Griekse socialisten zijn gekrenkt door vonnis Tsovólas

ATHENE, 19 JAN. Aanhangers van de populistische vleugel van de Griekse socialistische Pasok hielden gisteravond zeven bescheiden protestdemonstraties in Athene gehouden, waarna alle deelnemers werden opgeroepen om op te marcheren naar het hoofdkwartier van de partij in het centrum van de stad. Daar zat Dimitris Tsovólas, hun idool en held, te wachten op zijn arrestatie en wegvoering naar de gevangenis Korydallós, waar ook nog altijd enkele uitvoerders van de staatsgreep van 1967 worden vastgehouden.

De 48-jarige minister van financiën uit de jaren tachtig was de nacht te voren veroordeeld tot tweeënhalf jaar gevangenisstraf en uitzetting uit zijn politieke rechten voor drie jaar omdat hij met een belastingschuldige hoteleigenaar een schikking had getroffen die onwettig was, zo oordeelde de dertienkoppige rechtbank tijdens de behandeling van het "schandaal Koskotás'. De gevangenisstraf is af te kopen met duizend drachmen (tien gulden) per dag, maar de veroordeelde wil daar niet aan.

“Kom me maar halen”, verkondigt hij. Vlak vóór de uitspraak had hij nog gezegd: “Een veroordeling alleen over mijn lijk, en dat meen ik.” De situatie kan nog een week voortduren, want zo lang wordt meestal op het afkopen van een celstraf gewacht. De Pasok zal voor deze week dus nog alternatieven moeten bedenken. Maandag blijven afgevaardigden weg uit het parlement, een soort staking, en dinsdag houdt de - vrijgesproken - Pasok-leider Andreas Papandreou daar een rede, terwijl buiten op het Plein van de Grondwet een grote betoging plaatsvindt.

Er is sprake van - officieel is het nog niet - dat die dag zal worden gevraagd om gratie voor Tsovólas en de met hem veroordeelde oud-minister George Petsos, die mede met Pasok-stemmen in de rechtzaal is beland en bij de partij minder hoog staat aangeschreven. Volgens artikel 47 van de grondwet kan alleen het parlement om gratie vragen voor veroordeelde ministers of oud-ministers. De rechtse regeringspartij Nieuwe Democratie (ND) heeft daar een meerderheid van 152 op de driehonderd.

Inmiddels is nog een andere procedure op gang gekomen. In ditrict Pyreus ß is een zetel vrijgekomen doordat Tsovólas - die deze in 1990 met een record aan voorkeurstemmen won - zijn politieke rechten kwijt is. Alle negentien Pasok-kandidaten die onder hem op de lijst stonden hebben zich voor zijn opvolging teruggetrokken, zodat voor deze zetel tussentijdse verkiezingen moeten worden gehouden. Daarbij hoopt de Pasok aan te tonen dat zij in de lift is, hetgeen ook kan gebeuren indien, zoals wordt verwacht, de ND niet meedoet.

Maar Papandreou heeft ook zijn eis hernieuwd tot parlementsverkiezingen in het hele land, omdat die van april 1990, die eindelijk de ND aan de macht brachten, in het teken zouden hebben gestaan van misleidende factoren, met Papandreou als beklaagde. De regering heeft reeds geantwoord met de stereotiepe betuiging dat de verkiezingen plaats zullen vinden na haar vierjaren-periode, in april 1994. “De bewering dat de verkiezingen van 1990 zijn gewonnen dankzij het aangespannen proces is komisch. De kiezers hebben Papandreou veroordeeld op grond van de acht jaren van zijn regering en zijn werken.”

Het populistische dagblad van rechts, Eleftheros Typos, dat jarenlang de vloer heeft aangeveegd met Papandreou, kwam gisteren na zijn vrijspraak met een voorpagina vol woede en walging. “Papandreou is een witte duif (...) Niemand heeft blijkbaar die 36 miljard drachmen gestolen (...) Ze houden ons voor idioten (...) Daarom: Laten we gaan, laten we weggaan uit dit land.”