Studenten zijn het slechte onderwijs beu

ROTTERDAM, 17 JAN. “Degenen die zeggen dat studenten weinig geïnteresseerd zijn, en dat zijn veel docenten, zouden zich eens moeten afvragen waarom studenten bij sommige colleges wèl enthousiast zijn. Ik vrees dat het aan de docenten ligt. Als de stof die zij doceren niet interessant is en aller beroerdst wordt gedoceerd, kun je toch niet verwachten dat de studenten met veel enthousiasme zo'n vak of college volgen?”

De retorische vraag kwam van een derdejaars student rechten, een van de kleine honderd "deskundigen' die gisteren in het Academiegebouw van de Utrechtse Universiteit over het onderwijs conferereerden. De conferentie was de tweede stap in het project Studentenzaken. De eerste was een groot aantal discussies met studenten en een essaywedstrijd over het onderwijs aan de Utrechtse Universiteit. De derde stap is de "vertaling' van die twee stappen in het Ontwikkelingsplan van het universiteitsbestuur, waarin het beleid voor de komende vier jaar wordt vastgelegd.

Projectcoördinator F. Keesen vond de inhoud van de tien discussieverslagen en de dertig ingezonden essays “niet echt verrassend” en noemde de aanbevelingen aan het einde van de conferentie daardoor “een steun in de rug voor het beleid dat ons voor ogen staat”. De inzet van de studenten voor beter onderwijs kan worden gebruikt als stok achter de deur om verbetering van het onderwijs af te dwingen.

Gebrek aan geld en de grote studentenaantallen - Utrecht is met ruim vijfduizend eerstejaars en meer dan 25.000 studenten de grootste Nederlandse universiteit - zouden de belangrijkste oorzaken zijn voor de vele klachten over de kwaliteit van het onderwijs en van de docenten, zo argumenteerden docenten en beleidsmedewerkers gisteren.

Maar de studenten trapten daar niet in. “Utrecht krijgt ruim een half miljard gulden per jaar van de overheid, met dat geld moet het mogelijk zijn het onderwijs zo te organiseren dat het voornamelijk in kleine groepen wordt gegeven en bovendien in behoorlijke zalen”, merkte een letterenstudent op.

Anderen pleitten voor de indeling van de studenten in min of meer vast groepen die in dezelfde samenstelling de eerste twee jaar het onderwijs in de verschillende vormen volgen. “Zo ontstaat er een band waardoor je je minder verloren voelt in de groep van een paar honderd studenten waarmee je tegelijk aan de studie begint”, aldus een van de aanwezigen.

De studenten blijken niet mals in hun kritiek op wat de Utrechtse Universiteit hun biedt. Het niveau van de geboden onderwijs vinden ze in veel disciplines te laag en weinig uitdagend. Met name in veel alfa- en gamma-wetenschappen blijkt de cursusduur bovendien ruim bemeten: studenten hoeven in hun eerste twee jaar niet meer dan zo'n twintig uur per week aan hun studie te besteden om hun tentamens te kunnen "halen', zo bleek gisteren.

Vooral de docenten kregen de wind van voren. Menig docent werd bestempeld als “didactisch incompetent en onderwijskundig ongeïnteresseerd”. Hij zou kans zien “de meest interessante stof tot de allersaaiste stof om te toveren”.

Onderzoek doen geeft nog altijd meer prestige dan onderwijs geven, al is de stroom onderzoeksresultaten inmiddels zo groot groot dat zelfs een deelspecialist de ontwikkelingen in zijn deelspecialisme niet meer bij kan houden. “Veel onderzoek doet er eigenlijk nauwelijks toe”, merkte een van de aanwezige onderwijscoördinatoren op.

Echte verbetering van het universitaire onderwijs is pas te verwachten, zo werd gisteren geconcludeerd, als het geven van onderwijs meer status krijgt en dezelfde perspectieven voor een succesvolle carrière biedt als het onderzoek.

“Een doorbraak zal zijn de benoeming van een hoogleraar op grond van zijn onderwijsprestaties”, meende een van de studenten. “En natuurlijk het ontslag van een docent omdat wij vinden dat hij niet goed onderwijs geeft. Maar ja, dat zal wel moeilijk zijn.”