"Milieu vergt 150 mld dollar per jaar'

BRUSSEL, 17 JAN. De geïndustrialiseerde landen zullen tot een totaal van 150 miljard dollar per jaar moeten besteden als zij serieus de verdere verwoesting van het milieu willen stopzetten.

Dat zei milieu-expert Maurice Strong van de Verenigde Naties, gisteren na een bezoek aan de Europese Commissie. Strong bereidt in opdracht van de VN de wereldmilieuconferentie voor die in juni in Rio de Janeiro wordt gehouden.

Hij zei het onwaarschijnlijk te achten dat de 150 landen die in Rio bijeenkomen het eens zullen worden over de besteding van 150 miljard dollar per jaar. Toch zijn verplichtingen in die orde van grootte nodig, vindt Strong, “want ondanks een aantal succesverhalen is de achteruitgang van het milieu over de hele wereld doorgegaan”.

De grote industrielanden moeten volgens Strong de lasten dragen van het milieuprobleem dat ze hebben veroorzaakt en dat nu naar de Derde-Wereldlanden verschuift. Maurice Strong is nu tweeëneenhalf jaar bezig met de voorbereiding van de conferentie in Rio, waar het belangrijkste gevecht zal gaan over geld en technologische hulp aan de Derde Wereld om in die landen een verdere verwoesting van het milieu en uitputting van grondstoffen te voorkomen.Strong prees de Europese Commissie voor haar voorstel voor een milieubelasting op brandstoffen, dat extra energiebesparing en vermindering van CO2-emissies beoogt. “Het is goed te constateren dat de Gemeenschap daarmee voorop loopt in de aanpak van het broeikaseffect”. Zodra de heffing is aanvaard zou de EG kunnen overwegen een deel van de opbrengst te besteden aan ontwikkelingshulp op milieugebied.

Strong vindt dat het EG-voorstel terecht niet alleen de fossiele brandstoffen belast die bij verbranding emissies van koolstofdioxyde veroorzaken, maar ook elektriciteit opgewekt door kerncentrales, omdat nucleaire energie weer andere gevaren veroorzaakt.

De EG en Japan stelen nu de show van de milieubescherming, aldus Strong, terwijl de Verenigde Staten de rol van de grote achterblijver vervullen. “Niet langer vinden andere werelddelen dat ze op Amerika moeten wachten. Ik denk dat dit zal worden beoordeeld als een historische doorbraak.” Europa en Japan realiseren zich dat een schoon milieu het produkt kan zijn van een goed economisch beleid in plaats van een belemmering voor ondernemingen. Japan gebruikt bijvoorbeeld de helft van de energie die Verenigde Staten nodig hebben voor de produktie van dezelfde goederen, maar de VS willen niets weten van de EG-strategie om energiebesparing te bevorderen en het broeikaseffect tegen te gaan. (Reuter)