Trommen en echo's op Story International

ROTTERDAM, 17 JAN. Een grote verrassing bij de kassa van Story International: van de zeven aangekondigde schrijvers is bijna de helft vervangen. Geen Maryse Condé gisteravond, geen Tonke Dragt, en geen Aysel Özakin. Maar in hun plaats de Oostenrijker Bodo Hell, de Engelsman Adrian Henri en de Zuidafrikaanse Gcina Mhlophe.

Wat er ook achter deze ingrijpende programmawijziging zit, geen van de drie invallers is een slechte keus. De Liverpoolse beat-dichter Adrian Henri, bij velen bekend van zijn optredens tijdens Poetry International, is nog altijd een genoegen om aan te horen. Gisteren droeg hij drie gedichten voor. Misschien een beetje veel op een proza-festival, maar, zei hij verontschuldigend, het ging hier niet om gewone poëzie, hij schreef poëzie met een verhaaltje erin.

De Oostenrijker Bodo Hell, de tweede invaller, is in Nederland aanmerkelijk minder bekend. Hij is een in 1943 geboren Wener, die elk jaar een paar maanden als boer op het land in Stiermarken werkt. Dat maakt hem echter nog niet tot een traditioneel verteller. Integendeel. Hell schrijft een associatief proza waar op het eerste gezicht vrijwel geen touw aan vast te knopen is, een stroom vaak nogal cerebrale redeneringen en citaten, zonder punten en hoofdletters. Geen pretje om te lezen waarschijnlijk, maar op het moment dat Hell zijn werk begint voor te dragen, met zijn springerige gestalte, zijn kale hoofd en zijn scherpe stem geef je je toch al gauw gewonnen: “ ... de vage beelden en zinschema's die ik als de normale toestand van mijn geestelijk leven ken, wat zijn ze: een moerassige rivier van herinneringsexcerpten, aanvullingen op de ervaring, niet uitgevoerde ontwikkelingen, (de ideeën verhullende) therapieën van vervelende wonden van de persoonlijkheid ...” en zo maar door, twintig minuten lang.

De Zuidafrikaanse schrijfster Gcina Mhlophe was aanvankelijk op de eerste avond geprogrammeerd, maar ze was toen volgens presentator Geert van Istendael zo "stervensmoe' geweest dat ze van een optreden had afgezien. Inmiddels is ze weer op krachten gekomen, zo bleek. En méér dan dat. Aan het eind van de avond kwam Mhlophe, wier werk voortkomt uit de zwarte orale traditie in Afrika, met een buitengewoon energieke act, meer theater bijna dan literatuur. Poempoem kowata poem, poem kowata poem, doet de grote trom, en zij springt van het ene been op het andere.

De derde avond van Story International begon gisteren met de Belg Leo Pleysier. Hij was wel geprogrammeerd. Pleysier las fragmenten uit Wit is altijd schoon. Dit in 1989 verschenen boek verdient het integraal op een geluidsband te worden gezet. Het lijkt geschreven om voorgelezen te worden. Wit is altijd schoon is een monoloog van een Vlaamse moeder die enkele uren na haar dood tegen haar zoon aan het sterfbed praat. Dat is natuurlijk altijd "in zekere zin' onmogelijk, vertelde Pleysier van te voren. Maar het gaat hier niet zo zeer om een stem als wel om een echo. “Het boek is de echo van wat de zoon van zijn moeder zijn hele leven heeft gehoord.”