AAP EN MENSCH

Op zoek naar volmaaktheid. H.M. Bernelot Moens en het mysterie van afkomst en toekomst door Piet de Rooy 220 blz., De Haan 1991, f 29,90 ISBN 90 269 6449 8

Het Vaderland berichtte op 12 februari 1908 over een ””hoogst origineel maar enigszins ongewoon plan'' om in de Franse Kongo wijfjesgorilla's en -chimpansees kunstmatig te bevruchten met sperma van negers. Het plan stond afgedrukt in de brochure Waarheid. Proefondervindelijke onderzoekingen omtrent de afstamming van den mensch, van de Nederlandse natuuronderzoeker Herman Marie Bernelot Moens (1875-1938). Bernelot Moens hoopte met dit experiment de missing link, de schakel tussen aap en mens, te creëren. Daarmee zou het raadsel van de afstamming van de mens volgens hem zijn opgelost. De onderzoeker schreef al financiële bijdragen te hebben ontvangen van koningin Wilhelmina, prins Hendrik en prinses Emma, en riep nu ook het publiek op hem met geld te steunen.

Piet de Rooy, hoogleraar sociaal-economische en politieke geschiedenis van de 20ste eeuw aan de Universiteit van Amsterdam, stuitte begin jaren tachtig in het Rijksarchief te Den Haag op de correspondentie tussen Bernelot Moens en het Koninklijk Huis over dit onderwerp. Hij ontdekte dat de interesse van het vorstenhuis voortkwam uit het voornemen apen ook in te spuiten met syfilis, een kwaal waartegen nog geen medicijn bestond. Prins Hendrik leed aan deze geslachtsziekte, die, naar men in hofkringen aannam, de oorzaak was van de diverse miskramen van koningin Wilhelmina.

De Rooys boek Op zoek naar volmaaktheid. H.M. Bernelot Moens en het mysterie van afkomst en toekomst is de fascinerende biografie van een man die zich bewoog op de rand van wetenschap en pseudo-wetenschap. Het boek geeft daarnaast een uitstekend overzicht van de biologische en politieke denkbeelden aan het begin van deze eeuw, waarin het begrip ras een grote rol speelde.

Het Kongo-experiment van Bernelot Moens is nooit uitgevoerd omdat verdere giften uitbleven. In wetenschappelijke kring werd er uiteenlopend op gereageerd. De beroemde Duitse bioloog Ernst Haeckel noemde de onderneming van belang, maar de Franse antropoloog P.-G. Mahoudeau stelde (terecht) dat succes noch mislukking van het experiment van enige betekenis zouden zijn.

Na zijn mislukte subsidiepogingen reisde Bernelot Moens in 1914 af naar de Verenigde Staten. Daar gaf hij lezingen over de dierlijke oorsprong van de mens en begon hij met het verzamelen van ”atavismen': fysieke kenmerken die zouden tonen hoe mensen er in een veel eerder stadium van de evolutie hebben uitgezien. In het hele land stroopte hij scholen, ziekenhuizen en krankzinnigengestichten af om ”antropologisch interessante typen' te fotograferen. Begin 1917 bereikte de FBI berichten dat hij een spion was, die onder het mom van wetenschappelijk onderzoek Duitse propaganda verspreidde onder de zwarte bevolking van Washington. Ook de Nederlandse ambassade achtte een onderzoek raadzaam omdat men had gehoord dat Moens naaktfoto's maakte van gekleurde vrouwen. Dat klopte, want Moens hechtte ook veel belang aan de vorm van de geslachtsorganen. Het bleek dat Moens zich inderdaad af en toe liet meeslepen tijdens zijn ”vaginaal' onderzoek, en de zaak werd in handen gegeven van justitie.

De Rooy beschrijft hoe het proces uiteindelijk leidde tot een botsing tussen de twee kopstukken van de Amerikaanse antropologie, Franz Boas en Ales Hrdlicka. De vraag was of Bernelot Moens nu wel of niet een wetenschapper was, en daarbij speelde de status van zijn foto's een grote rol. Ging het om wetenschap of obsceniteit? De rechter besloot, gesteund door Hrdlicka's mening en tégen die van Boas in, tot het laatste en legde Bernelot Moens in 1919 een jaar gevangenisstraf en een boete van vijfhonderd dollar op. In hoger beroep werd hij vrijgesproken vanwege een vormfout. Een nieuwe aanklacht werd in 1923 geseponeerd.

De controverse tussen Boas en Hrdlicka zou buiten de rechtszaal worden voortgezet en uitlopen op een paradigmawisseling in de antropologie. Niet Hrdlicka, maar Boas kwam als winnaar uit de strijd. Boas had gedurende zijn gehele wetenschappelijke carrière geprobeerd het traditionele racisme te verdringen door een empirische studie van verschillende culturen, waarbij fotografische beschrijvingen van belang waren. De gedachte ””dat elk ras een essentie had, erfelijk verankerd in ieder individu dat tot dat ras behoorde'' werd door deze gegevens weer-sproken.

Moens was inmiddels naar Europa teruggekeerd. Daar zou hij zich sterk maken voor wat De Rooy ””verheven racisme'' noemt. Hij wilde door het kruisen van intelligente, gezonde, mooie mensen van verschillende rassen de volmaakte mens tot stand brengen. Dat is er niet van gekomen.