belast met de portefeuille publiciteit. In die hoedanigheid is zij bestuurslid van de Stichting Week van het Recht, die ter gelegenheid van de invoering van het Nieuw Burgerlijk Wetboek van 21 tot 25 januari a.s. de Week van het Recht organiseert.

Donderdag 9 januari

De dag begint rommelig. Ik word al meteen na aankomst op kantoor in volle hevigheid geconfronteerd met de voorbereidingen van de Week van het Recht, de publieksmanifestatie die rond de invoering van enkele belangrijke delen van het Nieuw Burgerlijk Wetboek van 21 tot en met 25 januari a.s. wordt gehouden. Het is een initiatief van de Nederlandse Orde van Advocaten, waarvoor in 1991 ook de Koninklijke Notariële Broederschap en het ministerie van justitie werden geïnteresseerd. Daarmee werd het een gezamenlijk project waarbij 3 belangrijke hoofdrolspelers in ons rechtsbedrijf (advocatuur, notariaat en rechterlijke macht) waren betrokken. Deze drie verenigden zich in de Stichting Week van het Recht met als doel de organisatie van een manifestatie waarbij het publiek op een makkelijk toegankelijke wijze (nader) kan kennismaken met het Nieuw BW en de rechtspraktijk in het algemeen.

De belangstelling van de pers komt goed op gang. Vanochtend opnieuw een journalist te woord gestaan over enkele onderwerpen die per 1 januari 1992 in ons wetboek veranderden en van belang zijn voor de consument.

Tussen alle werkzaamheden voor de Week van het Recht door vraagt ook mijn advocatenpraktijk aandacht. Een deel van de dag besteed ik aan de voorbereiding voor een zitting bij de rechtbank morgenochtend. 's Middags haast ik mij naar de rechtbank voor een gesprek met de rechter-commissaris over een faillissement waarin ik als curator optreed.

Aan het einde van de middag is er op kantoor de afscheidsreceptie voor mijn (inmiddels: oud-)compagnon mr. Stoop, die na 43 jaar advocatuur op 31 december jl. de praktijk heeft neergelegd. De opkomst is groot. Het doet hem zichtbaar goed dat er ook zoveel niet-kantoorgenoten zijn. Tot zijn verrassing krijgt mr. Stoop het eerste exemplaar uitgereikt van een bundel opstellen over farmaceutisch recht die hem, onder de titel "Een gulden pil' wordt aangeboden. Daarna volgt er nog cabaret door enkele kantoorgenoten.

Het loopt zo uit dat ik besluit om de (altijd zeer gezellige) nieuwjaarsborrel bij Fortress in Rotterdam dit jaar maar over te slaan. Van mijn goede voornemen om 's avonds nog wat werk te doen komt niets terecht. We eten 's avonds samen thuis.

Vrijdag

Om 9 uur word ik op de Rechtbank verwacht voor een comparitie van partijen. De zitting wordt na enige tijd geschorst en partijen worden de gang op gestuurd. Het overleg dat volgt leidt er - na diverse koppen koffie - gelukkig toe dat alsnog een schikking wordt bereikt.

Terug op kantoor regel ik nog wat haastklussen om mij daarna naar Amsterdam te spoeden, waar ik aanschuif bij de werkvergadering van de Algemene Raad met de Belgische Nationale Orde van Advocaten, die al uren bezig is. Een omvangrijk gezelschap vereert ons met dit bezoek. Omvangrijk, omdat de Belgische Orde heel anders is georganiseerd dan de onze. Hun bureau bestaat uit de nationale stafhouder, diens waarnemer en twee secretarissen; de Algemene Raad bestaat uit de Dekens uit alle 29 Arrondissementen. Over diverse onderwerpen worden door de betreffende portefeuillehouders van de Algemene Raad inleidingen gehouden. Aan mij de taak een korte uiteenzetting te geven over wat het collectieve publiciteitsbeleid van de Nederlandse Orde van Advocaten omvat en welke filosofie daaraan ten grondslag ligt. Wij zijn op dit punt veel verder dan onze zuiderburen. Alleen al ons budget voor publiciteit is bijna net zo hoog als hun totale budget. Ik geef ook een uiteenzetting over de Week van het Recht die - mede gelet op de samenwerking met het ministerie van justitie en notariaat - toch een uniek project is rond de historische gebeurtenis van de invoering van het Nieuw Burgerlijk Wetboek. Er volgt een levendige discussie.

