HAALT AMERIKA 1994?

The Disuniting of America: Reflections on a Multicultural Society door Arthur M. Schlesinger Jr. 91 blz., Whittle Books 1991, f 35,- ISBN 1 879736 00 4

In een recent opinie-onderzoek onder de zwarte bevolking van New York meende 60% van de ondervraagden dat de Amerikaanse overheid moedwillig drugs in de getto's verspreidt om de zwarte bevolking te schaden. Bijna 30% achtte het ””waar'' of ””mogelijk waar'' dat het AIDS-virus door blanke racisten was uitgevonden om zwarten te doden. Arthur M. Schlesinger Jr. haalt deze bevindingen aan in zijn onlangs verschenen The Disuniting of America. Reflections on a Multicultural Society. Het boek, of beter: nogal groot uitgevallen essay, waarvan een gedeelte in het tijdschrift Time werd afgedrukt, gaat over een bekend probleem maar sloeg toch in als een bom.

De uitslagen zijn volgens Schlesinger tekenend voor de dramatische verscherping van de etnische tegenstellingen in de Verenigde Staten. ””Dit land,'' zo betoogt hij, ””ziet zichzelf in toenemende mate als een natie die bestaat uit aparte groepen die langs onoverbrugbare etnische scheidslijnen verdeeld zijn.'' Amerika dreigt te worden verscheurd door ””stammentwisten''. ””Will the center hold?'' zo vraagt de oude ”vlinderdas-liberal' uit de Kennedy-generatie zich somber af.

Bij het schrijven van The Disuniting of America heeft Schlesinger ongetwijfeld het zogenaamde ”Blade Runner-scenario' voor ogen gehad. Volgens dit maatschappelijk draaiboek, dat genoemd is naar de gewelddadige science-fiction film ”Blade Runner' (met Rutger Hauer in de hoofdrol), verworden de Verenigde Staten onafwendbaar tot een Derde Wereldland met alle kenmerken vandien, zoals extreme verschillen tussen rijk en arm, corruptie en politiek machtsverval, en vooral ook etnische conflicten. In deze krant is al vaak aandacht besteed aan deze kwesties, en het verhaal van Schlesinger is dan ook niet zozeer nieuw alswel een geëngageerde cri du coeur.

Aan het eind van de twintigste eeuw heeft het traditionele Amerikaanse credo van de ”melting pot', volgens Schlesinger, zijn werking als maatschappelijk bindmiddel zo goed als verloren. Het geloof in één ”nieuw Amerikaans ras' is allerwege tanende. Onder zwarten, latino's, Aziaten, Indianen en vooral ook onder vrouwen, woedt er, aldus Schlesinger, een ””epidemie van assertiviteit en etnisch zelfbewustzijn''. De ideologie van de ”melting pot' zou nu, aldus Schlesinger, bij de traditioneel achtergestelden gelden als een Eurocentrisch onderdrukkingsinstrument van blanke protestantse mannen van Angelsaksische afkomst, een stam bekend onder de naam ”WASPS', White Anglo-Saxon Protestants.

PROGRESSIEF

Schlesinger staat overigens niet onsympathiek tegenover het emancipatiestreven van de minderheden. Hij was destijds adviseur van president Kennedy en gaat nog steeds als progressief en als pleitbezorger van de pluriforme samenleving door het leven. Niettemin vindt hij dat de minderheden in hun ”cult of ethnicity' zijn doorgeslagen. En dat geldt dan vooral het zogenaamde ”Afrocentrisme' dat volgens Schlesinger volkomen kunstmatig is opgeklopt door radicale zwarte agitatoren.

The Disuniting of America staat vol met voorbeelden waarmee hij dat tracht te illustreren. Zoals die zwarte psychiater die het gebrek aan zwart huidpigment aanvoert als bewijs voor de ””genetische minderwaardigheid'' van het blanke ras. Zoals de zwarte psychologen die hebben ontdekt dat de hersenen van zwarten ””anders'' functioneren, hetgeen de leermoeilijkheden van zwarten in het door blanken gedomineerde onderwijssysteem zou verklaren. Verder verhaalt Schlesinger van de controversiële Leonard Jeffries, hoogleraar aan de universiteit van New York City. Deze zou overvolle collegezalen trekken met zijn rassenleer waarin hij ””het destructieve blanke ras van koude, materialistische ijsmensen'' stelt tegenover het intellectueel superieure zwarte ras van ””warme humanistische zonnemensen''.

