Banken halen gezonde delen uit Kuijtens erfenis

ROTTERDAM, 18 JAN. Het automatiseringsbedrijf HCS Technology is in het ziekhuis beland. Amputatie van ongezonde dochterbedrijven als Savin kan beginnen.

Wekenlang is op de beurs gespeculeerd over de toekomst van het bedrijf dat 5000 mensen (inclusief de Amerikaanse dochteronderneming) op de loonlijst heeft. De HCS-directie bleef ontkennen dat het bedrijf een doodsstrijd voerde, maar dr.ir. L.J.M. Nelissen, de enig overgebleven bestuurder, bevestigt dat de onderneming voor haar overleven volledig afhankelijk was de bankiers ABN Amro, Credit Lyonnais Bank Nederland en de NMB Postbank.

Suggesties dat HCS uitstel van betaling zou aanvragen, of zelfs faillissement, pasten in het straatje van beursspeculanten, maar behoorden niet tot in het denkpatroon van de banken. De onderneming torste, volgens het emissieprospectus van september vorig jaar, een schuldenlast van meer dan een half miljard gulden waarvan 329 miljoen gulden aan bankschulden. Door aanhoudende verliezen (130 miljoen gulden over 1991) is het bedrag nog aanzienlijk opgelopen. Een deel van deze schulden was niet afgedekt. Om een strop af te wenden, moesten de banken HCS wel overeind houden.

Dat was niet eenvoudig. “We zaten in een neerwaartse spiraal. Het vertrouwen was gering. Wij betaalden niet goed en leveranciers weigerden lange termijncontracten aan te gaan”, aldus Nelissen.

Ook andersom leek het aangeschoten HCS een makkelijke prooi. Afnemers betaalden expres laat. Pogingen van HCS om toch bedrijfsonderdelen te verkopen strandden omdat gegadigden vertragingstaktieken uitvoerden. Sommige bedrijven lieten het tot rechtzaken komen omdat ze verwachtten dat HCS vette schikkingen zou betalen om nog meer negatieve publiciteit te vermijden. HCS stond zelfs machteloos toen de voetbalclub Feyenoord, waarvan hij sponsor was, in gebreke bleef.

Waarom moest ons dit allemaal overkomen, zo moeten de nu opgestapte bestuurders drs. J.J.G.M. Sanders en E.P. van den Boogaard zich hebben afgevraagd. Sanders, een jonge ambitieuze financiële manager en Van den Boogaard, een man die door de markt geroemd is om zijn commerciële capaciteiten, staan na twee tropenjaren op non-actief. Waarom?

Toen zij aantraden, was HCS in feite een uitgewerkt beleggingsconcept van drs. J.J. Kuijten. Hij had een aantal bedrijven bij elkaar geveegd en die - onder de toen populaire noemer "automatiseringsbedrijf' - in 1986 naar de beurs gebracht.

Toen Kuijten vertrok, liet hij voor Van den Boogaard en Sanders een "masterplan' achter dat zeker kans had gehad als HCS niet de achterdocht van investeerders had gewekt. Het plan was de opzet van een wereldwijde distributie-organisatie, waardoor HCS macht had over de producenten, zonder de lasten van een groot produktieapparaat. Daarvoor moest HCS twee bedrijven overnemen die groter waren dan HCS zelf: Savin in de Verenigde Staten, en Infotec in Europa.

Dat traject is finaal mislukt: HCS slaagde er onvoldoende in nieuw kapitaal voor de overnemingen aan te trekken. Daardoor moest de boekhoudkundige trucendoos open om het eigen vermogen niet onder nul te laten zakken.

Bovendien kampte het bedrijf met een managementprobleem. Terwijl de financiële situatie verslechterde en ingrijpen vereiste, was Sanders elders bezig "gaten te stoppen'. En toen Infotec leiding nodig had, zat Van den Boogaard in de Verenigde Staten. Het oordeel over hen komt laat, maar is daarom niet minder duidelijk: Sanders en Van den Boogaard moeten aftreden. Commissarissen en de banken vinden dit noodzakelijk, ook al weten zij natuurlijk dat HCS niet alleen gestruikeld is door deze twee, maar ook door Kuijtens erfenis en de tegenvallers in de markt.

Nu heeft de nieuw aangetreden Nelissen een plan gepresenteerd. Hij zet de Amerikaanse Savin, en kleinere bedrijven als Indigo, HCS Engineering en HCS Telecom in een sterfhuis. Nelissen wil alleen praten over een ziekenhuis, maar ook daar is een rouwkamer.

Voor het gezonde gedeelte is een soort "doorzak'-constructie bedacht. Alle gezonde activiteiten zakken als het ware uit de beursgenoteerde holding in twee sub-holdings. De banken krijgen in de holding met Benelux-activiteiten 60 procent van de aandelen en in de andere holding met Infotec 50 procent. Dit betekent dat de aandeelhouders van HCS nu alleen nog minderheidsbelangen hebben in het rendabele gedeelte plus een volledig belang in de "rouwkamer'.

Die kamer houdt een groot risico in. Mocht HCS er niet in slagen de Amerikaanse Savin te verkopen, dan moet de holding dit bedrijf afboeken en resteert een negatief vermogen van 115 miljoen gulden. Dan volgt surséance of faillissement. Met die mogelijkheid houdt de directie rekening, want zij zegt: “In de komende maanden zal duidelijkheid ontstaan over het voortbestaan van Savin.”

De redenering van de directie moet zijn geweest: de aandeelhouders hadden niets, maar misschien krijgen ze nu iets. Voorheen zou met Savin ook HCS instorten. Nu bestaat die kans nog steeds, maar tegelijk kunnen de gezonde bedrijven doordraaien, omdat de banden met Savin zijn doorgesneden. De waarde van het gezonde deel kan dan nog een douceurtje zijn voor de aandeelhouders en is zeker een aardige opsteker voor de banken.