Japanse armada beheerst Parijs-Kaapstad met moderne navigatietechnieken; De kater van een omstreden rallydebuut

KAAPSTAD, 17 JAN. De aankomst van de uitgedunde en over het algemeen verveelde rally-karavaan na de taaie laatste dagen was op het strand van Kaapstad in vele opzichten veelbetekenend. Door de tegenslagen bij de primeur van Parijs-Kaapstad wordt graag herinnerd aan het traditionele avontuur naar Dakar waarbij de fervente aanhangers de vele critici nooit goed konden uitleggen waarom zij de ontberingen zochten die niet zelden uitmondden in ernstige ongelukken. Eenmaal besmet door het virus van de Sahara was er geen redden meer aan. Men keerde terug en raakte steeds meer vertrouwd met exotische lokaties als Agadez en Timboektoe.

De perfecte voorbereiding en de superieure taktiek van de Japanse armada met de Mitsubishi's Pajero zorgden ervoor dat de eerste Parijs-Sihte-Kaapstad reeds een gelopen koers was nog voordat de evenaar was bereikt. De hegemonie van Franse auto's - eerst met de vlekkeloos georganiseerde Peugeot-teams onder leiding van de kleine Napoleon Jean Todt (van '87 t/m '90 vier zeges achter elkaar) en daarna met de door Guy Fréquelin aangevoerde Citroën-ploeg (Vatanen behaalde verleden jaar zijn vierde overwinning) - was een vernietigende slag toegebracht.

De klappen werden vooral uitgedeeld door de winnaars, Hubert Auriol en Philippe Monnet. Een opmerkelijk Frans duo. Auriol verwierf zich grote faam als kenner van "le Dakar'. Hij voelt zich thuis met zand onder de wielen. Tweemaal (in '81 en '83) won de in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba geboren Auriol op een motorfiets. Vanaf 1989 stapte hij over op de auto en kende slechts één ambitie: ook winnen op vier wielen.

Dat lukte dit jaar en Auriol, die als enige sinds 1979 aan alle Dakars en aan Parijs-Kaapstad heeft deelgenomen, kon zich geen betere metgezel indenken dan zijn navigator Monnet. Als gelouterd zeezeiler met het snelheidsrecord solozeilen rond de wereld op zijn naam, is hij als geen ander vertrouwd met de mogelijkheden van navigatie per satelliet. En uitgerekend bij deze primeur waren navigatiemiddelen voor het eerst vrijgelaten.

Monnet bezat daardoor een duidelijke voorsprong op zijn collega's en kwam, zeeman in hart en nieren, als eerste bij Kaap de Goede Hoop aan. “Het gaat om de juiste combinatie van navigeren per satelliet en het gebruik van kaarten en routeboek. Het satellietsysteem is zo nauwkeurig dat je op vijftien meter precies weet waar je bent, maar als je dan oog in oog staat met een reusachtige berg die je kortste weg verspert, dan ben je verkeerd bezig.”

Vele kenners meenden echter dat de Dakar-oude-stijl werd begraven in de etappe van Tumu in Libië naar Dirkou in Niger, op de vijfde dag in Afrika. Het Mitsubishi-team maakte optimaal gebruik van de navigatiemogelijkheden die indruisten tegen de geest van het reglement. Zij sneden heel handig de route af. De Citroën-vloot, eveneens met vijf wagens, werd een vernietigende slag toegebracht.

Niet alleen de slimme strategie van de concurrentie speelde parten. Ook het ongeluk waarbij Vatanen (“Mijn eigen domme schuld”) twee uur verloor en een serie lekke banden zorgden ervoor dat Citroën - achter het glanzende Mitsubishi-trio Auriol, Weber en Shinozuka - met Waldegard, Vatanen, Ickx en Lartigue, genoegen moesten nemen met de plaatsen vier tot en met zeven, terwijl Ambrosino negende werd.

Het vervolg van de rally staat ter discussie. Kees en Mieke Tijsterman, met motorpech uitgevallen in hun Toyota (teamgenoten Jan van Tuyl en Bert Winkler haalden als 45ste de finish), dachten met warmte terug aan de vroegere edities. Mieke: “Als je goed navigeerde op de piste van Mauretanië kon je veel winst boeken.” Kees ergerde zich aan de zeventigjarige organisator Gilbert Sabine. “Die man is te oud, hij begrijpt het niet meer. Dat zie je aan hem. Hij is moe. Zijn zoon Thierry was als de grote leider altijd waar hij moest zijn. Het voorbeeld aan wie de deelnemers zich optrokken als het tegenzat. Nu moest bijvoorbeeld een beslissing om in konvooi te gaan rijden worden uitgesteld omdat de heer Sabine zat te eten. Dat kost twee uur. De koplopers waren al door. Die arriveerden vroeg in hun hotel. Ik kwam om vier uur 's nachts aan de finish. Dat niet alle deelnemers dezelfde mogelijkheden krijgen, is onjuist.”

Sabine, die het allemaal teveel lijkt te worden, maakte zich niet populair in Zuid-Afrika door te melden dat men daar kleingeestig denkt. Hij moet zich nog bezinnen over het vervolg , maar een tweede Parijs-Kaapstad lijkt weinig levenskansen te hebben. Hij tipte Nairobi reeds als komend einddoel. Maar er is veel concurrentie van onder meer Parijs-Peking en de Farao-rally. Een groepje fanatieke Fransen werkt aan een onverbloemde scheurpartij door de woestijn. "Desert à Grande Vitesse' heet het spektakel dat moet herinneren aan de geest van Thierry Sabine. Kaapstad is gehaald, maar aan de voet van de Tafelberg resteerde de kater van een reeds bij zijn debuut omstreden wedstrijd.