Simons: lagere premie nog niet af te dwingen

DEN HAAG, 17 JAN. Als de particuliere ziektekostenverzekeraars hun premies niet alsnog verlagen, zijn er volgens staatssecretaris Simons (volksgezondheid) geen middelen om de verzekeraars voor 1 januari 1993 tot premieverlaging te dwingen.

Simons zei dat gistermiddag in de Tweede Kamer, waar de vaste Kamercommissie voor volksgezondheid vervroegd van reces was teruggekomen om het conflict tussen Simons en de verzekeraars over de hoogte van de particuliere ziektekostenpremie te bespreken.

De staatssecretaris bracht verslag uit van overleg eerder die dag met het KLOZ, de organisatie van particuliere ziektekostenverzekeraars. Zij kwamen overeen dat een onafhankelijk onderzoek zal worden ingesteld naar de kostenstijgingen in de gezondheidszorg. Het onderzoek moet binnen zes weken uitwijzen of premieverlaging gerechtvaardigd is. De Tweede Kamer vindt zes weken te lang en drong bij Simons aan op spoed.

Vanmiddag maakten WVC en KLOZ nadere afspraken over het onderzoek. Volgens Simons kunnen de premies voor particuliere verzekeringen met 20 tot 30 procent omlaag, onder meer doordat verzekeraars de kosten van geneesmiddelen niet meer hoeven te vergoeden. De meeste verzekeraars hebben hun premies dit jaar echter constant gehouden. De in hun ogen explosieve kostenstijging in de gezondheidszorg in 1991 (zeker 10 procent) en een verwachte stijging dit jaar van 5 procent geven voorlopig geen aanleiding de premies te verlagen.

Omdat beide partijen zich van verschillende cijfers bedienen, moeten onafhankelijke onderzoekers de juiste cijfers boven water halen. “We zijn met elkaar on speaking terms, maar we zijn het volstrekt oneens over de cijfers”, zo schetste KLOZ-vice-voorzitter P. Overmars de situatie.

Aan de hand van de onderzoeksresultaten zullen de verzekeraars, in overleg met Simons, de premies per 1 april aanpassen dan wel op het huidige niveau houden. Dat geldt niet voor polissen waarvan de premies reeds op 1 januari zijn verhoogd of verlaagd. Zowel de staatssecretaris als Overmars benadrukte dat niet het KLOZ de hoogte van de premies vaststelt, maar de afzonderlijke maatschappijen. De WVC-delegatie zei dat het KLOZ tijdens het overleg meedeelde dat de premies op 1 april niet omhoog zullen gaan. Volgens Overmars is “theoretisch nog alles open”.

Begin volgende week maken de bewindsman en de verzekeraars afspraken over welk instituut het onderzoek zal uitvoeren. Simons en een meerderheid in de Tweede Kamer toonden gisteren een voorkeur voor de Algemene Rekenkamer. Een onderzoeksteam met vertegenwoordigers van verschillende instituten, waaronder de Economische Controledienst en de Verzekeringskamer, behoort eveneens tot de mogelijkheden. Het team moet toegang krijgen tot alle noodzakelijke cijfers. Overmars verwacht niet dat onderzoek bij maatschappijen nodig is. Simons sluit dat niet uit: “De onderste steen moet boven.”

De reserves bij de verzekeraars zijn nauwelijks aan de orde geweest in het overleg. Volgens Simons komt dit jaar 1 miljard gulden vrij van 1,8 miljard gulden aan reserves die verzekeraars moesten aanhouden om de gevolgen van de vergrijzing van het verzekerdenbestand te kunnen opvangen. Het KLOZ liet de bewindsman weten dat de reserves en het eventueel aanwenden van de vergrijzingsreserves voor premieverlaging onderwerp is van nog te voeren overleg tussen KLOZ, het ministerie van financiën en de Verzekeringskamer.