Drastische ingrepen bij Big Blue komen geen moment te vroeg

ROTTERDAM, 18 JAN. Het historische verlies dat het tachtig jaar oude International Business Machines gisteren bekendmaakte, vormt de eerste boekhoudkundige neerslag van een vergaande reorganisatie. Die moet de onderneming slagvaardiger maken en iets herstellen van de oude glorie die de ooit toonaangevende computerfabrikant omgaf. Maar eerst moest het dode hout uit de organisatie verdwijnen: ten koste van 3,4 miljard dollar werden 29.000 overtollige en hopelijk minst-talentvolle personeelsleden aan de kant gezet.

De afslanking, die dit jaar met het vertrek van nog eens 20.000 mensen wordt vervolgd, is de eerste stap op weg naar "The New IBM'. Op de abrupte vermageringskuur moet een nieuwe verdeling van taken en bevoegdheden volgen, die moeder IBM op termijn zal reduceren tot een bank en adviescentrum. De operationele taken worden ondergebracht in zelfstandige dochterondernemingen die op grote afstand van de concerncentrale zullen opereren. Decentralisatie moet de slapende schoonheid tot leven wekken.

Het potentieel van de organisatie is enorm. Achter het "etiket' Big Blue schuilen bijvoorbeeld: de grootste fabrikant van personal computers, een software-organisatie die maar liefst vijf keer zo groot is als Microsoft (producent van besturingssystemene MS-Dos en Windows) en een fabrikant van disk-drives die de concurrentie, qua omvang, in de schaduw stelt.

De reorganisatie die president-directeur John Akers eind vorig jaar in gang heeft gezet, is gebaseerd op de gedachte dat al die ondernemingen binnen het concern niet tot hun recht kwamen. De divisie-managers moesten voor ieder wissewasje toestemming vragen aan het machtscentrum in de New Yorkse suburb Armonk. De besluitvorming werd daardoor zo traag dat IBM niet snel genoeg kon reageren op kleine, snel opkomende gespecialiseerde bedrijven.

Een fraai voorbeeld van de moeilijkheden die een alwetende concerntop kan veroorzaken was vorige maand te lezen in het Amerikaanse Business Week. Vorig jaar stond de PC-divisie van IBM op het punt alsnog furore te maken op de snel groeiende markt voor draagbare computers, een markt waar het bedrijf het jarenlang liet afweten. Om te kunnen concurreren, werd de prijs van een nieuwe machine op bijna 5000 dollar gesteld. Op last van het centrale gezag werd de verkoopprijs evenwel met ruim duizend dollar verhoogd, zodat de financiële doelstellingen van het concern eenvoudiger konden worden gehaald. De machine werd daarmee onverkoopbaar duur. Later werd de prijs met 2500 dollar teruggebracht. Een daverend succes is het nooit meer geworden.

De macht van de concerncentrale, gecombineerd met jarenlange groei, heeft de onmondige divisiemanagers bovendien enigszins in slaap gesust. De winst- en verliesrekening zagen ze niet als hun directe verantwoordelijkheid. Slechts zelden kwam er iemand langs om een manager op zijn prestaties af te rekenen. Matige managers bleven ondanks slechte prestaties jarenlang op hun plek.

Ook dat is sinds kort afgelopen. Twee directeuren van slecht lopende eenheden moesten eind vorig jaar het veld ruimen. Hun plaatsen werden ingenomen door de leiders van divisies die wel goed presteerden.

De ingrepen van Akers kwamen geen moment te vroeg. In de loop van de jaren '80 liet IBM het op steeds meer gebieden afweten. Het IBM-aandeel in de totale computermarkt liep terug van 36 procent naar 23 procent. Ondanks eerdere reorganisaties - in eerdere operaties werden 50.000 banen opgeheven - liep de winstgevendheid achteruit. En vorig jaar moest dan ook, voor het eerst sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog, de omzetgroei er aan geloven: de activiteiten krompen met zes procent.