Een vage verzameling loodsen; De nieuwe British Library in Londen

In Londen en Parijs worden de beroemde negentiende-eeuwse bibliotheken vervangen. In Londen wordt in 1993 het eerste gedeelte van de nieuwe British Library opgeleverd, in Parijs wordt nu een terrein langs de Seine bouwrijp gemaakt voor de "très grande bibliothèque'. De plannen hebben in beide steden tot felle protesten geleid. “Prins Charles schrok zich twee jaar geleden ongelukkig toen hij zag waartoe dat zou leiden.”

De Londenaren zullen de schuttingen om de bouwplaats van de nieuwe British Library, aan Euston Road, volgend jaar nog missen. Ze hebben er 8 jaar gestaan. De architect van de bibliotheek zal zijn opdracht missen. Professor Colin St John Wilson was 32 toen hij zijn eerste tekening voor dit nieuwe complex maakte, maar is de 67 inmiddels gepasseerd. Vijfendertig jaar is langer dan Christopher Wren nodig had voor het bouwen van St Paul's Cathedral. En de gebruikers van de oude British Library, ingebed in het British Museum in Bloomsbury, zullen de befaamde, overkoepelde reading room missen. Zij willen niet gedwongen verhuizen “van een instituut dat we hoog achten naar een nieuwbouwcomplex waarvan de voordelen onzeker zijn”, zoals een groep historici, romanschrijvers en parlementariërs vier jaar geleden al aan de staatssecretaris voor kunst schreef.

Er zijn cynici die beweren dat de schuttingen aan Euston Road zo lang blijven staan, omdat dan de indruk in stand blijft dat hier iets groots wordt gecreëerd. In werkelijkheid gaat achter de barrière van planken een miserabel compromis schuil, dat met een been hinkt op de grootse visie van de eerste bedenkers en met het andere been wegzakt in de realiteit van "te duur'. Vandaar de immense toegangspoort met zuilen, die leidt naar een groot binnenhof aan de ene kant en de prozaïsche "stompen' van gebouwen daarachter, resultaat van de hergeformuleerde opdracht om het bouwplan te bevriezen en de bestaande structuren zo snel en goedkoop mogelijk af te maken. Prins Charles, die zelf in 1982 de eerste steen voor de bouw legde, schrok zich twee jaar geleden ongelukkig toen hij zag waartoe dat zou leiden: “een vage verzameling loodsen in baksteen, die worstelen om een symbolische betekenis.” Het publiek, vermoedde hij, zou bij het aanschouwen van de nieuwe bibliotheek voortdurend in verwarring zijn en denken dat het rood-bakstenen Victoriaanse St Pancras-station, naast de nieuwbouw, de echte nationale bibliotheek was.

Voor de huisvesting van de British Library zette Wilson de eerste pen op papier toen de Beatles nog gewoon een popgroep waren, die met succes in de Cavern Club in Liverpool optraden. Zijn opdracht varieerde in de volgende tientallen jaren van een plan voor hoogbouw op de plaats van de bestaande British Library (1972) via dat voor een project-in-zeven-fasen op een voormalig terrein voor goederenoverslag achter het St Pancras-station (1978) tot dat voor een massief cultureel monument voor de Thatcher-jaren. Maar twee jaar na het begin van de bouw rezen de kosten al tot onvoorziene hoogten (218 miljoen pond voor de eerste fase alleen). De Britse regering besloot dat 300 miljoen voor het totaal genoeg was. Wilson kon afmaken wat al in aanbouw was op een deel van het terrein. De rest van het stuk grond werd aan projectontwikkelaars verkocht die de buurt rond het station willen opknappen.

Alsof het allemaal nog niet treurig genoeg is, blijkt het voortdurende gesleutel aan de opdracht voor het ontwerp geleid te hebben tot wat de Rekenkamer hier noemt "onverdedigbare tekortkomingen in beleid en financiën'. Dit is een beleefde omschrijving van gruwelijke tekortkomingen als een tekort aan leeszaalfaciliteiten en aan opslagruimte. De bedoeling was dat de nieuwe British Library alle boeken en manuscripten, die verspreid over twintig plaatsen in Engeland zijn ondergebracht, onder één dak bijeen zou brengen. Het blijven negen daken. De bedoeling was dat het aantal leeszaalplaatsen voor gebruikers verdrievoudigd zou worden. Het worden er slechts 73 meer. Wanneer de bibliotheek in 1993 open gaat, zullen er minder boeken zijn ondergebracht dan voorzien, omdat de Nederlandse firma Bruynzeel een opslagsysteem heeft geleverd dat maar steeds niet wil deugen. Er blijkt al sinds juli iets mis met wieltjes en aandrijfmechanismen van het als automatisch aangekondigde opslagsysteem, waardoor de boeken in de magazijnen van de planken vallen. Bruynzeel werkt er hard aan, maar het probleem is volgens een woordvoerster van de British Library nog steeds niet verholpen en zal voor vertragingen zorgen.

De "great and good' uit de Britse intelligentsia grijpt al die misère dankbaar aan om te blijven pleiten voor behoud van de leeszaal in het British Museum, waar Karl Marx Das Kapital heeft geschreven en waar Shaw, Dickens en Yeats de huidige gebruikers voorgingen in het in stand houden van een selecte club toegelatenen. Sir Isaiah Berlin, Dame Iris Murdoch, de historicus en ex-Labourleider Michael Foot, Harold Pinter, William Golding, Tom Stoppard, de marxistische econoom Eric Hobsbawm, Lord Dacre of Glanton, zij allen hebben zich verenigd in de British Library Regular Readers' Group, die naar eigen zeggen 200 academici en schrijvers vertegenwoordigt. De groep huivert bij de gedachte dat Sidney Smirke's ronde leeszaal, die nog als voorbeeld diende voor de Library of Congress in Washington, straks zal worden overgeleverd aan een "hi-tech-expositie', een van de plannen die het British Museum heeft gelanceerd voor het toekomstig gebruik van de zaal.

Voor de juist aangestelde zakelijk leider van de British Library is nu een van de grootste problemen het bijeenbrengen van ruim 1 miljoen pond voor de aankoop van kunstwerken. Dit bedrag moet geschonken worden door particulieren, nu de Britse overheid een eerdere toezegging tot financiering heeft ingetrokken. Ondanks haar oekaze dat het gebouw niet meer mocht kosten dan 300 miljoen pond, is de uiteindelijke rekening toch nog de helft hoger geworden: 450 miljoen pond. De kunstwerken, waaronder een enorm wandtapijt van R. Kitaj en een groot standbeeld van Isaac Newton van de beeldhouwer Eduardo Paolozzi, waren bedoeld voor de grote toegangshal, maar de bibliotheekdirectie heeft de opdrachten ertoe voorlopig moeten bevriezen.

Wat het publiek in 1993 van de nieuwe nationale bibliotheek te zien krijgt, is het "boekengedeelte' minus restaurant en openbare ruimten voor exposities. Die moeten in 1996 klaar zijn. Wilson, de architect, heeft 20 jaar geleden al gezworen dat “ik dit ding af zal bouwen, al moet ik er dood bij neervallen”. En tegen Prins Charles heeft hij over het ontwerp opgemerkt: “Het zal misschien eindeloos in en uit de mode raken. Maar ik denk dat het uiteindelijk populair zal zijn.”