Wöltgens wijst CDA op plichten van coalitiepartner; "Met dit politieke draagvlak kun je verdomd veel bereiken'; "Het politieke primaat behoort bij de Tweede Kamer te liggen'

DEN HAAG, 17 JAN. “PvdA en CDA zijn er beide politiek verantwoordelijk voor dat per 1 januari een deel het plan-Simons wordt gerealiseerd. Dan vind ik dat beide partijen er in dezelfde mate op moeten aandringen dat het plan-Simons ook loyaal in de maatschappij wordt uitgevoerd. De onnodig hoge ziektekostenpremies van de particuliere verzekeraars moet ongedaan worden gemaakt. Dat is het primaat van de politiek.”

De wandelgangen van het Tweede Kamer zijn nog vrijwel leeg, de Kamerleden beëindigen volgende week het kerstreces. Maar de fractieleider van de PvdA, M.A.M. Wöltgens, houdt al kantoor. Hij heeft zich geërgerd aan de manier waarop de coalitiepartner, het CDA, omgaat met het plan-Simons. “Er melden zich regelmatig CDA-senatoren die op eigen titel zeggen te spreken. Dat mag. Maar niet als daarmee het maatschappelijk draagvlak voor het plan-Simons afbrokkelt. Vorige week las ik in de krant hoe het CDA-Eerste Kamerlid Stevens zei dat het plan-Simons haaks staat op belastingvoorstellen. Maar Stevens is zelf juist mede-verantwoordelijk voor dat plan.”

Het politieke seizoen is voor Wöltgens met “een niet te verteren fenomeen” begonnen. “De overheid neemt een besluit waardoor premies van de particuliere ziektekostenverzekeraars omlaag kunnen. Maar dat gebeurt niet. De verzekeraars weigeren om de voordelen van het plan-Simons aan de verzekerde door te geven. De burgers denken nu dat kostenverhoging een effect is van het plan-Simons. En dat is toch wel een misvatting.”

De irritatie bij de PvdA over het CDA neemt snel toe. Staatssecretaris Simons deed zijn beklag over de “dubbele oriëntatie” van premier Lubbers. “Het heeft me teleurgesteld hoe vaak hij op de rem is gaan staan”, aldus Simons die al filosofeerde over het politieke landschap na deze coalitie. Maar ook over een andere kwestie neemt het ongenoegen toe. Het PvdA-Tweede Kamerlid M. van Traa liet dreigende woorden horen omdat hij de houding van het CDA inzake de opsluiting van asielzoekers een kabinetscrisis waard vindt. En ten slotte fractievoorzitter Wöltgens die het CDA op zijn plichten als coalitiepartner wijst.

Het woord crisis is al gevallen. Twijfelt U aan deze coalitie?

“Ik wil het woord crisis niet in de mond nemen. Maar je moet wel eerlijk zijn. De PvdA wil in deze kabinetsperiode nog een aantal dingen realiseren. Een hoofdelement daarbij is wel de stelselherziening van de ziektekosten. Dit is een onderwerp dat al twintig jaar op de politieke agenda staat. In ons land betaalt een bejaarde vier keer zoveel ziektekostenpremie als een jonge gezonde miljonair. Deze merkwaardige verschillen zouden toch een stuk minder kunnen worden. Wij willen de solidariteit herstellen tussen jong en oud, arm en rijk.”

Gaat de PvdA realisering van het plan-Simons koppelen aan de uitvoering van de WAO-ingreep?

“Ik heb een andere benadering. Dingen die noodzakelijk zijn moet je op hun intrinsieke waarde beoordelen. Dat geldt ook voor plan-Simons. Een regering moet zodanig kunnen werken dat men elkaar niet blokkeert. Dat is het wezen van de coalitie. Je erkent dat de een net iets meer hecht aan een onderwerp dan de ander, maar je werkt er wel samen aan, loyaal. In het begin van dit kabinet heeft men veel geklaagd over de stroperigheid. Er gebeurde te weinig. Dat beeld is nu weg. Als je met dit politieke draagvlak je schouders ergens onder zet, kun je verdomd veel bereiken.”

Het politieke draagvlak is groot omdat de twee fracties in de Tweede Kamer met handen en voeten gebonden lijken aan het kabinet. De Eerste Kamer gedraagt zich ten minste als politieke instelling.

Dit is een merkwaardige soort nostalgie waarbij de norm van het dualisme hoog verheven wordt terwijl we feitelijk weten dat een regering pas tot stand komt als zij op hoofdlijnen ook de steun van de fracties in de Tweede Kamer heeft. De Eerste Kamer moet zich erg terughoudend opstellen bij beleidszaken die door de Tweede Kamer zijn goedgekeurd. Je kunt niet twee volksvertegenwoordigingen hebben waarvan er één overigens nog nooit een kiezer heeft gezien. Een stelsel met twee kamers waarin zich twee verschillende politieke meerderheden vormen, werkt niet.

