Terugkeer oude held laat Algerijnen koud

ALGIERS, 17 JAN. Na een ballingschap van bijna 30 jaar keerde gisteren Mohamed Boudiaf, één van de zes "historische leiders' van de Algerijnse nationale beweging, naar zijn land terug om de formele leiding op zich te nemen van de Hoge Staatsraad, het vijfkoppige instituut dat tot uiterlijk eind volgend jaar de rol van president toebedeeld heeft gekregen.

De nieuwe machthebbers probeerden er een feestje van te maken. Zij hadden de binnen- en buitenlandse pers massaal uitgenodigd naar het vliegveld te komen. Daar waren ook premier Ghozali, zijn regering en de overige leden van de Hoge Staatsraad, alsmede circa 200 journalisten en zeker 500 veiligheidsmensen en militairen. Men had foto's en posters met “Welkom” gedrukt, daarvoor geen afnemers gevonden, en ze ten slotte in handen gedrukt van de tientallen taxichauffeurs die op klanten stonden te wachten.

Zij allen mochten ervan getuige zijn hoe de taaie, oude man met de traditionele welkomstgroet - omhelzingen, een glas melk en een paar dadels - werd begroet. Meteen daarna legde Boudiaf een eed op de Koran af om Algerije en de islam te beschermen.

Nergens in Algiers toonde men ook maar enige belangstelling voor de historische gebeurtenis, die door de staatstelevisie werd opgenomen. “De Hoge Staatsraad bestaat uitsluitend uit museumstukken”, merkte een Algerijnse journalist op. “Met de komst van Mohamed Boudiaf is de collectie volledig.”

In de Hoge Staatsraad zit geen enkele figuur onder de 50 jaar en geen enkele Kabyliër. Dat maakt de Raad er niet representatiever op in een land waar meer dan driekwart van de bevolking onder de 30 jaar is en de Berbers in Kabylië zich al sinds de onafhankelijkheid buiten gesloten voelen. Het onderstreept voor velen nog eens het ongrondwettelijke en dus illegale karakter van het nieuwe collectieve presidentschap.

's Avonds verklaarde Boudiaf voor de televisie dat “niemand het recht heeft - zij het individu of groep - om de godsdienst te monopoliseren ten behoeve van onheilige belangen. De islam is heilig en niemand mag er misbruik van maken.” Het was een duidelijke aanwijzing dat het FIS (het Front van de Islamitische Redding) binnenkort als politieke partij buiten de wet wordt gesteld.

De machthebbers nemen er wèl alle tijd voor - te veel tijd volgens vele waarnemers. Want intussen mobiliseren de drie belangrijkste politieke partijen - het FIS, de vroegere regeringspartij FLN en het FFS van de Kabylische leider Aït Ahmed - hun krachten. Zij hebben nu alle drie formeel en officieel contact met elkaar opgenomen om desnoods gezamenlijk de Hoge Staatsraad met politieke middelen te bestrijden. Dat is met name voor het FFS heel bijzonder, omdat juist de Kabyliërs zich zeer bedreigd voelen door het islamitische radicalisme van het FIS, dat op totale arabisatie van de samenleving staat.

De afwachtende houding van de machthebbers wordt volgens goed ingelichte kringen veroorzaakt door interne meningsverschillen over de te volgen koers. De militairen willen onmiddellijk een eind maken aan het FIS, terwijl de met hen verbonden mensen uit de democratische beweging en de beweging voor de rechten van de mens het voorzichtig willen aandoen om zo lang mogelijk binnen de schijn-legaliteit te blijven die zij hebben opgebouwd. Het is onbekend waar Boudiaf zelf precies staat. Zijn uitspraken kunnen op verschillende manieren worden geïnterpreteerd. Zo zei hij in het vliegtuig op weg naar Algiers: “De staat moet gerespecteerd worden. Maar dan moet de staat ook wel respectabel zijn”.

Het was de bedoeling van de komplotteurs om hem uitsluitend als vaandel van de oude revolutionaire legitimiteit te gebruiken, doch hem verder zijn mond te laten houden. Maar men zou zich weleens kunnen vergissen in de figuur van Boudiaf, die bepaald geen ja-knikker is en zeker niet aan iemands leiband zal meelopen.

Op 9 januari gaf hij een vraaggesprek aan een Algerijnse krant, waarschijnlijk het eerste van zijn leven omdat zijn naam in Algerije totaal onbekend was en hijzelf werd doodgezwegen. In dat gesprek zei hij: “(..) Als de mensen van het leger tussenbeide komen, moeten wij hun eerlijk zeggen dat zij de regels van het spel moeten respecteren, daar zij de weg van de stembus geaccepteerd hebben. Nu uw democratie, zoals u die hebt ingesteld, een meerderheid aan het FIS geeft, is dat goed of slecht - dat is een heel ander probleem. Maar ze zijn er nu, ze hebben de meerderheid, zij moeten het land leiden - goed of slecht. Dat is de keus van de meerderheid van de Algerijnen, vooral van de jongeren.”

Die uitspraak had net zo goed van één van de drie politieke partijen kunnen komen die thans de macht en de legaliteit van de Hoge Staatsraad betwisten. Een naaste medewerker van de oppositionele Aït Ahmed zei bij voorbeeld gisteravond laat: “Het gaat goed. De zaken zijn in beweging. Voor de de eerste maal accepteert het Algerijnse volk geen militaire staatsgreep. We doen het net zo als de Russen het met Gorbatsjov deden. Die hebben toen ook de staatsgreep niet geaccepteerd. Het FIS is een fenomeen, waar je niet omheen kunt. Ook het FLN heeft nog een sterke basis in de samenleving. En wij van het FFS zijn de enige democratische macht in dit land. Als het FIS gaat regeren, zullen wij met grondwettelijke middelen het FIS blokkeren”.

Het FFS, dat gistermiddag nog meedeelde niet van plan te zijn een ontmoeting met het FIS te hebben, gaf een paar uur later toe wel degelijk zowel met het FIS als met het FLN te hebben gesproken. Met even grote stelligheid werd de vraag afgewimpeld of dat het begin van een coalitie betekende: “Wij sluiten absoluut geen alliantie met het FIS of met het FLN. Het feit dat je met elkaar praat, zegt toch niets? Hebben de Palestijnen een bondgenootschap met de Israeliërs gesloten omdat ze met elkaar in Washington praten?”

De vraag is dus: meende Boudiaf wat hij zei in zijn vraaggesprek? Is het FFS werkelijk niet bereid om met het FIS, zijn doodsvijand, iets moois tegen het regime op te bouwen? En is het FIS werkelijk bereid om zich alleen met politieke middelen en niet met geweld tegen zijn aanstaande ontbinding te verzetten? Zijn de uitspraken van de huidige FIS-leider Abdelkader Hachani, dat het FIS besloten heeft “binnen het kader van de wet te blijven zonder zijn project van een islamitische staat op te geven”, werkelijk waar?

Of zijn al die mededelingen onderdeel van het spectrum van krijgslisten, waaraan de Algerijnse machtspolitiek zo rijk is?