De ongemaskerde; De grillen van kamikaze-president Francesco Cossiga

Zijn politieke carrière verliep langs het voorspelbare spoor van de Italiaanse christendemocratie. Minister van binnenlandse zaken, premier en zelfs toen hij in 1985 tot het presidentschap werd geroepen voldeed Francesco Cossiga perfect aan het imago van de ongevaarlijke boekhouder. Tot de Muur viel en Cossiga gek leek te worden. Sindsdien heeft hij de politici onophoudelijk tegen zich in het harnas gejaagd en werd de president een held van het volk.

Vorige maand was het weer dringen bij de Scala. De openingsavond van deze wereldberoemde Milanese muziektempel is een van de belangrijkste mondaine gebeurtenissen van het jaar in Italië. Iedereen die wil meetellen, operaliefhebber of niet, laat zich daar zien. En wie niet sjiek genoeg is voor een rood-pluchen zetel, komt beroemdheden kijken bij de ingang en geeft commentaar op de kleding en juwelen van de dames.

De tientallen bontjassen, in Italië draagbaar zonder sociale schade, worden met gefluit en boe-geroep ontvangen door een paar actievoersters. Onder de kreet "Liever naakt dan in het bont' trekken zij hun t-shirt uit, wat leidt tot commentaar van een omstander dat die creatie hem nog het beste bevalt.

Nadat deze dames door de politie zijn meegenomen mag Francesco Cossiga, de president van Italië, langs de menigte naar binnen lopen. Hij is de afgelopen maanden afwisselend omschreven als een wild om zich heen slaande gek, een ongeleid projectiel, een Don Quichote, of een kamikaze-politicus. In de politieke palazzi van Rome staat Cossiga alleen. Alle ongeschreven regels over presidentieel gedrag heeft hij overtreden en er zijn weinig tenen waar hij niet op is gaan staan.

De rechters zijn tegen hem in staking gegaan, de eerste staking tegen een Italiaanse president. De christen-democraten zoeken wanhopig naar een manier om hun voormalige partijgenoot stil te krijgen en hun Napolitaanse krant Il Mattino schrijft dat de president lijdt aan "een chronisch onvermogen om zijn mond te houden'. De ex-communistische Democratische Partij van Links (PDS) heeft de formele procedure gestart om Cossiga tot aftreden te dwingen. De socialisten hebben hem lang gesteund, wegens zijn suggesties voor een presidentiële republiek, die op maat zijn gesneden voor de socialistische leider Bettino Craxi. Maar nu trekken ze hun handen van hem af: Cossiga had de carabinieri begin december aangezet tot staatsgreep-achtige verklaringen tegen het kabinet en ging daarmee te veel lijken op de leider van een bananenrepubliek, ook al heeft hij de carabinieri direct weer in het gareel geroepen.

Het politieke front tegen hem steunt op een grote Kamermeerderheid. Cossiga is, volgens de titel van het boek dat eerst als "De gek' op de markt zou komen, een Uomo solo, een man alleen.

Maar op die kille decemberavond in Milaan wordt Cossiga warm ontvangen, zowel door de mensen buiten als door degenen die binnen zitten te wachten op het begin van Wagners opera Parsifal. "Leve de president', roepen ze, en "Hard slaan, doorgaan met die houweel', in een verwijzing naar de "houweelslagen' die de president zegt te willen loslaten op het versteende politieke systeem.

Opiniepeilingen bevestigen die steun uit de maatschappij voor een president die vrijwel alle politieke steun heeft verloren. Naast de opkomst van nieuwe protestpartijen is dit een teken hoe groot de kloof is geworden tussen de paese legale, de politiek en de instituties, en de paese reale, de samenleving. Hoe bont de president het ook maakt, hoe groot de krantenkoppen ook zijn, steeds weer zegt een meerderheid van de ondervraagden achter Cossiga te staan.

""De burgers zien in hem de held die de moed heeft gehad zijn masker af te werpen, aan hun kant te komen staan en zich tot hun woordvoerder te maken'', schreef het weekblad Europeo. ""Als het de belangrijkste taak van de president is om de nationale eenheid te vertegenwoordigen, dan doet niemand dat beter dan don Francesco.''

