Shamir hoopt ook zonder ultra-rechts te kunnen regeren

TEL AVIV, 17 JAN. Hoewel zijn regering dinsdag haar parlementaire meerderheid verliest, is Israels premier Yitzhak Shamir niet van plan op korte termijn af te treden. Hij ziet kennelijk mogelijkheden aan het hoofd van een minderheidsregering nog geruime tijd te kunnen functioneren.

“Het is mogelijk de regering op verschillende manieren op de been te houden”, zegt Shamir in een vandaag gepubliceerd vraaggesprek in de krant Yediot Ahronot. “Per slot van rekening missen we maar één van de (benodigde) zestig stemmen.”

Shamir sluit in dit vraaggesprek zelfs niet uit dat zo'n minderheidsregering met steun van partijen die daar belang bij hebben tot 3 november 1992 aanblijft. Krachtens de verkiezingswet moeten de verkiezingen uiterlijk op die datum worden gehouden. Het is mogelijk dat Shamir erop vertrouwt dat enkele linkse oppositiepartijen hem terwille van de voortzetting van het vredesproces en het in de wacht slepen van een grote Amerikaanse bankgarantie voor de opvang van de Russische massa-immigratie enige tijd zullen steunen. Dat is het zogeheten "veiligheidsnet' dat hem door enkele van de oppositiepartijen in het vooruitzicht is gesteld.

Het trekt sterk de aandacht dat Likud-ministers op sleutelposities in de regering, Shamir inbegrepen, er de nadruk op leggen dat Israel het vredesproces niet zal onderbreken ondanks de dreigende regeringscrisis. Dergelijke uitspraken zijn in de allereerste plaats voor gevoelige oren in Het Witte Huis en op het State Department in Washington bestemd, waar volgende maand de beslissing zal vallen over de door Israel gevraagde bankgarantie van 10 miljard dollar. Israelische topeconomen hebben op verzoek van het ministerie van financiën berekend dat het uitblijven van de bankgarantie de werkloosheid in 1996 tot een half miljoen zal opdrijven en dit jaar het begrotingstekort op zes miljard gulden zal brengen.

Nooit eerder heeft Amerikaanse financiële hulp aan Israel zo duidelijk op de achtergrond van een regeringscrisis gestaan als thans het geval is. De ultra-nationalistische partijen Tehiya en Moledet (Vaderland), die deze week besloten een regeringscrisis te forceren om het vredesproces te torpederen, hebben zich op het verband tussen Israels financiële behoeften en vredesoverleg verkeken. “Onze situatie zal heel erg moeilijk worden indien we het autonomie-idee (voor de Palestijnen) laten vallen”, zei minister van buitenlandse zaken David Levy gisteren.

Op korte termijn kan het aangekondigde besluit van Tehiya en Moledet om zondag uit de regering te treden het vredesproces enige schade berokkenen doordat het tijdelijk moet worden onderbroken. Op langere termijn beschouwd, als het Shamirs wens ten spijt tot vervroegde algemene verkiezingen in juni komt, werkt deze ultra-nationalistische aanslag op de regering-Shamir het vredesproces juist in de hand. Tehiya en Moledet kunnen na de verkiezingen geen zitting meer nemen in een eventueel door Shamir te vormen nieuwe regering die op Palestijnse bestuursautonomie blijft aansturen. Er is geen enkele reden te veronderstellen dat Israel op deze in de akkoorden van Camp David aangegane internationale verplichting zal en kan terugkomen.

Indien de politieke krachtsverhoudingen in de stembus niet grondig door elkaar worden geschud en Likud wat groter blijft dan de Arbeiderspartij, zijn de kansen vrij groot dat Shamir geen andere keus heeft dan met de Arbeiderspartij een regering van nationale eenheid te vormen om het vredesproces voort te zetten en de economie uit het moeras te trekken. In het geval de Arbeiderspartij in de stembus zou verrassen, zouden er kansen zijn dat de socialisten met de religieuze partijen en enkele linkse partijen een "vredesregering' zouden vormen. In beide gevallen gaat het vredesproces, weliswaar met duidelijk andere accenten, door.

De paradox van de door Tehiya en Moledet te ontketenen regeringscrisis over de Palestijnse bestuursautonomie is dat zij na de verkiezingen geen remmende invloed meer kunnen uitoefenen op het vredesoverleg. Zij dragen door hun gedrag bij tot de vorming van een groot centrum-blok in de Israelische politiek dat vóór een oplossing van de Palestijnse kwestie is.

Dat de Arbeiderspartij erop uit is de in moeilijkheden gekomen regering-Shamir op 27 januari met een motie van wantrouwen ten val te brengen verandert in deze situatie niets. Want dat zal over de werkloosheid gaan en niet over de Palestijnse autonomie.