Platte maniertjes in "Lusten & lasten'

Voorstelling: Lusten & lasten (Lettice and lovage) van Peter Shaffer. Spelers: Margreet Blanken, Bea Meulman en René Retel. Vertaling: Klaas Hofstra en Klaas van Vlaanderen. Decor: Herman van Elteren. Regie: Andy Daal. Gezien: 16/1 in theater Zuidplein, Rotterdam.

Waarom in hemelsnaam zou Lettice and lovage kort geleden in Londen zo'n hit zijn geweest? Aan het stuk kan het nauwelijks hebben gelegen. Zo te zien heeft de gerenommeerde Peter Shaffer, auteur van Equus en Amadeus, een pleidooi willen schrijven vóór fantasie en avontuur, tegen de lelijkheid en de grijze-muizen-mentaliteit. Hij timmerde er echter een wankele intrige omheen, waarin de logica soms ver te zoeken is. Hooguit waren het misschien de vele verwijzingen naar de Engelse geschiedenis en naar de huidige kaalslag in de Londense binnenstad, die een gevoelige snaar hebben geraakt.

Maar het was, denk ik, bovenal de actrice Maggie Smith die met haar voorbeeldige raffinement de kassa deed rinkelen. Ze ging zelfs mee toen het stuk naar Broadway verhuisde. Shaffer schreef voor haar de rol van een gemankeerde toneelspeelster, die betrapt wordt als ze haar rondleidingen door een duf oud landhuis oppept met gefantaseerde geschiedenisverhalen. Vervolgens sleept ze de vrouw die haar ontslaat in haar hunkering naar historische allure. Een typisch Engelse ster in een typisch Engelse rol, waarin de wanhoop over het heden stijf wordt weggestopt achter een pose van ongenaakbaarheid en welsprekendheid.

Ik zou niet kunnen zeggen of Margreet Blanken de rol ook zo heeft opgevat; van een opvatting is in Lusten & lasten niets te zien. De hoofdrolspeelster voert een wispelturige, snel aangebrande bakvis ten tonele, die ten prooi valt aan onverklaarbare aanvallen van hysterie, woede en vrolijkheid. Alles wat ze doet, is opgelegd en aangeleerd - het zijn toneelmaniertjes zonder innerlijke noodzaak, het is, och arme, een deerniswekkende demonstratie van oppervlakkigheid en plat gedoe. Van comedy timing en van enig understatement is geen sprake; de woorden zijn de woorden en worden allemaal letterlijk genomen. Nergens wordt iets onder of achter gezocht. Het schreeuwt, het fladdert en het floddert, in een harkerige vertaling (“Ik wacht, miss Douffet, en, naar ik hoop, geduldig”) en foeilijke decors. Het is, kortom, niet om áán te zien.