Japans berouw over bezetting Korea

SEOUL, 17 JAN. De Japanse premier Kiichi Miyazawa heeft vandaag op de tweede dag van zijn bezoek aan Zuid-Korea toegezegd dat zijn regering verder onderzoek zal instellen naar de oorlogsmisdaden die het Japanse keizerlijke leger tijdens de 35-jarige bezetting van het Koreaanse schiereiland, tussen 1910 en 1945, heeft begaan. Gisteren had Miyazawa al zijn verontschuldigingen aangeboden aan het Koreaanse volk.

“Wij Japanners erkennen de waarheid van die tragische periode, toen Japanse daden lijden en verdriet veroorzaakten bij uw volk en wij zullen nooit onze gevoelens van wroeging vergeten”, aldus Miyazawa gisteren tijdens het banket dat hem was aangeboden door de Zuidkoreaanse president Roh Tae Woo. Roh vroeg Miyazawa dringend de Japanse oorlogsmisdaden nader te onderzoeken.

Miyazawa zou tijdens zijn driedaags bezoek aan Seoul met name over handelsbetrekkingen praten, maar is sinds zijn aankomst vooral geconfronteerd met het Japanse oorlogsverleden op het destijds nog verenigde Koreaanse schiereiland. In de Zuidkoreaanse hoofdstad hebben aanhoudend anti-Japanse demonstraties plaats, waarin behalve excuses ook genoegdoening wordt geëist. Met name de zaak van de vele duizenden Koreaanse meisjes die gedurende de oorlogsjaren door het Japanse leger werden gebruikt als seksslavinnen heeft tot veel beroering geleid in Zuid-Korea door een reeks nieuwe onthullingen.

Een groep van 500 vrouwen, aanhangers van de oppositionele Democratische Partij, betoogden vandaag bij de ingang van het parlement tegen Miyazawa. "Excuses, compensatie', riepen ze. Bij een ander protest kwam vandaag een man om het leven, volgens het persbureau Yonhap door toedoen van de politie.

Vandaag bespraken Roh en Miyazawa het grote handelsoverschot dat Japan heeft ten opzichte van Zuid-Korea (8,8 miljard dollar in 1991). Roh bepleitte bij de Japanners een snelle wegwerking van het overschot. De twee leiders zijn het opzetten van een actieplan en een gezamelijke handelscommissie overeengekomen. (AP, Reuter)