De Belgische Orde biedt ons 's avonds een diner aan in Hotel de l'Europe. Tijdens het apéritief wissel ik met Hanneke van Son nog even van gedachten over de voorbereidingen van het boek "Pioniers in Toga' dat de Orde uitgeeft ter gelegenheid van de invoering van het NBW en dat op 21 januari a.s. ten doop wordt gehouden. Zij is een van de auteurs van dit boek, waarin onder meer een beeld wordt geschetst van de belangrijke rol die de advocatuur in de afgelopen 150 jaar heeft gespeeld bij de totstandkoming van vaak geruchtmakende rechtspraak. Door de opzet en uitvoering is dit boek ook bestemd voor de geïnteresseerde leek.

Tijdens het - voortreffelijke - diner merk ik dat het weer een tijd geleden is dat ik voor het laatst Frans heb gesproken, maar ik sla me er doorheen. Na het diner verhuist een groot deel van het gezelschap langdurig naar de bar van het hotel.

Zaterdag

's Ochtends gaat het gezelschap per boot door de grachten naar het Rijksmuseum om de Rembrandt-tentoonstelling te bezoeken. Die zou op mij zeker nog meer indruk hebben gemaakt als het niet zo ongelooflijk druk was geweest. Als ik daarna ook nog even de Nachtwacht bekijk, realiseer ik mij dat het echt heel lang geleden is dat ik voor het laatst het Rijksmuseum bezocht; in mijn herinnering (als kind) was dit schilderij veel groter. Het gezelschap gaat per boot weer terug naar het hotel. De lunch die wij de Belgische bezoekers aanbieden sla ik over. Tussen alle drukte door moeten er toch ook nog wat huishoudelijke dingen gebeuren. Wat er nog resteert van de middag gebruik ik dus om boodschappen te doen en de avond om bij te komen van een drukke week.

Zondag

De dag begint laat en lui. 's Middags ga ik naar kantoor. Ik merk dat mijn secretaresse Karin alles wat er vrijdag jl. tijdens mijn afwezigheid gebeurde en binnenkwam weer keurig heeft geordend.

Aan het einde van de middag naar Almere om daar de opnamen bij te wonen van het televisieprogramma dat de AVRO onder de titel "Ons Goed Recht' tijdens de Week van het Recht uitzendt op donderdag 23 januari. Het wordt gepresenteerd door Ria Bremer en mr. van Delden (president van de Haagse rechtbank). In het programma worden aan de hand van een aantal praktijkvoorbeelden waarmee iedere burger te maken kan krijgen, enkele verschillen tussen oud en nieuw burgerlijk recht uitgelegd met tussendoor enkele stukjes amusement, toegespitst op het onderwerp. Aan het einde van het programma wordt verwezen naar de open dag die op zaterdag 25 januari wordt gehouden in zeer veel rechtbanken, kantongerechten, advocaten- en notariskantoren. Het is een leuk, informatief programma geworden. Na afloop van de opnamen wordt er nog geborreld, zodat ik pas na middernacht in Den Haag terug ben.

Maandag

's Ochtends naar de persconferentie die de president van de Haagse rechtbank, de Deken van de Orde van Advocaten, de voorzitter van de Haagse Ring van de Notariële Broederschap en de voorzitter van de afdeling 's-Gravenhage van de gerechtsdeurwaarders geven. Tijdens de goedbezochte persconferentie geven zij een toelichting op (met name) het programma van de open dag in het arrondissement Den Haag. Veel advocaten- en notariskantoren zullen geopend zijn van 10.00 tot 16.00 uur. In het Paleis van Justitie worden onder meer zittingen nagespeeld over zaken als een straatverbod, een ontslagzaak. Daarnaast zullen er ook stands zijn die bemand worden door advocaten, notarissen, deurwaarders etc. In de andere arrondissementen gaat het net zo. Een ieder kan zich vrij voelen advocaten, notarissen vragen te stellen over het recht. Ons recht staat dichter bij de mensen dan velen zich realiseren. Wat ook van belang is, is dat nog meer mensen moeten weten dat met een tijdig gevraagd advies vaak veel narigheid en procedures kunnen worden voorkomen. In de afgelopen maanden is door de PR-contactpersonen van advocatuur, notariaat, rechterlijke macht zeer veel werk verzet om de open dag tot een groot succes te maken. In veel arrondissementen hebben ook andere organisaties (zoals buro's voor rechtshulp, kadaster, Kamers van Koophandel, deurwaarders) bij het programma aangehaakt.