Compromiskandidaat

In zijn eerste jaren in het ambt heeft Cossiga zijn overwegend ceremoniële rol als vader van het vaderland heel anders uitgelegd. Na Sandro Pertini, de geliefde pijproker, de president die meejuichte toen het nationale elftal wereldkampioen werd, die meehuilde op de begrafenissen van slachtoffers van mafia en terrorisme, werd het stil op het Quirinaal, de ambtswoning van de president. Cossiga, ex-premier en ex-minister van binnenlandse zaken, was in 1985 de ideale compromiskandidaat om Pertini op te volgen: kleurloos en daarom voor niemand gevaarlijk. Zijn eerste jaren in het ambt waren rimpelloos, saai. De Italianen wisten nauwelijks dat ze een president hadden, en als ze dat wisten, werd hij "de stille notaris' genoemd.

De omslag komt in februari 1990. Tijdens een bezoek aan Frankrijk zegt hij tegen de Italiaanse journalisten die hem begeleiden: ""Ineens, zoals gebeurt wanneer je plotseling wakker wordt, moet ik denken aan een aantal Italiaanse problemen.'' Wat later zegt hij dat hij last heeft van "steentjes in mijn schoen' en dat hij die kwijt wil.

Dat is de opmaat voor een schier eindeloze reeks "ontboezemingen', zoals hij ze zelf noemt, die bijna dagelijks voor opschudding zorgen. Hij wil de carabinieri op de rechters afsturen. Hij dreigt het parlement te ontbinden tegen de wil van het kabinet in en zegt daarbij dat de president moet kunnen bepalen wanneer verkiezingen nodig zijn - iets dat in Italië niet tot de presidentiële bevoegdheid behoort. Hij zegt dat de Italiaanse politiek "verschijnselen van degeneratie' vertoont en wijst daarbij naar zijn politieke vrienden van vroeger, de christen-democraten. Hij belt een journalist op om te vertellen dat de minister van begroting "een analfabeet' is. Hij schermt met dossiers van de geheime dienst over de voormalige communistische partij die hij openbaar wil maken als de partij hem nog langer blijft aanvallen.

Sommigen zijn zich openlijk gaan afvragen of de president gek is geworden. ""We moeten een duivelsuitdrijver naar het Quirinaal sturen'', schreef La Stampa. Een paar maanden geleden werd wel gezinspeeld op een ziekte: Cossiga zou manisch depressief zijn, en af en toe euforisch worden wanneer hij te veel pilletjes had genomen. ""Ik ben niet gek'', zei Cossiga tegen de journalist Paolo Guzzanti, die hem een paar maanden lang bijna dagelijks heeft gevolgd, en het boek Cossiga, Uomo solo schreef. ""Ik spéél de gek. Dat is iets anders. De gek die de zaken vertelt zoals ze zijn.''

Constante

De filosoof Norberto Bobbio, een van de gezaghebbende grand old men in Italië, heeft dan wel opgemerkt dat Cossiga nu "in oorlog met alles en iedereen' is, maar in al de "ontboezemingen' van de president is een duidelijke constante aanwezig: Italië heeft een schok nodig om de, wat Cossiga noemt, "brezjneviaanse stagnatie' te doorbreken. Toen de Russische leider Boris Jeltsin vorige maand op bezoek kwam, liet Cossiga hem trots een spotprent zien waarop ze beiden met een houweel staan afgebeeld: twee slopers van een systeem dat zichzelf heeft overleefd.

Het politieke stelsel is in zijn ogen gebaseerd op een tweedeling tussen christen-democraten en communisten die volledig achterhaald is - Cossiga's ommekeer kwam niet toevallig zo kort na het neerhalen van de Berlijnse Muur. Hij ziet een roeping voor zichzelf, omdat de politieke partijen zo geobsedeerd zijn door hun byzantijnse machtsspel dat zij de noodkreten om verandering uit de samenleving niet horen. De mafia blijft straffeloos moorden; het begrotingstekort is onbeheersbaar; de steden stikken in de smog; post, telefoon en openbaar vervoer zijn op het niveau van een Derde-wereldland; de overheidsbureaucratie blijft een ondoorzichtige kluwen van vriendjespolitiek, corruptie en minachting voor de burger, maar ondanks alles blijven de politici hun onderlinge schaakspelletjes spelen en doen zij niets als bijna 96 procent van de kiezers - bij een referendum vorig jaar juni - laat weten genoeg te hebben van de "geblokkeerde democratie'.

