Kras

In Afrika zag ik een man die ik jaren daarvoor in Perzië had leren kennen. Ik geneerde me voor hem en deed alsof ik hem niet zag, maar hij liep al op me af. John Kras heette hij, een haveloos geklede Engelsman die op het zwarte continent weinig succesvolle zaken deed voor zijn regering. Hij had een goudharige vrouw bij zich die mij steels aankeek. Ik kon zijn gezelschap niet meer kwijt en wij aten gezamenlijk op de drukke markt.

Ik adviseerde hem dat, wilde hij succes hebben, hij iets aan zijn uiterlijk moest doen. Diep in de nacht nam ik opgelucht afscheid.

Jaren later, in een herberg aan de voet van de Himalaya's, zagen we elkaar weer. Hij had een roodharige vrouw bij zich die geen enkele aandacht aan mij besteedde en hij deed grote zaken voor de een of andere regering. Hij zag er rijk en rechtop uit. Hij vertelde dat hij veel aan mijn advies gehad had en ook geridderd was.