Tussen de middag bezoek ik heel kort de compagnonslunch die elke maandag per vestiging van ons kantoor plaatsvindt. Daarna staat de fotograaf van deze krant op de stoep. Hij is de eerste fotograaf die niet kiest voor een foto in het atrium van ons kantoor. De rest van de middag en een deel van de avond besteed ik aan de gewone advocatenpraktijk. Het is soms moeilijk datgene wat je wilt doen ook daadwerkelijk dezelfde dag uit te voeren. Zo ook vandaag, door vele telefoontjes tussendoor. De avond biedt dan de gelegenheid om, niet onderbroken door telefoontjes, door te werken.

Dinsdag

In de post tref ik een artikel uit de Amersfoortse Courant - een interview met Deken Willem van Hassel en mijzelf - dat mij door een cliënt wordt toegestuurd. Leuk om te merken dat cliënten daar attent op zijn. Hopelijk draagt dat bij aan begrip voor het feit dat het werk voor de Algemene Raad mij dezer dagen zo opslorpt dat een advies soms iets later klaar is dan ik altijd nastreef.

's Ochtends weer veelvuldig getelefoneerd met Erik van Zadelhof, Hoofd Publiciteit van de Nederlandse Orde van Advocaten. Er zijn allerlei last minute dingen die nog geregeld moeten worden. Zonder de steun van Erik en de vier andere pr-medewerkers op het Bureau van de Orde zou het volstrekt onmogelijk zijn ambitieuze plannen als de Week van het Recht uit te voeren. NOS-Laat meldt volgende week maandag aandacht te willen besteden aan het Nieuw Burgerlijk Wetboek met interviews met een advocaat, rechter en notaris. Nagenoeg de gehele middag wordt in beslag genomen door het periodieke overleg van de coördinatoren van de secties binnen ons kantoor.

Aan het begin van de avond borrelen we nog even met enkele advocaten van onze sectie. Ik prijs mij gelukkig dat ik binnen deze sectie werk. De vier compagnons zijn goede makkers van elkaar. Het is merkbaar dat de goede sfeer aanstekelijk werkt op de medewerkers en stagiaires in de sectie.

's Avonds heb ik mijn vaste wekelijkse squash-afspraak met Hugoline de Groot. We zijn beiden zo afgedraaid door het werk dat we besluiten het squashen deze keer maar over te slaan en meteen te gaan eten.

Woensdag 15 januari

De telefoon staat 's ochtends en in het begin van de middag niet stil. Vragen van pr-contactpersonen uit het land, laatste overleg over de landelijke persconferentie die vanmiddag wordt gegeven etc.

Tussen de middag woon ik nog even de wekelijkse sectielunch bij. Die is door alle Nieuw BW-cursussen in de afgelopen tijd (vaak op hetzelfde tijdstip) nogal in het gedrang gekomen.

's Middags naar Perscentrum Nieuwspoort op het Binnenhof.

Tijdens een goedbezochte persconferentie lichten onze Deken, de staatssecretaris van justitie en de voorzitter van de Notariële Broederschap het programma van de Week van het Recht en de doelstellingen ervan uitvoerig toe. Het programma van volgende week bevat echt voor elk wat wils. In de huis- aan-huisbladen worden begin volgende week de programma's per regio afgedrukt. Daarna besteed ik nog een paar uur aan de advocatenpraktijk.

's Avonds dineer ik met Wenda Kroon, notaris en compagnon. Tot de invoering van het Nieuw Burgerlijk Wetboek waren wij de enige dames in de maatschap van ons kantoor en daardoor is een periodieke borrel/eettraditie ontstaan. Zij is lid van de pr-commissie van het Haagse notariaat en in die hoedanigheid ook betrokken bij de organisatie van de Week van het Recht. We wisselen ervaringen uit over de voorbereidingen van de open dag op zaterdag 25 januari.