Kat-en-muisspel tussen Nederland en Antillen

DEN HAAG, 17 JAN. De frisse aanpak waarmee het kabinet-Lubbers ruim twee jaar geleden de staatkundige problemen binnen het koninkrijk te lijf wilde gaan, is verzand in een kat-en-muisspel tussen Nederland en de Antillen zonder enig uitzicht op een oplossing.

Afgelopen dinsdag bleek dat de tweedaagse conferentie in Willemstad, Curaçao, tussen minister Hirsch Ballin (Koninkrijkszaken) en vertegenwoordigers van de Antilliaanse regering en de vijf eilandbesturen niets meer dan onderling begrip voor de verharde standpunten en verder uitstel heeft opgeleverd.

Hirsch Ballin streeft een hechtere onderlinge samenwerking en solidariteit tussen de Antillen na. Dat is nodig nu de vijf overgebleven eilanden (Aruba heeft sinds 1985 een aparte status) een grotere verantwoordelijkheid voor hun eigen bestuur "genieten'. Ze kunnen steeds minder leunen op een centrale regering in Willemstad, omdat deze aan bestuurskracht en betekenis inboet.

Die gegroeide zelfstandigheid is vooral een gevolg van animositeit tussen de grootste eilanden. Curaçao en St. Maarten zijn door de afscheiding van Aruba gesterkt in hun streven om op eigen benen te staan. Ze willen niet meer de verantwoordelijkheid dragen voor bijstand aan de kleine eilanden die zichzelf niet kunnen bedruipen en beslissen graag over hun eigen zaken, zonder inmenging van de centrale regering. De snelle economische ontwikkeling op Aruba heeft ze geleerd dat decentralisatie voordelen biedt.

Curaçao, geplaagd door economische problemen en een veel te hoge werkloosheid, probeert ook verwoed af te komen van de loden last van twee bestuurslagen: de landsregering en het eilandbestuur. De ambtelijke apparaten worden in elkaar geschoven en ministeries opgeheven. Vorig jaar liet de Antilliaanse minister-president mevrouw Liberia-Peters tijdens een koninkrijksoverleg in Den Haag al duidelijk blijken dat de Curaçaose politiek voor haar belangrijker is dan de Antilliaanse. En haar voorganger, Don Martina, eens een groot voorvechter van het bijeenhouden van de Antillen, pleit sinds hij in de oppositie zit ook alleen nog maar voor de belangen van Curaçao.

Maar op de conferentie van begin deze week bleek dat het desintegratieproces nog sneller verloopt dan werd verwacht. Ook Saba, dat slechts ruim 1.000 inwoners telt, gaf te kennen op eigen benen te willen staan. Alleen Bonaire en St. Eustatius voelen nog voor handhaving van een staatkundige samenwerking tussen de vijf Antillen. Eén gemeenschappelijk standpunt verbindt de vijf eilanden nog, en daarmee behoudt Nederland een belangrijke troefkaart: men houdt vast aan het koninkrijk en verwerpt volkenrechtelijk onafhankelijkheid. De bevolking kiest in overgrote meerderheid voor het behoud van de band met Nederland, voor de koningin als staatshoofd en de ontwikkelingshulp. Ook het Nederlandse paspoort laten Antillianen zich niet afnemen. Dat kan in moeilijke tijden van pas komen.

Voor minister Hirsch Ballin moet de gang van zaken een bittere tegenvaller zijn. Twee jaar geleden gooide hij resoluut het roer van het Nederlandse beleid om en hield de overzeese rijksdelen een worst voor. De lijdensweg van Suriname had Den Haag een les geleerd: niet langer wordt er gestreefd naar onafhankelijkheid van Aruba en de Antillen. Hirsch Ballin kwam met een voorstel voor modernisering van het Koninkrijksstatuut, dat hij wil omvormen tot een eigentijdse Gemenebestconstitutie en de Antillen zouden worden opgesplitst in twee landen binnen het koninkrijk. De benedenwindse eilanden Curaçao en Bonaire zouden samengaan met handhaving van Willemstad als hoofdstad en de Bovenwinden St. Maarten, St. Eustatius en Saba zouden een eenheid vormen met een bestuurscentrum op het roerige St. Maarten.

De Gemenebestconstitutie is nog steeds in discussie, maar de splitsing werd al gauw door de Antillen naar de prullenbak verwezen. Hirsch Ballin werd niet beloond voor zijn genereuze aanbod en kreeg steeds meer kritiek te verwerken. Het overleg verkeert nu voorlopig in een impasse, want Curaçao wil niet terug naar de conferentietafel voor de bevolking zich op 12 juni in een consultatief referendum heeft kunnen uitspreken. Gezien de politieke eensgezindheid op het eiland over het bereiken van een zelfstandige positie binnen het koninkrijk zal er ongetwijfeld een ruime meerderheid voor die lijn kiezen. Daardoor zullen de politici zich nog hardnekkiger tegen een in hun ogen gekunsteld samenwerkingsverband verzetten. Ze zijn slechts bereid welwillende bijstand aan de kleinere eilanden te verlenen, maar als de Nederlandse minister praat over verplichtingen sluiten ze hun oren. Een bewijs daarvoor is het nog steeds ontbreken van een wettelijke regeling voor het Solidariteitsfonds, dat de kleine eilanden structurele financiële hulp moet garanderen. In dit opzicht krijgt Hirsch Ballin ook nog geen hartelijke medewerking van Aruba.

Nederland heeft in de jaren zestig met de Nieuw-Guineakwestie getoond het recht op zelfbeschikking van volkeren te verdedigen. Maar een zelfstandige positie van Curaçao binnen het koninkrijk gaat te ver, zo heeft Hirsch Ballin in Willemstad duidelijk gezegd. Want zo'n aparte status naar het voorbeeld van Aruba zou het volledig uiteenvallen van de Antillen betekenen en daar kan de minister geen verantwoordelijkheid voor nemen. Als Curaçao daaraan vasthoudt, moet het maar volledig onafhankelijk worden, dreigde hij.

Het Koninkrijksstatuut met zijn sterke nadruk op gelijkwaardigheid van de partnerlanden en hun vereiste medewerking aan veranderingen speelt Hirsch Ballin duidelijk parten. Zo langzamerhand rijst er twijfel of de aanvankelijk zo voortvarende minister er tijdens de huidige kabinetsperiode nog wel in zal slagen het Antilliaanse probleem redelijk op te lossen.