Gezinshereniging afhankelijk van loonstrookje

DEN HAAG, 17 JAN. Het kabinetsplan om eisen te stellen aan de hoogte van het inkomen van aanvragers van gezinshereniging of gezinsvorming, heeft het meest weg van een aangeklede versie van het “huwelijksverbod”. Zo betitelden de kleine linkse partijen in de Tweede Kamer in 1983 het plan van toenmalig staatssecretaris van justitie, mr. V.N.M. Korte-van Hemel, om van kinderen van gastarbeiders te eisen dat zij over voldoende middelen van bestaan moesten beschikken om te kunnen trouwen met een partner uit hun thuisland.

Ook toen al werd een dergelijke maatregel ingegeven door de angst voor wat sinds kort wordt aangeduid met de term “kettingmigratie”: een niet te stuiten toestroom van immigranten via de gezinsvorming en vervolgens de hereniging van al die gezinnetjes met familieleden uit het thuisland.

Nog immer breekt het kabinet zich het hoofd over voorkómen van zo'n demografisch perpetuum mobile. Daarbij wordt vooralsnog niet gedacht aan een “huwelijksverbod” à la Korte-van Hemel. Volgens een begeleidende brief van staatssecretaris Kosto (justitie) bij het deze week naar de Tweede Kamer gestuurde rapport van de Inderdepartementale Stuurgroep Immigratie (ISI), wijst het kabinet kort samengevat het idee van zo'n huwelijksverbod af. Die weg was Korte-van Hemel in 1983 immers al ingeslagen. Kinderen van buitenlanders die hun huwelijkspartner wilden laten overkomen moesten over een inkomen beschikken van minimaal 1.445 gulden. Nadat in 1985 uit een onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van justitie was gebleken dat die maatregel geen enkel effect sorteerde, werd hij weer ingetrokken.

Opmerkelijk is dat in het rapport van de Stuurgroep Immigratie verwezen wordt naar een recent onderzoek van het Nederlands Interuniversitair Demografisch Instituut (NIDI), waaruit zou blijken dat een inkomenseis voor gezinsvorming op dit moment “forse kwantitatieve effecten” heeft op de immigratie van Turken en Marokkanen. Tot 1995 zou door een nieuw huwelijksverbod de instroom van mensen uit die landen met 15.000 tot 22.000 verminderen. Op dit moment wonen er bijna 700.000 vreemdelingen in Nederland. Zelf komt de stuurgroep tot de vaststelling dat “de maatregel in delen van de Nederlandse samenleving op grote bezwaren zal stuiten op basis van de gedachte dat het een de facto discriminerende maatregel betreft”.

De mening van het Nederlands Centrum Buitenlanders (NCB) bleek deze week opvallend parallel te lopen aan deze passage in het rapport: de plannen betekenen volgens het NCB een onacceptabel onderscheid tussen Nederlanders en niet-Nederlanders omdat in de praktijk veel meer buitenlanders dan Nederlanders werkloos zijn en meestal buiten hun schuld. Zij hebben, volgens het NCB, dus alleen een inkomen op bijstandsniveau, terwijl Nederlanders meestal wel een baan en dus inkomen hebben waardoor voor hen de inkomenseis nauwelijks gevolgen heeft.

De Interdepartementale Stuurgroep Immigratie verwacht niet dat een beperking van gezinsvorming in strijd is met artikel 8 van het Europees Mensenrechtenverdrag (dat het recht op een gezinsleven garandeert) juist omdat er nog geen sprake is van een gezin. Dat het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM) woensdag toch op basis van het mensenrechtenverdrag ernstige kritiek uitte op de voornemens van het kabinet, komt omdat ook gezinshereniging object van onderzoek is. Want het kabinet wil misschien wel geen maatregel gericht tegen kinderen van gastarbeiders maar onderzoekt veel breder de mogelijkheid een inkomenseis te stellen aan gezinsvorming en gezinshereniging door vreemdelingen én Nederlanders. Over de bedragen die maandelijks minimaal op het loonstrookje moeten staan om huwelijk of hereniging mogelijk te maken wordt niet gesproken. Men mag in ieder geval niet van de bijstand afhankelijk zijn.

De voornemens van het kabinet zijn opvallend voorzichtig geformuleerd: het zou gaan om een “aanvankelijke reactie” op het ISI-rapport en ook moet “meer definitieve besluitvorming” gebaseerd worden op overleg met de Kamer. Die voorzichtigheid wordt niet alleen ingegeven door mogelijke oppositie vanuit “een deel van de samenleving”. Naar verluidt staan CDA- en PvdA-bewindslieden over deze kwestie tegenover elkaar. Ook is nu reeds duidelijk dat de PvdA-fractie in de Tweede Kamer op z'n minst “zeer verbaasd” (woordvoerder Apostolou) is over het plan.

Ondertussen heeft de VVD bij monde van het Kamerlid Wiebenga al positief gereageerd. CDA-woordvoerder Krajenbrink zei vanmiddag voor de VPRO-radio niet veel te zien in de inkomenseis. Daarmee blijft hij bij zijn standpunt uit 1986, over het “huwelijksverbod” van Korte-van Hemel. Maar gezien de wendbaarheid die deze volksvertegenwoordiger heeft ten toon gespreid ten aanzien van het opsluiten van kansloze asielzoekers, is het nog helemaal niet zeker dat de CDA-fractie in de Tweede Kamer bij die mening blijft.