Onder een brug

Wouter Klootwijk: De brug van Adri. Uitg. Leopold. Prijs ƒ 24,90

Rindert Kromhout: Olaf de geweldige. Uitg. Querido. Prijs ƒ 21,90

Sinds Jip en Janneke zijn uit de Nederlandse jeugdliteratuur de kinderpaartjes niet meer weg te denken. Miep Diekmann schiep Hannes en Kaatje, Burny Bos bedacht Elsje en Henkie en bij Jaques Vriens heet het stelletje Tommie en Lotje. Guus Kuijer begon in Tin Toeval met een "ménage à trois', maar het uitgangspunt bleef hetzelfde: de ruzietjes, de grappen, de streken, de opwinding en de teleurstelling uit een doorsnee kinderbestaan. Ook in De brug van Adri, het fictiedebuut van journalist Wouter Klootwijk, gaat het om twee jongens en een meisje, die gezellig met z'n drieën wat aanrommelen. Daar hebben ze onder een brug een prachtige, min of meer verborgen plek voor gevonden. Ze bouwen er een hut en een bootje van een autoband en een olievat, ze houden er een krielkip en 's winters een "koek-en-zopie', waar schaatsers voor een stuiver warme handen kunnen halen bij een zelfgemaakt kacheltje. Het drietal wordt niet gehinderd door volwassenen met opvoedkundige neigingen. Wel is er een aardige oom op de achtergrond, die zorgt voor de benodigde hulp en adviezen. Dat Klootwijk voor kinderen kan schrijven had hij een jaar of tien geleden als Ben de Cocq al bewezen met zijn aardige kook- en eetboekjes Koken leer je van(je)zelf en Het verschil tussen haring en jurk. Uit De brug van Adri spreekt eenzelfde luchtige toon en gemak om met de taal om te gaan. Wim houdt niet van vieze dingen, zoals vuilnisauto's: “Dan gaat z'n keel strak staan van binnen.” Met weinig woorden worden grappige observaties gedaan, zoals door Wim, die de vakantieplannen van zijn ouders maar lastig vindt: “Hier is het leuk. We hebben een kip. We hebben een huis. Daar in de bergen heb ik niks. De hele dag omhoog lopen of naar beneden. En als ik terugkom, kent de kip mij niet meer. En dan ben ik twee weken ouder geworden.” Het meisje moet een stok pakken voor een van de jongens die buiten aan de brug hangt om iets uit het water te vissen: “Het mooiste wat er is. Iets halen en iets brengen. Martje houdt ervan als ze bij gevaarlijke avonturen niet de belangrijkste is. En toch meetelt.” Soms moet de schrijver het erg ver zoeken om iets anders dan anders te zeggen - “de haan kakelt als een bange vrouw die met een vliegtuig mee moet” - en de gebeurtenissen lopen wel opvallend van een leien dakje. Onder Adri's brug zet Klootwijk een kinderidylle neer, met liefde en ook met een tikje afgunst. “Geluksvogels zijn jullie,” laat hij een mevrouw zeggen. “Dit had ik vroeger nooit gemogen, ik mocht niks, alleen eten en leren.” Gelukkig wordt hij nergens sentimenteel. Daar behoedt hem de humor voor. Bij al dit opgewekts maakte Philip Hopman passend springerige tekeningetjes.

Ook Rindert Kromhout schrijft vaak over de verhoudingen tussen jonge kinderen, maar van idylle is bij hem geen sprake. In tegendeel. Kinderen zijn meestal etters en van volwassenen valt weinig te verwachten. De titel Olaf de geweldige slaat op de dagdromen van de zesjarige hoofdpersoon, waarmee hij de werkelijkheid wat probeert op te fleuren. Olafs moeder is dood en vader toont verdacht veel belangstelling voor een nieuwe mevrouw. In korte hoofdstukken worden de reacties van de jongen op de naderende indringster beschreven. Vaak moet Olaf het zelf maar uitzoeken, op een verjaarspartijtje, in de dierentuin en wanneer hij 's avonds naar bed moet. En de kinderen op wie hij aangewezen is - een truttig meisje, een dreinerige kleuter en een onvriendelijk ouder jongetje - maken de zaken niet vrolijker. Kromhout kan zich goed verplaatsen in de machteloze positie van een kind, dat altijd maar weer moet gaan spelen of slapen wanneer het de volwassene uitkomt. Vooral Olafs obstructie wanneer vader zijn nieuwe vriendin ontvangt, is uit het leven gegrepen. Maar wat uit het leven gegrepen is, levert nog geen boeiend verhaal op. De meeste situaties zijn onaangenaam en de personages onverdraaglijk. Met zijn voortdurend narrige kijk op het bestaan veroorzaakt de schrijver uiteindelijk een soort murwheid en verveling. En zonder wakkere lezer is een boek niet levensvatbaar.