In navolging van Reagans voormalige medewerker Dinesh D'Souza, die met zijn Illiberal Education. The Politics of Race and Sex on Campus grote furore maakte, stelt ook Schlesinger de terreur van de ”politieke correctheid' op de Amerikaanse universiteiten aan de kaak. Zo noemt hij gevallen van docenten wier onderwijs door hun eigen studenten onmogelijk werd gemaakt, omdat zij ””minderheids-onvriendelijke'' teksten zouden behandelen. Zoals bekend staan talloze passages uit het Oude Testament maar ook grote delen uit het werk van Shakespeare, inmiddels her en der op de index van verboden literatuur. En onder de slogan ””hey, ha, ho, Western culture has to go!'', is er binnen de bestaande curricula nu volop plaats ingeruimd voor ”cultureel relevante' studieprogramma's.

Wat Schlesinger het meest zorgen baart, is het onderwijs op de basisscholen in de Verenigde Staten. Onder druk van etnische pressiegroepen is in diverse deelstaten het geschiedenisonderwijs over Europa - dat toch al bar weinig voorstelde - tot een minimum teruggebracht. Het argument was dat de systematische ”bias' naar de Europese cultuur een desastreus effect zou hebben op de kwetsbare psyche van kinderen van minderheden.

Inmiddels staan op tal van scholen Afrocentrische lesprogramma's op het rooster. In de daarbij gebruikte leerboeken zijn de laatste Afrocen-trische ”wetenschappelijke' inzichten verwerkt. Zo wordt Afrika voorgesteld als de moeder van de Westerse beschaving. Via het oude Egypte, waar overigens louter zwarte farao's blijken te hebben geregeerd, zou deze beschaving zich naar Europa verspreid hebben. Verrassend is eveneens de informatie dat Beethoven een Afro-Europeaan was, dat niet Columbus maar Afrikaanse zeelui Amerika ontdekten, en dat de Atlantische Oceaan oorspronkelijk de Ethiopische Oceaan werd genoemd.

THERAPEUTISCH INSTRUMENT

In de ”struggle for identity' van de zwarte Amerikanen acht Schlesinger de emotionele hang naar een groot mythisch Afrikaans verleden psychologisch wel begrijpelijk. Maar hij walgt van de gedachte, zo blijkt uit dit boek, dat het geschiedenisonderwijs nu gebruikt wordt als een therapeutisch instrument voor het kweken van etnische eigenwaarde. De historische wortels van Amerika liggen nu eenmaal in Europa en wanneer dat ontkend wordt, is dat volgens Schlesinger pure geschiedvervalsing. Daarmee wordt de jeugd geen enkele dienst bewezen. Voor emancipatie is er immers, zo stelt hij, geen groter struikelblok denkbaar dan slecht onderwijs.

In The Disuniting of America doet Schlesinger alle moeite om aan te tonen dat de Amerikaanse neger een produkt is van eigen bodem. ””The Negro is an American'' en ”'we know nothing of Africa'', zo citeert hij instemmend Martin Luther King Jr. Ook James Baldwin wordt gretig aangehaald. Die schreef immers dat ””the Negro had been formed by this nation, for better or worse, and does not belong to any other - not to Africa, and certainly not to Islam''. Baldwin vestigde zich indertijd in Parijs om het racisme in Amerika te ontvluchten, maar keerde op zijn schreden terug toen hij tot het besef kwam dat hij meer gemeen had met een willekeurige Texaanse ”redneck' dan met welke Europeaan of Afrikaan dan ook.

Schlesinger besluit zijn hartekreet, die overigens wel degelijk een urgent Amerikaans probleem aansnijdt, met een nogal voorspelbare lofzang op de idealen van individuele vrijheid, politieke democratie en mensenrechten. Deze uit de Europese Verlichting stammende noties zouden juist zo typerend zijn voor de Verenigde Staten. En het is de samenbindende kracht van deze idealen die, aldus Schlesinger, het pluriforme Amerika zouden kunnen behoeden voor ontbinding. Mooi geschreven, maar misschien wel een tikje te Eurocentrisch gedacht.