Grieken en Serviërs nader tot elkaar

ATHENE, 17 JAN. De Servische president Slobodan Milosevic heeft gisteren een bliksembezoek aan Athene gebracht, twee dagen nadat de Griekse premier Konstandinos Mitsotakis dat had gedaan aan Belgrado. Op de woensdag tussen deze bezoeken in was uit Sofia het bericht gekomen dat Bulgarije als eerste de republiek Macedonië erkent, samen met Bosnië-Herzegovina, Kroatië en Slovenië, een tijding die grote woede wekte in Athene én Belgrado.

De beide oude bondgenoten uit vier oorlogen van deze eeuw worden door het optreden van Macedonië en Bulgarije weer bijeengebracht. De situatie roept herinneringen op aan die van 1913. Toen verhinderden in de Tweede Balkanoorlog Griekenland en Servië de totstandkoming van een Groot-Bulgarije, een droom die Sofia koestert sedert het Verdrag van San Stefano (1878) dat uitzicht bood op grote stukken van Macedonië en Noordoost-Griekenland, inclusief een uitweg naar de Middellandse Zee.

Omgekeerd ziet Bulgarije met ongenoegen de perspectieven op het ontstaan van een Groot-Servië (of Klein-Joegoslavië) met Montenegro, eventueel Macedonië en de veroverde stukken van Kroatië en Bosnië. De Bulgaarse minister van buitenlandse zaken, Stojan Ganev, zei in een vraaggesprek met de Frankfurter Allgemeine bevreesd te zijn voor een Grieks-Servisch streven te komen tot een gemeenschappelijke grens, met liquidatie dus van het tussenliggende Macedonië.

De dag van gisteren verstreek met geruchten over troepenbewegingen in drie landen, geruchten waarvan Skopje waarschijnlijk de bron was en die vanuit drie hoofdsteden werden ontkend. Waarover Milosevic en Mitsotakis in Athene het precies hebben gehad in de twee uren van hun gesprek bleef onbekend. Mitsotakis liet slechts los dat van Griekse zijde de wenselijkheid was beleden van een rechtvaardige oplossing mét een voortbestaan van Joegoslavië. Ongetwijfeld bedoelde hij dat gestreefd moest worden naar een klein Joegoslavië waarvan Macedonië deel uitmaakt.

Maar ook dan blijft voor Athene het probleem van de naam bestaan. Vanuit enkele landen, België en Italië, kwamen gisteren verklaringen die nieuwe grond gaven aan speculaties dat in de EG wordt gezocht naar een formule voor een naam die ook voor Athene aanvaardbaar zou zijn.

Meer en meer hoort men als oplossing de naam "Slavisch Macedonië' noemen, waaruit zou moeten blijken dat Skopje afziet van aspiraties in Griekse richting, maar een woordvoerder van het Griekse ministerie van buitenlandse zaken had al vorige week laten blijken dat elke "toevoeging' - dus ook "Noord' - bij de naam Macedonië voor Athene onaanvaardbaar is.

Er zijn echter ook gissingen dat er in het Griekse kamp onenigheid is over dit soort zaken, tussen Mitsotakis enerzijds en president Karamanlis en minister van buitenlandse zaken Samarás anderzijds. Het trok de aandacht dat Milosevic gisteren niet door zijn Griekse collega Karamanlis is ontvangen, hoewel laatstgenoemde zich als Grieks Macedoniër toch zeer geladen heeft betoond in de Macedonische kwestie.

Ook binnen het Bulgaarse kamp is het geen koek en ei. Minister van buitenlandse zaken Ganev heeft zich gisteren gedistantieerd van de snelle erkenning van Macedonië door zijn regering. Hij verklaarde het te betreuren dat zijn land daarbij het spits heeft afgebeten en met het aanknopen van diplomatieke betrekkingen te willen wachten tot de EG-landen een standpunt hebben bepaald. Misschien is hij geschrokken van dreigingen uit Athene dat Griekenland nu als obstakel zal fungeren bij de Bulgaarse aspiraties in de richting van de EG, en ook het geven van economische hulp zal tegenwerken - iets wat Athene al jaren doet ten opzichte van Turkije.