De wederopstanding van John Patrick McEnroe

MELBOURNE, 18 JAN. John McEnroe is terug in Melbourne. Machtig als in zijn beste dagen. Met zijn overwinning in drie sets op Boris Becker (6-4 6-3 7-5) nog één keer de grote triomfator, die het perfectionisme nastreeft. Rustiger dan ooit. Umpire Richard Kaufmann hoorde niet één opmerking van de Amerikaan.

John Patrick McEnroe had iets goed te maken op Flinders Park. Vrijdagavond heeft hij het gedaan. In 1990 werd hij in de vierde ronde gediskwalificeerd, wegens wangedrag in zijn partij tegen Mikael Pernfors, vorig jaar sloeg hij zijn beurt over. Nauwelijks een maand nadat hij bekend maakte dit jaar zijn afscheid te overwegen, overtuigde hij 14.500 toeschouwers in Melbourne dat het tennis hem nog niet kan missen.

Bijna 33, zijn rechter-knie ingepakt omdat het lichaam in de tweede ronde, tegen Andrej Tsjerkasov opspeelde, maar vrijdagavond niet stuk te krijgen. Zijn reacties waren ongelooflijk. Zijn voldoening terecht. “Ik heb deze wedstrijd zonder angst gespeeld. Als ik zou verliezen, was het niets bijzonders, gewoon een volgende nederlaag na een jaar waarin ik niet één speler van de top-tien heb verslagen.”

Het realisme van de man, die in 1984 zijn laatste Grand-Slamtoernooien (Wimbledon en New York) had gewonnen, die een jaar later voor het eerst - en voor het laatst - van de toen zeventien-jarige Boris Becker had gewonnen. “Wanneer je van Becker wilt winnen, moet je ongekend vlug kunnen denken.”McEnroe dacht niet alleen snel, hij handelde even vlug. Hij durfde aan te vallen op de service van Becker, die pas na een uur sensationeel tennis zijn eerste ace sloeg. McEnroe ging voor iedere kans, was af en toe niet in staat het geweld van de Duitser te weerstaan, maar groeide in zijn verzet toen duidelijk werd dat Becker niet op zijn best was en dat vrijwel het hele stadion achter hem stond.

Onder die omstandigheden voelt McEnroe de pijn niet. Net als woensdag verscheen hij met een pak ijs op de knie bij de persconferentie. “Twijfel groeit als je weinig grote wedstrijden wint, maar niets was uitgesloten. Het ging geweldig. Wat ik wilde kon ik uitvoeren ook. Voor het eerst sinds zeven jaar heb ik niet achter hem, maar hij achter mij aangelopen. Het is lang geleden dat ik zo goed heb gespeeld.”

De onbuigzaamheid van McEnroe bleek al in het begin van de partij, met een vroege doorbraak, in het vierde spel, op de service van Becker. Die voorsprong werd overigens in de volgende game al ingeleverd, maar de zekerheid dat niets onmogelijk was, bleef bij de Amerikaan. Die overtuiging miste Becker, die als het wat minder gaat "altijd' last krijgt van de blessure in zijn rechter dijbeen. Diep in de tweede set, trok hij zijn wielrennersbroek weer aan onder zijn tennis-short. Anderen zijn daardoor van de wijs geraakt. McEnroe niet. Integendeel.

“Zo heb ik McEnroe lang niet zien spelen”, vertelde Becker. “In vorige partijen hield hij het één uur vol, anderhalf ten hoogste, maar dit keer kende hij geen zwak moment. Daar heb ik toe bijgedragen. Ik was niet op mijn best, ik had last van mijn been. McEnroe tenniste als een speler uit de top-tien, maar de vraag blijft of ik dat ook gedaan heb.”

Bij vlagen wel, maar voor de Australische kampioen van 1991 was dat niet voldoende. De McEnroe van vrijdag 17 januari was alleen te bedwingen door een speler die voortdurend op zijn top draaide.