Bedrijfsleiding verzekert zich tegen schade

LAREN, 18 JAN. Steeds meer bestuurders van bedrijven sluiten verzekeringen af om zich te beschermen tegen schadeclaims. Mondiger wordende aandeelhouders wijzen namelijk in toenemende mate naar directeuren en commissarissen als zij zich gedupeerd voelen.

De Ondernemingskamer blijkt met zijn enquêtes een angstspook voor menig lid van de raad van bestuur. De verzekeraars spelen daar handig op in. Maar in hoeverre wordt deze dreiging omgezet in daden, hoe vaak wòrden bestuurders aansprakelijk gesteld? In Nederland blijkt het om zo weinig gevallen te gaan dat sommigen zich afvragen of daarvoor een verzekering nodig is. In Amerika worden meer claims uitbetaald, maar de polissen voor bestuurders blijken niettemin vooral lucratief voor de verzekeraars zelf.

Verschillende experts gaven gisteren in het Larense Singer Museum hun visie op de voetangels en klemmen van de aansprakelijkheid van bestuurders. De helft van het publiek, bestaande uit verzekeraars en industriëlen, zei een "aanzienlijke' toename van het aantal claims op bestuurders te verwachten. Opiniepeiler Maurice de Hond ontdekte met behulp van zijn elektronische graadmeter dat ruim 70 procent graag een verzekering tegen aansprakelijkheid zou afsluiten.

Tot die laatste groep behoorde niet prof.mr. W.J. Slagter, oud-enquêteur bij het gefailleerde bouw- en handelsconglomeraat Ogem. Hij benadrukte dat hij die dag het enige objectieve verhaal vertelde. Slagter adviseert bestuurders in Nederland geen aansprakelijkheidsverzekering af te sluiten. Hij vindt het risico te klein voor een aparte verzekering.

“Ik ken uit de Nederlandse juridische literatuur van de laatste tien jaar maar vijf gevallen waarbij bestuurders persoonlijk met de consequenties van hun wanbeleid te maken kregen. Amerikaanse toestanden hebben we in Nederland niet, en krijgen we ook niet”, zo voorspelde Slagter.

Slagter vindt dat "zijn' zaak tegen bestuurders van Ogem “vrijwel niets” heeft opgeleverd. “De zaak leek een olifant maar een bleek een muis te zijn”, aldus Slagter. Hij liep daarmee vooruit op het eindrapport van de curatoren Ophof en Slager, dat komende maand zal worden gepresenteerd. Curator Ophof vertelde eerder aan deze krant dat hij geen civiele procedure zal aanspannen tegen de ex-bestuurders van Ogem, alhoewel het Ogem-bestuur door de Hoge Raad is veroordeeld voor wanbeleid. Hen aanspreken op hun persoonlijke verantwoordelijkheid bleek te weinig kans van slagen te hebben. Ophof heeft zich tevreden moeten stellen met een schikking die waarschijnlijk net voldoende is om de proceskosten te betalen.

Mr. L.G. Eykman, partner van het advocatenkantoor Trenité van Doorne, was het gisteren niet eens met Slagter en toonde zich een warm pleitbezorger van aansprakelijkheidsverzekeringen. De veteraan, die een veertigjarige staat van dienst heeft, was destijds net als Slagter bij Ogem betrokken. Eykman stond echter aan de andere kant: hij was advocaat van de Ogem-bestuurders. “Ik heb mij rot gewerkt om te zorgen dat de Ogem-bestuurders niet persoonlijk aansprakelijk werden gesteld”, aldus Eykman.

Hij vindt dat bestuurders een verzekering moeten afsluiten omdat zij het toeval, dat een grote rol speelt bij claims, niet kunnen overzien. “Iedere bestuurder heeft wel eens wat ongezien getekend. Een ongeluk zit in een klein hoekje.” Eykman noemde het geval van een bedrijf dat na overneming een kat in de zak bleek; bij de inmiddels elders werkzame directeur werd daarop een claim ingediend van 16 miljoen gulden.

Tijdens het congres ontstond de indruk dat de toenemende angst voor schadeclaims bij bestuurders vooral is aangewakkerd door verhalen over de situatie in het buitenland. In Laren wees de in Londen werkzame directeur Michael Fergueson van de Amerikaanse verzekeringsmaatschappij Chubb Insurance bijvoorbeeld op de in Europa toenemende "grensoverschrijding' van bestuursaansprakelijkheid.

De Amerikaan Charles D'Andrea, directeur van verzekeraar Alexander & Alexander, verhaalde alarmerend over bedrijfstakken waar bestuurders in Amerika grote risico's lopen. “Vooral industrieën met veel hoogwaardige technologie zijn het doelwit van schadeclaims. Ook bedrijven die veel financiële risico's lopen, zoals beleggingsmaatschappijen, zijn een geliefd object. De eiser zoekt natuurlijk eerst uit of er wat te halen valt. Bedrijven met veel eigen vermogen zijn kwetsbaarder”, aldus D'Andrea.

Hij wees daarbij op het olieconcern Exxon. “De olieramp van de Exxon Valdez was een dankbaar object voor claims tegen het bestuur”, aldus D'Andrea.

Volgens de Amerikaanse specialist spelen verschillen in juridisch klimaat van verschillende landen ook een rol. Als voorbeeld noemde hij de ramp in het Indiase Bhopal, waar bijna 4000 mensen overleden door een giftige gaswolk uit een fabriek van Union Carbide. “De bestuurders van Union Carbide hadden aan claims ten onder kunnen gaan, maar het is in India gelukt om de zaak buiten de rechtszaal op te lossen.”

Ondanks alle verhalen over claims in de VS onthulde D'Andrea dat in de Verenigde Staten de "directors and officers' polis een lucratieve verzekering is, die relatief weinig uitkeert. “Jaarlijks verkopen de verzekeraars voor 1,3 miljard dollar aan dit soort polissen. Wij maken hierop meer winst dan op andere beroepsaansprakelijkheidsverzekeringen”.