ALBANIË

Geschiedenis van Albanië door Wim Klooster 80 blz, De Bataafsche Leeuw 1991, f 29,90 ISBN 90 6707 285 0

Onlangs verscheen Geschiedenis van Albanië van Wim Klooster, en het is misschien passend dat de inhoud in degelijke saaiheid de titel evenaart. Maar daarmee is niet gezegd dat het werk overbodig is. In Nederland heeft het tot nu toe ontbroken aan handzame overzichten van de Albanese historie, en dat is precies wat dit boekje levert.

Geen nieuwe analyses dus, zelfs nauwelijks nieuwe gegevens. Klooster begint netjes bij het begin, de Illyrische stam die voor de jaartelling aan de oostzijde van de Adriatische Zee neerstreek, maar wijdt gelukkig het leeuwedeel van het verhaal aan de vorige en vooral de huidige eeuw. Dat is immers de periode waarin nationalistische aspiraties vorm kregen, het huidige Albanië tot stand kwam en na de Tweede Wereldoorlog bijna 50 jaar rabiaat en paranoïde stalinisme heeft geheerst.

Rustig is de Albanese geschiedenis in ieder geval geenszins, ook niet nadat in 1914 de onafhankelijkheid door verschillende partijen was uitgeroepen. Ahmed Zogu, een noordelijk stamhoofd dat in de jaren twintig de macht wist te grijpen en zich vanaf 1928 koning Zog noemde, verkwanselde het land daarna in snel tempo aan het gretige Italië van Mussolini. Annexatie volgde in 1939, Zog sloeg op de vlucht met vrouw en pasgeboren zoontje. Uit het verzet tijdens de oorlog kwamen vervolgens de communisten als sterksten tevoorschijn. Die waren niet vies van een ideologisch conflict meer of minder, en bijgevolg werd buitenlandse partners (Joegoslavië, de Sovjet-Unie, China) de een na de ander de deur gewezen, tot in de jaren zeventig na het vertrek der Chinezen de opperste staat van isolatio-nisme werd bereikt.

Inmiddels leeft de nu middelbare "koning' Leka in ballingschap in Zuid-Afrika, hopend op betere tijden. Of die voor hem aangebroken zijn na de gedeeltelijke ineenstorting van het regime, is een kwestie van afwachten. Waarschijnlijk is het niet, want de monarchie is niet wat je noemt diepgeworteld. Met de religie ligt het anders. Die is er altijd geweest, zij het in tolerante mengvormen die maakten dat moslems en christenen onbekommerd allerlei tradities van elkaar overnamen. Even is er een periode geweest dat er (letterlijk) niets mocht. Dat was toen Hoxha in 1967 de godsdienst "overbodig' verklaarde, alle culturele reminiscenties eraan verbood, en Albanië de eerste officiële atheïstische staat ter wereld werd.

Gelukkig heeft Klooster niet verzuimd in zijn boek hier en daar een aardige anekdote in te lassen. Zo meldt hij dat ooit acht oude dames op heterdaad zijn betrapt bij het beschilderen van paaseieren. Daarmee maakt hij wat mij betreft enkele slordigheidjes in het register en het notenapparaat weer goed. Er is wel iets mis met de kaart die voorin staat afgedrukt en waarin de grenzen die de conferentie van Londen in 1913 trok, zijn ingetekend. Dat het noordelijke Shkodër erbuiten viel, wil er bij mij niet in. Daar immers hadden de mogendheden ter verdediging eigen garnizoenen liggen.

Klooster eindigt zijn relaas in de zomer van 1991, na de eerste "vrije', maar wel degelijk nog door de communisten gemanipuleerde verkiezingen. Sindsdien is vooral de economische toestand er alleen maar slechter op geworden, modderen de politici ruziënd voort en kennen jongeren nog altijd geen hogere ambitie dan zo snel mogelijk het land te verlaten.