Er hangt een waas van treurigheid over de Sovjet-Unie

Inner Freedom, zondag, Ned.3, 22.31-23.11u.

Over de documentaire Inner Freedom ligt een waas van treurigheid - een waas dat ook over Moskou en over de hele voormalige Sovjet-Unie ligt: de Russen zijn vermoeid, gedesillusioneerd, gedeprimeerd. Na de mislukte staatsgreep van vorig jaar is het communisme gevallen en de totalitaire staat ingestort; maar het vacuüm dat is ontstaan wordt voorlopig alleen gevuld door een prijsexplosie die het leven voor de meeste Russen ondraaglijk duur maakt en door verder niets: oude zekerheden zijn verdwenen, nieuwe zijn er niet. Er wordt veel hervormd, er wordt veel gepraat over mooie zaken als vrijheid, markeconomie en democratie, maar in veel gevallen weten de sprekers zelfs bij benadering niet waar ze het eigenlijk over hebben en als er al iets verandert, dan niet ten goede.

Inner Freedom brengt geen rijen in beeld, maar jongeren die vertellen over hun verwachtingen. Die liggen - als de beelden van de Georgische regisseur Andrej Okromtsjedlisjvili representatief zijn - voornamelijk in het buitenland, of bij de Moskouse vestiging van een buitenlands bedrijf. Okromtsjedlisjvili praat met Irena, een 23-jarige rechtenstudente die geen werk heeft “omdat wat ik wil, hier niet bestaat: bedrijfsjuriste worden” en die tot de conclusie komt waartoe zoveel Russen tegenwoordig komen: “Dit land heeft geen toekomst met de wetten die we hebben en met de mentaliteit die we hebben. Hier bestaat geen kans zelfstandig beslissingen te nemen. Er zijn altijd nog mensen die zeggen wat je moet doen.” Mannequin Natasja (20) houdt het in Rusland helemaal voor gezien: ze wil naar het buitenland, ze heeft in Rusland niets meer te zoeken.

De documentaire Inner Freedom filmt niet zozeer Natasja, Irena, de veertienjarige jongeren die om drie uur 's nachts in een kelder onder een flatgebouw bijeen komen om zich eindelijk vrij te voelen, de straatdichter die op de Arbat zijn satirische gedichten aan de man probeert te brengen of de bejaarde die roept naar Amerika te willen omdat “de Sovjets me geestelijk en lichamelijk hebben verminkt”. Hij filmt vooral dat waas van treurigheid en vermoeidheid dat over de voormalige Sovjet-Unie hangt.

Op zich heeft hij dat heel kundig gedaan. Soms schiet hij mis. Het is een beetje makkelijk het gebrek aan perspectief in beeld te brengen door interviewpartners te ondervragen in een crisiscentrum voor mensen die net een zelfmoordpoging hebben gedaan of in de rij voor het Amerikaanse consulaat. Of de antwoorden dáár representatief zijn, is een open vraag die Okromtsjedlisjvili had moeten vermijden. Het commentaar is soms oneerlijk, want de film begint met de opmerking dat “na de coup de mensen beseffen wat vrijheid is”, maar stelt even later dat er “een immens tekort is aan (vlieg)tickets naar de vrijheid” en het is ook niet eerlijk het lied “America, America” te laten klinken bij de melding dat vorig jaar 100.000 mensen de toenmalige Sovjet-Unie hebben verlaten als de meeste emigranten naar Israel zijn gegaan, en niet naar Amerika.