Groeiers en kwakkelaars bepalen beeld van Siemens

MÜNCHEN, 17 JAN. Westerse elektronicafabrikanten, groot en klein, proberen met ingrijpende reorganisaties hun toekomst veilig te stellen. Temidden van al het tumult lijkt het Duitse Siemens een oase van rust en voorspoed. Toch blijft ook de gigant uit Beieren - de negende onderneming van Europa - niet ongeschonden.

De gisteren toegelichte financiële kerncijfers van het industriële conglomeraat - dertien divisies, vier losstaande dochters - geven bij eerste lezing een geruststellend beeld. Omzet en winst stegen in het eerste kwartaal, dat eindigde in december, met zes procent tot respectievelijk 11 miljard en 400 miljoen mark. Aandeelhouders ontvangen een royaal dividend over het vorige boekjaar (13 mark), het personeelsbestand dijt uit (laatste stand 419.000) en de investeringen in de toekomst, in onderzoek en ontwikkeling, gaan onverminderd voort.

Ook de lust in overnemingen is niet afgenomen. Vorig jaar werden onder andere elf bedrijven uit de voormalige DDR ingelijfd, onderdelen van het Tsjechoslowaakse Skoda opgeslokt, een heel scala minderheidsdeelnemingen verworven en diverse joint ventures opgezet, waarbij de samenwerking met IBM bij de produktie van een nieuwe chipgeneratie het meest in het oog springt.

Dit kalenderjaar, amper drie weken oud, laat al een nieuw minderheidsbelang in een Oostenrijkse fabrikant van elektronische verkeerssystemen zien. Over de overname van de Amerikaanse lampenfabrikant Sylvana, vorig jaar door General Electric in de aanbieding gedaan en waarin ook Philips is geïnteresseerd, wordt nog nagedacht.

In Beieren blijft de noodklok stil. Toch gaan ook op het Siemens-hoofdkwartier af en toe alarmsignalen af. De prestaties van het concern moeten “differenziert” worden bezien, drukte vice-president en toekomstig topman Heinrich von Pierer het gisteren voorzichtig uit. De eindresultaten van boekjaar '90-'91 (winst 1,79 miljard mark, omzet 73,1 miljard) verhullen de zwakke plekken van het bedrijf op de markt.

De kracht van Siemens schuilt al jaren in een produktaanbod waarmee zowel overheden, industrieën als - zij het in beperktere mate - consumenten bediend kunnen worden. Zakt de ene markt in, kan een andere groep het evenwicht herstellen. Die spreiding is zo aantrekkelijk gebleken dat de Franse premier, Edith Cresson, een deel van de Franse industrie wil omvormen tot een mega-conglomeraat naar Siemens' evenbeeld. Maar zelfs dat onbetwiste voordeel zal Siemens niet voor een vertraging van de groei kunnen behoeden.

In het afgelopen jaar was de voorspoed vooral te danken aan de overheden die - met name in de nieuwe Duitse deelstaten - massaal investeerden in de infrastructuur. De Siemens-divisies voor stroomvoorziening, openbare telecommunicatie en elektronische verkeersgeleide-systemen, lieten omzetstijgingen zien variërend van zeven tot 85 procent. De orderportefeuilles zijn goed gevuld. Ook in het lopende jaar moeten deze afdelingen zorgen voor groei, maar die zal dan wel achterblijven bij dit jaar. Met omvangrijke overheidsprojecten is het als met de jacht op witte olifanten, zei Von Pierer gisteren: het aantal jagers is groot, de hoeveelheid wild gering.

Bij de industriële afnemers verging het Siemens aanmerkelijk minder voorspoedig. Divisies als industriële automatisering, installatietechniek en telecommunicatie voor de particuliere markt boekten omzetstijgingen van tussen nul en zes procent. Over de nabije toekomst van die markt is het bedrijf somber. Von Pierer: “We zijn hierover erg sceptisch en zien geen overtuigende signalen dat we al door het dal zijn”.

Ronduit slecht gaat het met Siemens' halfgeleider-divisie (verlies ruim 500 miljoen mark) en de computerdochter Siemens Nixdorf Informationssysteme: het afgelopen jaar 780 miljoen mark in het rood en ook dit jaar verliesgevend. De halfgeleiderdivisie wordt afgeslankt - zeven procent van het personeel moest al vertrekken omdat produktie-eenheden worden samengevoegd - en de computerdochter heeft organisatieadviesbureau McKinsey over de vloer.

De spreiding van activiteiten zal Siemens ook dit jaar voor grote problemen behoeden. Het evenwichtsspel tussen sterke groeiers, kwakkelaars en rampgebieden zal dit jaar evenwel moeizamer verlopen dan vorig jaar. De top van Siemens acht het onwaarschijnlijk dat de infrastructuur-boom zal aanhouden. “We kunnen geen herhaling verwachten van vorig jaar toen een grote vraag naar infrastructuurprojecten de terugval in andere sectoren meer dan compenseerde,” aldus Von Pierer.

Het concern houdt er dan ook rekening mee dat over de gehele linie de groei in de orderontvangst met 75 procent zal teruglopen. Voor het lopende jaar wordt gerekend met een orderontvangst van 86 miljard mark, 5 procent meer dan in het afgelopen boekjaar. In '90-'91 groeide de orderportefeuille met 21 procent. Desondanks verwacht de onderneming een omzetstijging van 10 procent en zal de winstontwikkeling gelijke tred houden. De wat magere marge uit operationele activiteiten - gezakt van 2,6 naar 2,5 procent - zal niet worden verbeterd.

Pas daarna kan over eventuele wijzigingen in het concept van de "slotakte' worden gesproken. Maar als de landbouwparagraaf in voor de EG gunstige zin wordt gewijzigd, hebben de Amerikanen ook nog wel wensen. Zo is Washington uit op een verfijning van het compromis over diensten via speciale regelingen voor telecommunicatie, zeescheepvaart en financiële dienstverlening. De EG neemt ruim de helft van het dienstenverkeer in de wereld in handen en heeft daarom juist alle belang bij zoveel mogelijk liberalisering.