Schandaal eindigt met vrijspraak Papandreou

ATHENE, 17 JAN. Oud-premier Andreas Papandreou van Griekenland is na een proces van tien maanden vannacht door een speciale rechtbank vrijgesproken in het grootste corruptieschandaal dat het land deze eeuw heeft beleefd. Hij werd onschuldig bevonden aan alle vier de aanklachten: het laten verdwijnen van 210 miljoen dollar overheidsgeld, twee gevallen van corruptie, en het doen kwijtschelden van een belastingschuld van een vriend. Twee van zijn ministers kregen gevangenisstraffen van respectievelijk tweeëneenhalf jaar en tien maanden, die evenwel kunnen worden afgekocht.

Papandreou is steeds bij het proces weggebleven. Het ging volgens hem om een politieke samenzwering van zijn politieke tegenstanders. Diep in de nacht, vlak na de strafbepaling, kwam de bijna 73-jarige oppositieleider op de televisie met een boodschap voor het Griekse volk, waarin hij andermaal verkiezingen eiste, “al was het alleen omdat de minieme meerderheid waarmee dit kabinet regeert, is verkregen door bewuste misleiding, zoals nu is vastgesteld”.

Een uur had de president van de rechtbank nodig voor het voorlezen van de uitspraak, die zes uur later kwam dan was aangekondigd. Zeven rechters vonden dat er geen bewijzen waren voor de beschuldiging dat Papandreou zelf opdracht had gegeven aan directeuren van staatsbedrijven om op grote schaal gelden te deponeren op de Bank van Kreta toen reeds duidelijk was dat deze in moeilijkheden was. Ook gemeenten, partijen - inclusief de communistische - en zelfs de kerk hadden dit gedaan. Met tien tegen drie werd Papandreou vrij gesproken van de door Koskotás zelf gesteunde aanklacht dat hij gelden van de bankier had aangenomen.

Papandreou's minister van financiën Dimitris Tsovólas werd schuldig bevonden aan een onrechtmatige schikking betreffende de belastingschuld van een met Papandreou bevriende hoteleigenaar. Papandreou had om zo'n schikking gevraagd maar hoefde, volgens de uitspraak, niet geweten te hebben dat deze onrechtmatig was.

Ook Tsovólas bleef bij de uitspraak weg, maar hij heeft zich tijdens het proces als een leeuw geweerd en heeft daardoor een nog grotere populariteit verworven onder aanhangers van de socialistische Pasok dan hij al had. Het feit dat hij ook voor drie jaar van zijn politieke rechten is beroofd kan met zich mee brengen dat het rumoer rondom dit proces nog lang niet verstomt.

Ex-minister van industrie George Petsos werd vrijgesproken van het aannemen van gelden en het ontoelaatbaar financieel begunstigen van Koskotás' bank. Zijn veroordeling gaat terug op een futiliteit: het onrechtmatig vergunning geven voor de bouw van een derde verdieping op de drukkerijen van Koskotás' uitgeverij. “Die hele katharsis (zuivering) waarover in 1988 en '89 zoveel te doen was, is nu teruggebracht tot een inbreuk op het stadsplan van randgemeenten”, zei hij bitter na de uitspraak.

De manier waarop het proces - dag-in-dag-uit op de televisie uitgezonden - is opgezet, heeft als een boomerang gewerkt voor de conservatieve regering maar ook voor de Alliantie van Links en Vooruitgang (ALV) die samen met de rechtse partij Nieuwe Democratie in het parlement de procedure op gang bracht. Maar ook de Pasok krijgt het een beetje moeilijk. Zij heeft de rechtbank maandenlang voorgesteld als een instrument van de regering en moet nu op de een of andere manier toegeven dat “het recht heeft gezegevierd”.

Misschien zijn een of meer rechters toch, bewust of onbewust, onder de indruk gekomen van een argument dat ook intellectuelen binnen de Pasok hanteerden: dat een veroordeling zou leiden tot een nieuwe opsplitsing van het Griekse volk, net nu dit wordt bedreigd door ongekende gevaren uit het noorden, waar gisteren iedereen de mond vol van had. Zo'n “dichasmós” zou het ergste zijn dat het land kan treffen, zo kon men alom horen.