Daniel Yergin: The Prize. The Epic Quest for Oil, ...

Daniel Yergin: The Prize. The Epic Quest for Oil, Money and Power 917 blz., Simon & Schuster 1991 (1991), f 35,60

John Campbell: F. E. Smith. First Earl of Birkenhead 918 blz., geïll., Pimlico 1991 (Jonathan Cape 1983), f 62,85

Garry Wills: Under God. Religion and Amertican Politics 445 blz., Simon and Schuster 1991 (1990), f 29,50

Arthur Cotterell: China. De cultuurgeschiedenis voor, tijdens en na het Keizerrijk 346 blz., geïll., Hollandia 1991, vert. Yolande Ligterink (John Murray 1988), f 49,50

Richard Pipes: The Russian Revolution 944 blz., geïll., Vintage Books 1991 (Knopf 1990), f 41,05

Daniel Yergin: The Prize. The Epic Quest for Oil, Money and Power

917 blz., Simon & Schuster 1991 (1991), f 35,60

""Een jaar geleden zei iedereen "Het olietijdperk is voorbij','' zegt Daniel Yergin in een interview in het Boekenbijvoegsel van 2-3-91. ""Olie was gewoon een grondstof als elke andere, maar de politieke macht van olie is zichtbaarder dan ooit. Sinds de Golfoorlog is olie weer een onderwerp dat tot ieders verbeelding spreekt.'' In The Prize heeft de historicus en zakenman Yergin een brug geslagen tussen de olieproblematiek en internationale diplomatie. Het is een monumentaal werk waarin de politieke en sociale gevolgen van olie worden beschreven vanaf 1859 tot de Iraakse inval in Koeweit. Yergin weet oliebaronnnen, geologen, staatslieden en Opecministers door talrijke details en anekdotes tot leven te brengen.'' (Michèle de Waard, Boekenbijvoegsel 2-3-91).

John Campbell: F. E. Smith. First Earl of Birkenhead

918 blz., geïll., Pimlico 1991 (Jonathan Cape 1983), f 62,85

""Op 10 januari 1919 werd John Campbell, 47 jaar oud, tot Lord High Cancellor (kanselier) benoemd; daarmee werd hij de hoogste ambtenaar van het Verenigd Koninkrijk en nam hij tevens als eerste baron (later graaf) Birkenhead zitting in het Hogerhuis, maar daarmee sneed hij zichzelf bovendien de pas af naar een eerste ministerschap.

Smith beschouwde aanzien in de eerste plaats als een mogelijkheid om van het leven te genieten. Zijn biograaf Campbell noemt hem mede daarom een renaissance-mens en heeft tegen de 900 pagina's nodig om dit bestaan vol virtu uit te schilderen. Maar het leven is te mooi [...] om zoveel leestijd te besteden aan een man die welsiswaar in Engeland een begrip is, maar die wereldhistorisch gezien toch van het tweede garnituur bleef."" Leo Rijkens in NrcHdb 29-9-84.

Garry Wills: Under God. Religion and Amertican Politics

445 blz., Simon and Schuster 1991 (1990), f 29,50

""Under God is een nogal losse verzameling essays met als onderliggend thema de verstrengeling van godsdienst en politiek in de Verenigde Staten. In de inleidende beschouwing stelt Wills dat de Amerikaanse samenleving ondanks de scheiding van kerk en staat, altijd diep doortrokken is geweest van religieus sentiment. De idee [...] dat de Amerikaanse cultuur gekenmerkt zou worden door een traditie van rationaliteit en intellectuele scepsis, berust volgens Wills op een misvatting. Het huidige Amerika is, zo betoogt hij, evenzeer het historisch produkt van het protestantisme als van de moderne Verlichting. Under God is een niet overal even makkeljk leesbaar, maar wel omvattende poging een belangrijk aspect van de typisch Amerikaanse, en daarmee voor Europeanen wellicht wezensvreemde, volkscultuur te ontrafelen. Het lijkt me dat wie iets van de complexe Amerikaanse geestesgesteldheid wil begrijpen, niet aan dit boek voorbij kan gaan.'' Thomas Bersee, Boekenbijvoegsel 16-3-91.

Arthur Cotterell: China. De cultuurgeschiedenis voor, tijdens en na het Keizerrijk

346 blz., geïll., Hollandia 1991, vert. Yolande Ligterink (John Murray 1988), f 49,50

""Arthur Cotterell, hoofd van het Kingston College of Further Education, heeft al eerder boeken over China geschreven. [...] De vroege periode van China is nu weer het minst zwakke onderdeel van deze "cultural history'. De tweede helft van zijn Chinese geschiedenis is vrijwel uitsluitend politiek. Leuk voor hen die zich wat meer in de de geschiedenis van China verdiept hebben zijn originele miskleunen over bijvoorbeeld de positie van kooplieden, de lege Indische oceaan van Vasco da Gama en geheime genootschappen. Toch blijft het een mooi en leesbaar boek.'' E. B. Vermeer in Boekenbijvoegsel 6-8-88.

Richard Pipes: The Russian Revolution

944 blz., geïll., Vintage Books 1991 (Knopf 1990), f 41,05

""Pipes is iemand met een eigenzinnige mening en een gigantische eruditie. Hij karakteriseert de revolutie van 1917 in de eerste plaats als een boerenrevolutie, sterk anarchistisch van toon. De boeren (de grote meerderheid van de bevolking) hadden drie eeuwen lijfeigenschap in hun botten. Zij waren gewend aan absolute gehoorzaamheid aan de heerser. [...] Met het verdwijnen van het prestige van de tsaar verdween automatisch ook het prestige van de staat en de regering. Rusland verviel tot anarchie. [...] Wat Pipes heeft geschreven, is niet onomstreden. Kun je, om maar iets te noemen, niet met evenveel recht beweren dat het totalitaire karakter van het bolsjewistisch bewind werd bepaald door de moderne ideologie en technologie, in plaats van door de autocratische erfenis? [...] Maar onomstreden is vaak oninteressant. Pipes' boek mag er zijn als standaardwerk over de Russische revolutie."" Marc Jansen in Boekenbijvoegsel 8-12-90.