Rembrandt herdacht: kiele-kiele hopsasa!

Tentoonstelling: Het land van Rembrandt, Albert Hahn en het Rembrandtjaar 1906. T/m 22 feb. in het Internationaal instituut voor Sociale Geschiedenis en het Nederlands Persmuseum, Cruquiusweg 31, Amsterdam, ma. t/m vr. 9.30-17u, za. 9.30-13u.

Verlichting, vuurwerk en muziek/ En dan naar een café,/ Dàt is voor driekwart van 't publiek/ Het Rembrandt-jubilé! rijmde een anonieme dichter in 1906. In dat jaar werd de geboorte van Rembrandt drie eeuwen eerder op grootse wijze herdacht. Die herdenking was voor politiek tekenaar Albert Hahn aanleiding voor een reeks spotprenten die nu worden tentoongesteld in het Nederlands Persmuseum en het Internationale Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) in Amsterdam.

De kritiek op de Rembrandt-koektrommel blijkt al een lange geschiedenis te hebben. De middenstand annexeerde ook toen de meesterschilder: zo kwamen er een Rembrandt-fiets op de markt, een Rembrandt-pijp en dito sigaar.

Als leidraad is het boekje met zestien berijmde spotprenten Het land van Rembrandt van Albert Hahn genomen. De originele tekeningen en anonieme gedichten, waarschijnlijk geschreven door Henri Greve (student Staatswetenschap die ondermeer voor het studentenblad Propria Cures schreef) zijn er te zien, aangevuld met foto's, verslagen, advertenties en aankondigingen van de festiviteiten zoals concerten, optochten, kransleggingen bij het Rembrandt-monument en de opening van de nieuwe zaal voor de Nachtwacht in het Rijksmuseum.

Hahn en Greve vinden dat Rembrandt op een voetstuk wordt geplaatst door hetzelfde soort mensen dat hem tijdens zijn leven verguisde. Zij willen de schilder tegen hen beschermen. Vooral de middenstand, die Rembrandt alleen ziet als klantentrekker, krijgt er van langs: "Ja, door kunst en door boter/ Wordt Nederland grooter:/ Kom Rembrandt, red ons uit de brand!'.

Behalve deze middenstands-droom is er ook een prent waarin we Rembrandts zoon Titus zien, die op de pof (De Staalmeesters zijn bijna klaar,/ En 't is voor hoogstens een weekie dus maar) wat wil kopen bij een kruidenier. De grutter antwoordt Titus: Ik geef geen krediet aan je vaders meid/ Als je vader geen burgermansbroodwinning heit;/ Want dat schildersvolk, ik weet 't goed/ Belooft altijd te dokken, maar geen die 't doet.

Niet alleen de middenstanders, ook de brave burgers die Rembrandt eren, maar zijn werk niet kennen neemt Hahn in de mangel. We zien ze een krans leggen in het museum bij een duf schilderij uit de pruikentijd. Maar de poging om door middel van een album met gekleurde reproducties de schilderijen van Rembrandt onder "het volk' beter bekend te maken, krijgt eveneens een kat van Hahn. Kopieën, die haalden het niet bij de originele werken.

Verrassend hedendaags is Hahns prent van drie Rembrandt-vorsers die gewapend met een grote loep over een doek van de schilder kruipen en het minutieus onderzoeken. "Het Rembrandt Research Project avant la lettre', aldus dr. Jochen Becker van het Kunsthistorisch Instituut in Utrecht die, gekleed in een Rembrandt-t-shirt, de tentoonstelling opende.

Zweverige kunstkenners, estheten die dweepten met Rembrandts kunst, vonden evenmin genade in de ogen van Hahn en Greve: "Oh, wat een gloed en wat een verve.../legde Rembrandt in zijn verven!'/ En 't snobje zuchtte: "Ah superbe!/ Rembrandt zien en dan sterven!'

De tekeningen en de gedichtjes zijn zo leuk (de burgerij zingt dansend rond een portret van de schilder: Rembrandt, Rembrandt, Rembrandt, Kiele-kiele Rembrandt, Kiele-kiele hopsasa') dat je zou wensen dat je de tentoonstelling in handzaam formaat mee naar huis zou kunnen nemen, in de vorm van een boekje bijvoorbeeld. Er komt inderdaad een herdruk van Hahns Land van Rembrandt, zegt Becker, maar die is voorlopig nog niet klaar. Dat is het enige dat je de tentoonstellingsmakers kunt verwijten: een gebrek aan gezond middenstanders-instinct.