"De Palestijnse terreur maakt ons leven erg moeilijk'

TEL AVIV, 18 JAN. “De Palestijnse terreur maakt ons leven in Judea en Samaria erg moeilijk. Maar ook daar zullen we overheen komen. De vraag is alleen hoeveel slachtoffers er nog onder ons zullen vallen.”

Elchanan Bin-Nun, de rabbijn van de Gush-Emoniem-nederzetting Shilo op de door Israel bezette Westelijke Jordaanoever, spreekt uit ervaring. Woensdagavond vlogen drie kogels door zijn personenauto die reed achter een autobus die op weg van Jeruzalem naar Shilo onder zwaar automatisch vuur kwam. “De man naast me werd licht aan zijn been gewond”, zegt de rabbijn.

Het was de derde keer dat er in het gebied op zijn auto werd geschoten. In november werd zijn zoontje zwaar gewond bij een Palestijnse aanslag, ook uit een hinderlaag op een bus niet ver van Shilo. “Het jongetje maakt het gelukkig nu weer goed”, zegt de rabbijn.

Hij straalt gedrevenheid uit bij het formuleren van een antwoord op de vraag of het verantwoordelijk is zijn kinderen en zichzelf in gevaar te brengen door zich vast te klampen aan het ideaal van Erets-Israel, het land van Israel. “Dit is ons land”, zegt hij. “Wij leven in een bijzondere tijd. Wij zien de verwezenlijking van de voorspellingen van onze profeten. Het joodse volk herovert zijn land en het samenkomen van joden uit alle delen van de wereld is in volle gang. Ook uit Rusland. Daarom ben ik niet bang.”

Het gesprek met de rabbijn heeft plaats in een personenauto vlak bij het huis van de minister van defensie Moshe Arens, in Savyon, het Wassenaar van Israel. Met vijf andere rabbijnen uit nederzettingen in Judea en Samaria protesteert hij hier tegen het zijns inziens falende veiligheidsbeleid van Arens. “Geef het leger opdracht oorlog te voeren tegen de terreur”, staat er te lezen op een op de auto aangebracht plakkaat.

Rabbijn Elchanan Bin-Nun legt uitvoerig uit dat de veiligheidstoestand voor de joodse inwoners van Judea en Samaria zó kritiek is geworden dat Arens terwille van hun welzijn zich niets meer van de VS moet aantrekken en “datgene doen wat hij weet te moeten doen”. “Het is toch de hoogste plicht van iedere regering, waar dan ook ter wereld, voor de veiligheid van zijn burgers in te staan? Als Arens denkt dat hij die taak om welke reden dan ook niet kan vervullen, moet hij heengaan”, zegt hij. “We zijn voor zijn huis gaan staan om die boodschap aan hem over te brengen.”

De 43 jaar geleden in Haifa geboren rabbijn staat voor honderd procent achter het beantwoorden van Palestijnse terreur met de stichting van nieuwe nederzettingen. “Als de Arabieren dat keer op keer zien gebeuren begrijpen ze misschien dat ze stommiteiten begaan. Misschien begrijpen ze dan dat het beter is ons in ons land te aanvaarden dan op ons te schieten.”

In vrede met de Arabieren - het woord Palestijn komt niet over zijn lippen - gelooft de rabbijn van Shilo niet. Daarom is hij ook fel gekant tegen het vredesoverleg in Washington “waar de VS ons willen dwingen met de PLO te spreken”.

De Arabieren zijn volgens hem “onbetrouwbaar”. “Daarom was ik ook tegen de valse vrede met Egypte. Hoeveel Egyptenaren zijn er sedert deze vrede bij ons vermoord? En hoeveel Israeliërs? Dat is verschil tussen hen en ons. Wij zijn bij hen niet veilig, zij wel bij ons. Als ze het zouden kunnen zouden ze ons vernietigen. Pas als de Arabieren begrijpen dat wij niet kunnen worden verslagen komt er vrede”, zegt hij.

In de visie van rabbijn Elchanan Bin-Nun komen Judea en Samaria onder Israelische soevereiniteit. Van Palestijnse bestuursautonomie kan geen sprake zijn, laat staan van een Palestijnse staat in delen van het historische joodse vaderland. “Wij zullen dat ook niet aanvaarden”, zegt hij. “Wij weten precies hoe dat te doen.” In zijn gedachtenwereld loopt de rabbijn op de nog onbesliste jurdische status van de bezette gebieden vooruit. Hij spreekt erover alsof ze al deel van Israel uitmaken. Dertien jaar wonen in Shilo heeft hem dat goddelijk geïnspireerde gevoel gegeven. Voor hem en zijn volgelingen gelden in de strijd om Erets-Israel geen rationele motieven. Zij zijn er zeker van Gods woord uit te voeren.