Columnist verstrikt in cliché's over Friezen

Friezen, althans een relevante groep ervan, ijveren voor hun eigen taal. Dit is een proces van eeuwen, niet van jaren. Deze "strijd' wordt gevoerd met veel cultuur, wat minder politiek en zonder geweld. En hoewel er zonder schromelijke overdrijving sprake is van een Fries volk, bestaat er geen Friese staat. Dus ook geen autonomie. Hierover zeurt "een' Fries niet; hij maakt geduldig en creatief gebruik van de mogelijkheden die er wèl zijn. En houdt zelf rekening met zijn Nederlandstalige omgeving.

Bovenstaande zaken zijn (a) goed nieuws, en (b) relevant voor de huidige wereldpolitiek. Maar medewerkers en columnisten van NRC Handelsblad zien dat anders en blijven liever steken in Belgenmoppen. Martin van Amerongen behandelt twee vergelijkingen, "Friesland/Estland/Baskenland' en "Friesland/Stellingwerf'. Het eerste is onvergelijkbaar, het tweede vergelijkbaar (NRC Handelsblad, 10 januari).

Afgezien van het ware cliché, dat elk minderheidsgeval vergelijkbaar èn uniek is, maakt Van Amerongen zulke grove redeneerfouten dat zijn stellingen onhoudbaar worden. Dat de Friezen niet met geweld zijn onderdrukt zoals de Esten is - alweer - goed nieuws. Maar moet men zogezegd de oorlog hebben meegemaakt om iets te vinden of te willen? Ik weiger te geloven dat de wereld zo in elkaar steekt.

Dat "de' Friezen bovendien onverschillig zouden zijn voor hun eigen taal en cultuur is een wijdverbreid misverstand. Ik ben opgegroeid in een kenmerkend milieu van geletterde Friezen - buiten Friesland. Aan Fries-nationale uiterlijkheden als de FNP en de Warnsbetinking doen wij niet mee. De Friese vlag ging niet uit, de Nederlandse wel. Maar de negentiende eeuwse "Rimen en Teltsjes' van de broers Halbertsma moest je wel gelezen hebben. Friezen zijn wat dat betreft net Nederlanders.

Anderzijds spreekt een meerderheid van de Friezen nog steeds Fries, een gewoonte die uit Ierland en Wales met enige jaloezie wordt gadegeslagen. Zo niet hier. Wat je van ver haalt is immers lekker.

Het derde en laatste argument - dat het Fries allang als tweede rijkstaal is erkend - suggereert veel, maar betekent weinig. Het Fries wordt inderdaad op school gedoceerd, maar daarin worden de Friezen niet bevoorrecht zoals vaak ten onrechte wordt gesuggereerd. Overal waar een streektaal in levend gebruik is, kan het onderwijs daaraan aandacht besteden. Er zijn dus ook kinderen die op school Gronings leren. Verder verbiedt de rechter ieder rijkstaalachtig gebruik van het Fries. De PTT pleegt staatscensuur op (wettig aangenomen) Friese plaatsnamen, en er is geen haan die ernaar kraait. (Niemand vraagt zich af hoe duur zo'n mutatie in de telefoonboeken is en waarom 's-Gravenhage zijn naam probleemloos in Den Haag kan veranderen). Als meneer Spithost na twintig jaar Friesland geen Friese cultuurnota wil kunnen lezen, mag hij een gratis vertaling aanvragen. (In werkelijkheid is de heer S. trots op zijn beheersing van het Fries, maar het gaat om "het principe'). Als de VVD betoogt dat immigranten zich moeten aanpassen of wegwezen is iedereen het daar eigenlijk wel mee eens. De commissaris der koningin Hans Wiegel spreekt nog altijd geen woord Fries, maar daarover hoor je niemand.

Tenslotte minacht Van Amerongen de Friese "woelratterij', in tegenstelling tot het echte werk in het buitenland, eigenlijk omdat men er niet op los slaat. Bekijken we nu de vergelijking tussen de Friezen en de Stellingwervers. “Zoals de Hollanders zich vrolijk maken over die malle Friezen, zo zien die Friezen neer op die merkwaardige Stellingwervers”, aldus Van Amerongen. Let op het subtiele onderscheid tussen andermans "minachting' en diens eigen "vrolijkheid'. Er bestaan inderdaad óók in Friesland Spakenburgs-Bunschoter rivaliteiten. Tot zover heeft de columnist gelijk.

Leden van de Fryske Akademy en Friese schrijvers, de Friestalige intelligentsia, doen hier echter nadrukkelijk niet aan mee. Schrijvers als Jan Wybenga en Rink van der Velde nemen op sarcastische wijze stelling tégen anti-Stellingwerfse sentimenten. Er zijn zelfs mensen die tolerantie en ruimhartigheid aan de dag leggen zonder dat ze in Amsterdam wonen. De Stellingwervers worden overigens niet gediscrimineerd door de Friese overheid, eenvoudig omdat deze op cultureel gebied niets over hen te vertellen heeft. Als een Stellingwerver geen Fries wil leren, hoeft hij dat niet. Als hij zijn eigen taal op school wil, moet hij zich wenden tot Den Haag. Boeken in je eigen taal zul je zelf moeten schrijven; een ander lost jouw probleem niet op. De zeventiende eeuwse Fries Gysbert Japiks had dat goed in de gaten; de Stellingwervers krijgen het ook door. Hun "schrieversronte' is een stap in de goede richting. Maar dat interesseert Van Amerongen natuurlijk niet echt. De Stellingwervers zijn gewoon de Palestijnen van Van Amerongen: solidariteit met het boze buurjongetje van je boze buurman.

Hoe de Nederlandse intellectueel op zijn beurt denkt over alles wat Fries is, leest men bij Van Amerongen. Hij is dan ook niet de enige. Ten eerste ligt de "vrolijkheid' over het Fries en de Friezen stevig verankerd in de Nederlandse literatuur. Zie bij voorbeeld Piet Grijs, Bob den Uijl, J.B. Charles en W.F. Hermans. Ook deze krant mag er wezen. Friesland wordt "dichtgetimmerd met onleesbare borden', personeelsadvertenties in het Fries zijn "krankzinnig' (aldus Liesbeth Koenen) en de regionale Omrop Fryslân is nergens voor nodig omdat "de Nederlandse cultuur die niet kan gebruiken'. Samenvattend is de steen des aanstoots niet de inhoud of uitvoering van Friese cultuur(politiek), maar het bestaan ervan.

Anderzijds bestaat er op de cultuurpagina van deze krant serieuze aandacht voor de film De Dream, het toneelstuk Gleon van Suver Nuver, een tentoonstelling over Nynke fan Hichtum en over de boeken Ald Ark en het Wurdboek fan de Fryske Taal. Maar waarom moet het Fries dan zo nodig verdwijnen als het aan vaste medewerkers en gezichtsbepalende columnisten ligt? Ik kan maar één antwoord bedenken. Omdat een boek in het Nederlands cultuur is en een boek in het Fries nationalisme. Daarom, zo neem ik maar aan, kan Van Amerongen zijn vrolijkheid laten plaatsen naast een artikel van rabbijn L.B. van de Kamp: "Vreemdelingenhaat, racisme, antisemitisme en discriminatie zijn slechte zaken'. Wat u zegt! Zo kan ik óók tolerant zijn!