Barbara Hendricks overtuigt pas werkelijk in een stralende toegift

Concert: I Fiamminghi o.l.v. Rudolf Werthen m.m.v. Barbara Hendricks, sopraan. Programma: W.A. Mozart: ouverture Le nozze di Figaro; Divertimento KV 251; Symfonie KV 319; concertaria's Ah, lo prevedi KV 251; Misera, dove son KV 369; Basta, vincesti KV 486a; Bella mia fiamma KV 528. Gehoord: 17/1 Concertgebouw Amsterdam.

Drieëneenhalf jaar na haar optreden in het Holland Festival stond de Amerikaanse sopraan Barbara Hendricks gisteravond weer op het podium van het Amsterdamse Concertgebouw. Destijds had ze een keelontsteking en voltooide ze haar liederenrecital ondanks een aantal hoestaanvallen toch nog in zijn geheel, zelfs besloten met een toegift. Ondanks die moeilijke omstandigheden klonk haar optreden toen nog bewonderenswaardig gaaf, al leek ze zich sterk in te houden, bevangen door angst weer hoestprikkels op te roepen. Alles speelde zich toen af in de kleine marge tussen piano en mezzoforte en daar bleek nog een wereld van fijnzinnige nuances te exploiteren.

Het optreden van de nu volkomen gezonde Hendricks gisteravond in de serie "Grote solisten' met vier concert-aria's hield echter technisch en kunstzinnig nauwelijks iets meer in dan dat toen toch als half mislukt ervaren recital. Dat riep met die wankele tederheid en intense ingetogenheid tenminste nog de spanning op hoe ze het er vanaf zou brengen. En wat haar met die fraaie hoge noten nog bijna moeiteloos lukte imponeerde daardoor extra.

Nu verliep alles eigenlijk vanzelf, maar bleek Hendricks nauwelijks in staat enige interesse en vervoering te veroorzaken. Haar stem klinkt nog steeds even gaaf en vrijwel vibratoloos, ze kan de verste hoeken van de zaal bereiken, maar haar expressieve bereik is verrassend klein. Ze klinkt vooral heel licht en hoog en uitsluitend gericht op pure schoonheid. Al hoeven ze niet rauw en overdreven te klinken, woorden als crudele (wreedaard), misera (ongelukkige), basta (genoeg) en addio (vaarwel) lijken bij haar bijna elke dramatische betekenis te verliezen.

Wat er dan wèl is te horen is op zich mooi, maar dat is in dit theatrale repertoire te weinig: het komt allemaal niet geloofwaardig voort uit een genereus en warm invoelend hart. Met haar beperkte vocale capaciteiten en haar afstandelijke persoonlijkheid is Barbara Hendricks zo wel het tegendeel van Jessye Norman. En haar weinig verleidelijke optreden staat haaks op dat van Kiri Te Kanawa. Alleen de toegift - de gravinne-aria Dove sono uit Le nozze di Figaro - had eindelijk echt leven en overtuigingskracht. Opeens leek Hendricks vrijer en stralender: was ze maar eens zó begonnen!

De begeleiding door het Belgische kamerorkest I Fiamminghi onder leiding van dirigent Rudolf Werthen was zorgvuldig en attent. De diverterende instrumentale nummers waarbij de violisten staande speelden, hadden een prettig ouderwets karakter, waarbij de ontspannen Werthen er met zijn weinig pretentieuze maar gecultiveerde speelstijl uit de jaren vijftig en zestig vooral op uit was te plezieren.