""Als in een normaal land een president zou doen wat ik doe, zouden ze hem binnen vijf minuten wegsturen'', zegt Cossiga. ""Maar is dit een normaal land? Neen. Dit is een land met lood in de vleugels. En ik, die de president daarvan ben, doe wat ik doe juist om de schandalige abnormaliteit daarvan te signaleren en te onderstrepen.''

Dit verklaart bij voorbeeld Cossiga's dreigement, vorig voorjaar, om het parlement te ontbinden toen een politieke crisis die nergens over ging, de besluitvorming dreigde te verlammen. Het verklaart zijn woede over het feit dat zijn boodschap aan het parlement over institutionele hervormingen afgelopen zomer nauwelijks serieus is genomen. Het verklaart de voortdurende woordenwisseling met zijn eigen partij, vooral met de stromingen van de Zuiditaliaanse politici Gava en De Mita, die volgens Cossiga iedere verandering tegenhouden, omdat hun politieke kracht voor een belangrijk deel is gebaseerd op vriendjespolitiek en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden. Het verklaart ook waarom hij anderhalf jaar geleden hoopvol zei dat het veranderingsproces binnen de (toen nog) Italiaanse communistische partij grote mogelijkheden bood tot de vorming van een nieuwe moderne linkse oppositie, en een paar maanden daarna teleurgesteld de voormalige communistische leiders uitschold voor "dwergen' en "balletje-balletje spelers'.

Gladio

De afbraak van de Berlijnse muur vormt ook de achtergrond van Cossiga's uitspraken over Gladio, het geheime verzetsnetwerk dat formeel gericht was tegen een buitenlandse vijand. Cossiga zegt er trots op te zijn dat hij eraan heeft meegewerkt - als onderminister van defensie heeft hij in 1966 een reglement voor Gladio opgesteld. Provocerend roept de president dat ook hij vervolgd moet worden als de justitie vindt dat de politiek verantwoordelijken voor Gladio nader aan de tand moeten worden gevoeld over acties tegen de Italiaanse communisten. Net zo goed als we nu moeten erkennen dat de tijden zijn veranderd en dat het geen zin meer heeft om de christen-democratische partij tegenover de communistische te zetten, moeten we erkennen dat dat vroeger wèl nodig was, zegt Cossiga.

Zoals hij een streep wil zetten onder het recentere terroristische verleden door Renato Curcio, de oprichter van de Rode Brigades, gratie te verlenen, zo wil hij ook een streep zetten onder de politieke tweedeling - in het laatste geval wel met medailles voor alle betrokkenen. Militaire zaken zijn, met staatsrecht, een stokpaardje van Cossiga, en hij wordt woedend bij iedere suggestie over uitwassen, rechtse-coupplannen en een rol van de geheime diensten bij extreem-rechtse bomaanslagen.

Afgelopen zaterdag legde Cossiga een politieke bom door te zeggen dat de christen-democraten zich in 1948 met hulp van de carabinieri hadden bewapend tegen een mogelijke communistische machtsgreep. Maar hij gaat er dan aan voorbij dat dit een licht werpt op latere verdachte plannen van carabinieri en rechtse politici. En als hij praat over de verboden vrijmetselaarsloge Propaganda Due wijst hij op het lidmaatschap van enkele topmilitairen en zegt dat in die loge ook galantuomini (mannen van eer) en patriotten zaten - terwijl de loge juist probeerde een oncontroleerbare staat binnen de staat te vormen.

In maart vorig jaar gaf hij een ex-communistisch Kamerlid een stukje van de Berlijnse muur, als teken dat de oude schema's niet meer gelden. En hij kon het niet waarderen dat hij als "tegencadeau' een stukje van het station van Bologna kreeg, in 1980 zwaar beschadigd - 85 doden - bij een bomaanslag door extreem-rechts.

Cossiga vindt dat het onderzoek naar deze en andere rechtse wandaden moet worden afgesloten, ook al is voor de meeste nooit een schuldige gevonden.

