Eigenschappen

Een paar weken geleden schreef ik over Mulisch, die naar de bibliotheek van de theologische faculteit was gegaan, omdat hij wilde opzoeken wat de eigenschappen van God zijn. “Ik weet niet of er een lijstje met die eigenschappen bestaat”, zei de bibliothecaris geschrokken. Naar aanleiding van het stukje kwam er een ingezonden brief van de heer I. Cohen uit Den Haag, die voor de eigenschappen van God verwijst naar de Bijbel (Exodus 34: 6+7 en Numeri 14:18).

Dat zoeken we op.

In beide paragrafen gaat het over God, die uit een wolk neerdaalt om Mozes enige toelichting te verschaffen. Zo zegt God in Exodus 34:6 over Zichzelf dat Hij barmhartig is en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw, dat Hij goedertierenheid bestendigt aan duizenden en dat Hij ongerechtigdheid en zonde vergeeft. “Maar”, voegt Hij daar onmiddellijk aan toe, “de schuldige houdt Hij zeker niet onschuldig, de ongerechtheid der vaderen bezoekende aan kinderen en kindskinderen, aan het derde en vierde geslacht.” Dat dreigement wordt in Numeri 14:18 nog eens herhaald.

Het is natuurlijk erg mooi van God dat Hij barmhartig is en genadig, maar ik houd het toch wel voor een gemeen trekje dat Gods vergevingsgezindheid pas in werking treedt na het vierde geslacht. Wie kinderen wil laten boeten voor de zonde die door hun vaderen zijn begaan, moet een even wraakzuchtig als onredelijk karakter bezitten.

Toch zijn al deze eigenschappen niet de eigenschappen die Mulisch wilde opzoeken. Het gaat hier om een andere categorie. Ik vermoed dat Mulisch vooral wilde weten wat God op technisch gebied allemaal kan. Is God bijvoorbeeld allesvermogend? Kan Hij het op elk willekeurig moment laten regenen als Hem dat belieft? Kan Hij de natuurwetten naar Zijn Hand zetten door een berg te laten splijten? Is Hij in staat om een mens over water te laten lopen? Kan God, als Hij daar ineens zin in zou hebben, een vliegtuig zonder motor van Londen naar New York laten vliegen?

Een andere eigenschap komt tot uitdrukking in de opmerking dat God alom aanwezig is. Dat is een eigenaardig verschijnsel. Is God op twee, of drie of miljoenen plaatsen tegelijk, of omvat Hij als een onzichtbare deken alles wat geschapen is? Vaak hoor je ook zeggen dat God alles ziet. In die visie beschikt God dus op de een of andere manier over een fijnmazig waarnemingssysteem. God onthoudt ook alles. In ieder geval moet Hij de zondaren tot in het derde of vierde geslacht in de gaten houden. Dat vergt bij een wereldbevolking van 10 miljard mensen een enorme boekhouding.

Zo is er een hele lijst van eigenschappen op te stellen. Kan God bijvoorbeeld onlogisch zijn? Kan Hij tegelijk een en drie zijn? En hoe staat het met Gods verhouding tot de causaliteit? Weet God van tevoren hoe alles gaat aflopen? Er is het geval van Jonas, die van God de opdracht krijgt te gaan prediken in de zondige stad Nineve. Jonas heeft daar weinig trek in, omdat hij wel aanvoelt dat hij in Nineve met stenen zal worden ontvangen. Dan stuurt God een beproeving op Jonas af in de vorm van een walvis. In de buik van dit dier komt Jonas tot inkeer, en als hij weer is uitgespuwd, haast hij zich naar Nineve om zijn opdracht alsnog te vervullen.

Hoe wist God eigenlijk dat Jonas niet gewoon door de walvis zou worden opgegeten? Nam God hier niet een onverantwoord risico, of had Hij de walvis volledig onder controle? En wat zou er gebeurd zijn als Jonas, bedwelmd door de maagzuren, niet tot inkeer was gekomen? Dan had God, zoals Julian Barnes opmerkt, de dood op Zijn geweten gehad van iemand die meende volgens zijn eigen vrije wil te handelen. Of is het een eigenschap van God dat Hij de mens zijn vrije wil kan ontnemen, als Hij daar behoefte toe voelt?

Het zou de moeite waard zijn al die eigenschappen eens te inventariseren. In zijn Belijdenissen wijst Augustinus op een paradoxale eigenschap: God zelf is eeuwig, maar de dingen die Hij geschapen heeft zijn sterfelijk. Daarom is het Hiernamaals nodig om Gods praktijk ook in theorie weer sluitend te krijgen. Bovendien zegt Augustinus: “Groot is Uw macht en Uw wijsheid heeft geen getal”. Dat is waar, al kan God wel tot drie of zelfs tot zeven tellen als het om verdoemde nageslachten gaat.