Kapsel

Aan de stijl van het kapsel is altijd te zien hoe oud een film is. Zelfs in films die pretendeerden in de Oudheid te spelen, zoals Cleopatra of Ben Hur, waren de acteurs geknipt volgens een eigentijdse, modieuze interpretatie van de haardracht van oude, Romeinse portretbustes.

Dat was ook zo in de allereerste breedschermfilm, De Mantel, eind jaren vijftig als ik me goed herinner. Ik voldeed nog niet aan de leeftijdsgrens (boven de achttien) maar mijn vader vond dat ik er toch heen moest want, was zijn argument, ”cinemascope' was ook een belangrijke technische vernieuwing waarvan ik, als zoon van een technicus, kennis diende te nemen - net zo als we later de nacht moesten uitzitten om de eerste maanlanding mee te maken. Met de filmkeuring had mijn vader in dat verband niets te maken.

Trillend van opwinding zat ik clandestien naar de kleurrijke draak te kijken. In die grijze jaren kregen we maar weinig spektakel te zien. Sommige scènes, ik weet niet meer welke, drongen door tot in mijn jongensdromen. En ook het kapsel bleef niet zonder gevolg. Korte tijd nadat de film in roulatie was gekomen zag je steeds meer jongens, ook ik, rondlopen met recht op het voorhoofd afgeknipt haar. Je kon het bij de kapper bestellen, Caesar geknipt heette het. Hoewel het klassiek heette te zijn, iets voor gymnasiasten, was echter ook die mode weer snel voorbij en gingen we weer over op de gewone scheiding die inmiddels zijn duurzaamheid bewezen heeft.

Alles wat opvallend nieuw is, zal daarom het snelst verdwijnen. Als je maar lang genoeg wacht, zegt Jan Dibbets, komt alles weer terug. Wat in de kunst het snelst verouderd is, is het gebruik van de video. Van de week vertelde een vriend over een tentoonstelling van Nam June Paik die hij gezien had. Het was zo ouderwets, het was bijna vertederend. Ik herinnerde me toen een werk van de Koreaanse meester in het museum in Stuttgart, een wandinstallatie van monitoren met de vrolijke architectuur van een kermistent. Alles bewoog in gegroepeerde ritmes, in eindeloze herhaling. Het probleem is dat het mechanische dan de overhand neemt. Beeldende kunst heeft met beweging eigenlijk niets van doen, zij is geheimzinnig roerloos, bezeten, stilgelegd beeld. Of het moet een echte film zijn.