Breekijzer

Het verleden is goed en moet met rust worden gelaten, is de boodschap van Cossiga, maar het heden moet radicaal anders. Zo worden de aktes geschreven in een Shakespeariaans drama van een man die het als zijn roeping ziet het breekijzer te zetten in het politieke systeem waarvan hij, toen hij zes jaar geleden tot president werd gekozen, een van de meest zichtbare exponenten was.

Cossiga doet dat met al de kwaliteiten en gebreken van zijn karakter: de koppigheid van een Sardijn, de vaak onbesuisde en overtrokken reacties van een in wezen verlegen en gesloten man die besloten heeft eindelijk zijn mond open te doen, het gevoel voor theater van een door de wol geverfd politicus.

Als de leiding van de christen-democratische partij bijeenkomt, laat Cossiga het bericht verspreiden dat hij overweegt af te treden, in de hoop op steunverklaringen. Na een negatief artikel in het weekblad Espresso, eigendom van De Benedetti, laat hij woedend alle Olivetti-computers weghalen uit het Quirinaal - De Benedetti is ook president van Olivetti. De christen-democratische leiders Antonio Gava en Ciriaco De Mita, door Cossiga gezien als zijn grootste vijanden, worden bijna dagelijks beledigd. ""Het gebeurt me wel eens dat ik onbegrijpelijke dingen zeg als ik te veel praat'', aldus Cossiga, niet zonder enige zelfkennis. ""Maar dat gebeurt De Mita ook als hij weinig praat.''

Al bijna twee jaar is de president niet meer weg te slaan uit de media, de belangrijkste spreekbuis voor een officieel partijloze president met weinig formele macht. 's Ochtends voor de radio, daarna in de krant, en 's avonds in het journaal of, zoals een paar keer is voorgekomen, in een toespraak tot het volk via de drie zenders van de staatsomroep RAI. Sinds de president eenmaal begon te praten, is hij niet meer gestopt. De "stille notaris' van vroeger geniet van de microfoons en de tv-lampen. Zo weet hij ook de voorpagina's en het journaal te halen door de afloop te verklappen van Beautiful, een enorm populaire soap opera.

Regelmatig belt Cossiga zijn perschef Ludovico Orlando om hem, soms met jongensachtig enthousiasme, te vertellen dat hij zich weer eens heeft laten gaan. Orlando heeft berust in de onmogelijkheid om Cossiga te behoeden voor uitglijders, om hem over te halen de dingen wat minder hard te zeggen. ""Doe maar wat u wilt, president, ik heb het opgegeven'', zei hij onlangs.

""Ik weet dat ik provoceer'', zei Cossiga tegen de journalist Guzzanti. ""Het zou veel makkelijker zijn geweest, veel minder pijnlijk, om te doen wat ik eerst deed: een toespraak bij een opening en een handkus voor de dames.'' Maar nu ""doe ik al het mogelijke om een stilstaand moeras in beweging te krijgen''.

Persoonlijke rancune

Het is nog te vroeg om de balans op te maken van het "Cossiga-effect'. De president heeft met zijn kritiek op het politieke stelsel in ieder geval een gevoelige snaar geraakt bij de kiezers; het resultaat daarvan moet over een paar maanden blijken, bij de parlementsverkiezingen.

Maar juist omdat hij zoveel mensen heeft aangevallen en daarbij niet schroomt zijn persoonlijke rancune uit te leven en stokpaardjes te berijden, ontkracht Cossiga zichzelf. Omdat zijn ontboezemingen zo verschillend van aard zijn, omdat zijn doelwit voortdurend verandert, is er wel veel beroering, maar weinig beweging in het moeras. De boodschap gaat verloren in het lawaai dat Cossiga maakt, schreef de filosoof Bobbio.

Cossiga ziet zichzelf graag als de wegbereider van de Tweede Republiek. Hij trekt dan een parallel met Frankrijk aan het einde van de Vierde republiek, waarbij mafia, begrotingstekort en een niet functionerende overheid samen het "Algerije van Italië' vormen. In Frankrijk kwam toen De Gaulle aan de macht. ""Maar ik ben geen De Gaulle'', zei Cossiga tegen het weekblad Time. ""Op zijn hoogst hoop ik een Coty (de Franse premier René Coty, red.) te zijn die de weg heeft vrijgemaakt voor De Gaulle'' en de Vijfde republiek.