Net als partijleider Kok kan ook Wöltgens zich uitstekend vinden in de grote lijnen van het rapport van de commissie-Wolfson over de verzorgingsstaat. Hij spreekt van “een nieuw fundament in de sociaal-economische opstelling van de PvdA”, en hij kijkt met gerust hart naar het bijzonder PvdA-congres in maart.

Wöltgens: “Ik vind het veranderen van de uitvoeringsorganisaties heel belangrijk. Ze moeten minder gericht zijn op het verstrekken van uitkeringen en veel meer op het herplaatsen van mensen in het arbeidsproces. Je ziet nu al dat de WAO-maatregelen zorgen voor een verandering in de cultuur binnen die organisaties. Dat was echt nodig.”

Maar de commissie-Wolfson wijst een mini-stelsel, waarbij de WAO-, de WW- en de Ziektewet-uitkeringen worden beperkt tot het sociale minimum, rigoureus van de hand. Toch heeft juist u in 1984 samen met Ritzen en Van Kemenade in het rapport “Om een werkbare toekomst” geschreven.

Wöltgens lacht: “Een schitterend rapport.”

U heeft daarin een lans gebroken voor zo'n ministelsel. Heeft dat pleidooi nu zijn waarde verloren?

“Onze achtergrond is nooit geweest: met een mini-stelsel sparen we geld. We wilden een andere verdeling van de verantwoordelijkheid. Namelijk: de overheid garandeert het minimum, en over de bovenminimale uitkeringen worden via de cao of particuliere verzekeraars afspraken gemaakt.

“Maar ik heb me geleidelijk aan gerealiseerd dat, als je de bovenminimale uitkeringen overlaat aan particuliere instanties, dat je dan te maken krijgt met risico-selectie. Wie wil iemand met een hoog risico verzekeren? Aan dat inzicht hebben de WAO-discussie en recent de affaire rond het plan-Simons bijgedragen. Simons maakt duidelijk dat particuliere verzekeraars slechte risico's liever niet hebben. Om het heel simpel te zeggen: als iemand uit de WAO terugkeert in het arbeidsproces, dan moet ik de particuliere maatschappij nog zien die die man opnieuw verzekert tegen arbeidsongeschiktheid.”

Minister de Vries wil de werknemersverzekeringen als de WW en WAO nu zelfs helemaal privatiseren.

“Je krijgt dan toch echt een uitholling tussen de betere en de slechtere risico's boven het minimum. Als je dat als overheid wilt voorkomen moet je een heleboel regelgeving ontwikkelen. Dan zeg ik: laten we die solidariteit maar gewoon in de wet zelf overeind houden. Anders valt een hele grote groep, mensen voor wie de sociale zekerheid eigenlijk is ontwikkeld, buiten de boot.”

Een gevoelig punt in het rapport-Wolfson is de financiering van de AOW. Wöltgens noemt de AOW “een groot goed. Ik denk dat 99 procent van de Nederlanders vindt dat we die zekerheid in stand moeten houden, en liefst welvaartsvast”. Daarvoor zijn volgens het rapport-Wolfson niet alleen meer werkenden en premiebetalers nodig, maar moet in de toekomst iedereen een bepaald percentage van zijn hele inkomen aan AOW-premie betalen. Nu worden AOW-premies alleen geheven over de eerste belastingschijf: tot een belastbaar inkomen van 42.900 gulden. Wöltgens wil van die maximum-inkomensgrenzen af. De VVD zat al meteen op het dak: dit is inkomensnivellering!

Wöltgens: “Als je de premie-inkomensgrenzen opheft levert dat een heleboel geld op. Maar de belastingtarieven zijn in Nederland hoog. Dus moet je die opbrengst weer helemaal terugsluizen, en gebruiken voor een tariefsverlaging. Het rapport-Wolfson zegt: kijk vooral naar die inkomensgroepen waar de wig tussen bruto en netto loon feitelijk het grootst is. Tachtig procent van de belastingplichtigen valt onder de eerste tariefschijf. Zorg dat die tariefsverlaging vooral daar terecht komt. Maar dat sluit absoluut niet uit dat ook het toptarief omlaag kan.”

De criteria van de Europese Monetaire Unie voor het begrotingstekort en de staatsschuld zijn streng. Worden de marges voor een eigen sociaal-economisch beleid niet steeds kleiner?

“Dat is een beetje een typisch verwijt in een land dat exporteert als geen ander. Er is geen ander land dat, uitgedrukt als percentage van het nationaal inkomen, zo'n groot handelsoverschot heeft als Nederland. Dus je kunt echt niet zeggen dat ons stelsel van sociale zekerheid ons belemmert in onze concurrentie. Europa dwingt ons echt niet tot een soort nivellering.”